Het FIS heeft zijn eerste martelaren voor het geloof; FIS komt in actie tegen Algerijnse machthebbers

Na dagenlange interne verwarring als gevolg van de massale arrestaties van zijn leiders en kaders heeft het FIS (het Front van Islamitische Redding) gisteren zijn lang verwachte tegenoffensief tegen de machthebbers geopend. Om elf uur 's ochtends kregen een paar Westerse correspondenten in Algiers een telefoontje van het FIS-kantoor met de mededeling dat er in Bach Djarrah, een door het FIS beheerste buitenwijk van Algiers, problemen dreigden. Precies een uur later barstten in Bach Djarrah troebelen los, die de hele middag duurden. Daarbij werden volgens zegslieden van het FIS een jongetje van acht jaar en een oude man gedood. Zeker 27 mensen liepen verwondingen op.

Volgens ooggetuigen gingen enkele honderden jongeren, georganiseerd in groepen van veertig tot vijftig man en aangevuurd door barbus (de bebaarde militanten van het FIS), tot actie over, nadat het bericht was verspreid dat de politie twee FIS-gezinde en dus populaire imams (voorgangers in het gebed) wilde arresteren. De jongeren vernielden een plaatselijk kantoor van de vroegere eenheidpartij, het FLN. Vervolgens vielen zij een Monoprix (een staatswinkel) aan en het nabijgelegen politiebureau, om zich meester te maken van de daar opgeslagen wapens. Op dat moment begon de blauw gehelmde anti-oproerpolitie, die de wijk inmiddels hermetisch had afgesloten, met scherp te schieten op de demonstranten.

Pas tegen het eind van de middag keerde de rust terug. Maar de onlusten van gisteren zijn volgens veler verwachting slechts de inleiding van nieuw gewelddadig verzet tegen de overheid. Het ogenschijnlijk lamgeslagen FIS heeft nu zijn eerste martelaren voor het geloof geboekt sinds de staatsgreep van 11 januari. Het zal ongetwijfeld proberen - zij het niet-officieel, omdat het FIS officieel tot kalmte heeft opgeroepen - het verzet te organiseren tegen hen die “verwikkeld zijn in een misdadig komplot tegen het volk en tegen zijn plannen om een islamitische staat op te richten”.

Het tegenoffensief van het FIS komt laat. Daarvoor zijn twee redenen. In de eerste plaats was het de afgelopen dagen noodweer in Algerije met onafgebroken stortregens, die minstens 17 doden hebben gekost en de aandacht van de bevolking op andere zaken richtten. In de tweede plaats was het FIS duidelijk verrast door het offensief van de nieuwe machthebbers. De golf van arrestaties dwong zowel leiders als kaders van het FIS een goed heenkomen te zoeken en veroorzaakte een tijdelijke breuk in de communicatie tussen de leiders en het voetvolk van het FIS.

Het FIS slaagde er niet in die breuk te herstellen, omdat de overheid tegelijkertijd de imams van de moskeeën een politiek zwijgverbod oplegde en voor alle zekerheid de luidsprekers van de moskeeën weghaalde, zodat geen politieke boodschappen de buitenwereld konden bereiken. Door die maatregelen werden de moskeeën als mobilisatie- en actiecentra van de komende strijd - voorlopig althans - verlamd.

Gisteren verbood het ministerie van binnenlandse zaken het FIS collectes te organiseren ten behoeve van de slachtoffers van het slechte weer van de afgelopen dagen. Het FIS had overal in het land met aanplakbiljetten de gelovigen opgeroepen geld, dekens, kleren en medicijnen voor de slachtoffers te geven. Maar de minister van binnenlandse zaken, generaal Larbi Belkheir, liet weten dat dergelijke verzoeken “zonder voorafgaande vergunning verboden zijn”. Hij zou ook geen vergunning afgeven omdat hij “niet kon toestaan dat politieke groeperingen de staat proberen te vervangen”.

Met deze maatregel wordt het FIS de mogelijkheid ontnomen om voortaan nog als sociaal-charitatieve organisatie op te treden. In die hoedanigheid verwierf de partij in het verleden zeer grote populariteit bij het kiezersvolk. Zo hielp het FIS zeer nadrukkelijk de slachtoffers van de aardbevingsramp in Tipaza in november 1989 met dekens en bouwmaterialen, terwijl de overheid toen even nadrukkelijk afwezig was en niets deed. Het FIS zette ook, na de gemeenteraadsverkiezingen van juni 1990, in diverse gemeenten islamitische verkooppunten op, waar groente en fruit veel goedkoper dan elders werden verkocht.

Het FIS kan onmogelijk het de facto verbod accepteren op zowel politieke als sociale activiteit. De partij wordt door de dodelijke omstrengeling van de machthebbers tot gewapend verzet geprovoceerd - precies datgene, wat de overheid wil. Want dan kan zij de uitzonderingstoestand uitroepen en de jure het FIS kwalificeren als vijand van het Algerijnse volk en van de Algerijnse staat.