Karakter van de jeugd

Met enige verbazing las ik de uitingen van Alistair Cooke (NRC Handelsblad, 23 januari) die de heersende pedagogische opvattingen op de Amerikaanse scholen op de korrel neemt.

Dankzij de invloed van de onderwijskundige Walsh en ondanks de tegenstand van ontwikkelingspsychologen, zouden "oude' waarden als het aanleren van zelfdiscipline en het zich houden aan regels sinds kort op de scholen in de Verenigde Staten weer in de mode zijn.

Cooke suggereert dat ontwikkelingspsychologen en pedagogen alleen oog hebben voor het nodeloos beknotten van de creativiteit van kinderen en niet de wenselijkheid zien van het bijbrengen van regels aan kinderen.

Ik kan de Amerikaanse situatie niet goed beoordelen, maar op de Nederlandse scholen is het beeld beslist niet zo, dat er in zijn algemeenheid een soort laissez-fairehouding heerst bij leerkrachten over gedragsregels van leerlingen, gelegitimeerd door de opvattingen van kinderpsychologen en pedagogen hierover.

Wel geldt dat er in onderwijskringen méér dan een aantal jaren geleden signalen afgegeven worden dat de leerlingen qua gedrag, motivatie en concentratie - ook reeds in het basisonderwijs - steeds moeilijker worden. Dat er in brede kring belangstelling voor dit onderwerp bestaat, bleek nog recent toen een kinderpsychologisch congres over deze problematiek met als titel "gelukkig op school?' zowel uit het onderwijsveld als van de zijde van de beleidsmakers honderden bezoekers trok. De cruciale rol van de leraar als het niet alleen gaat om basisvaardigheden als lezen, rekenen en schrijven, maar ook om het begeleiden van de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag van leerlingen en de stoornissen daarin, stond toen centraal. Op verschillende plaatsen in ons land worden bijvoorbeeld via schoolbegeleidingsdiensten of RIAGG's handreikingen ontwikkeld voor scholen, bijvoorbeeld ter bestrijding van faalangst of vaak-gepest-worden. Ook "karaktervorming' is daarmee impliciet een taak van de school geworden.