Havel pleit voor verdragen in CVSE-proces

PRAAG, 30 JAN. Afspraken die gemaakt worden in het kader van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) zouden het karakter van een verdrag moeten krijgen. Dat zei de Tsjechoslowaakse president, Vaclav Havel, vanmorgen bij de opening van de vergadering van de ministers van buitenlandse zaken van de CVSE-landen in Praag.

“Tot dusver hadden CVSE-documenten alleen politieke en morele werking. Staten spraken gezamenlijk daarin hun goede bedoelingen uit en beloofden elkaar die na te streven. Naar mijn mening moeten in de toekomst afspraken in wettelijk bindende termen gemaakt worden”, aldus de Tsjechoslowaakse president.

Aan het begin van de zitting verwelkomde Havel tien nieuwe lid-staten, die vanmorgen officieel tot de CVSE toetraden: Armenië, Azerbajdzjan, Wit-Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Tadzjikistan, Turkmenistan, de Oekraïne en Oezbekistan. Vanmiddag om vijf uur zouden de vlaggen van de nieuwe lidstaten plechtig worden gehesen voor het congrespaleis.

Slovenië en Kroatië zijn als waarnemer toegelaten tot de CVSE, met de stilzwijgende instemming van de regering in Belgrado. President Havel sprak de hoop uit dat de twee nieuwe republieken op korte termijn volwaardig lid van de organisatie zullen kunnen worden.

De Tsjechoslowaakse president bepleitte versterking van de veiligheidstaak van de CVSE. Hij zei af te willen van de consensus-regel binnen de organisatie en bepleitte de vorming van een Europese Veiligheidsraad, die bevoegdheden zou moeten krijgen vergelijkbaar met de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Dit orgaan zou “bepaalde uitvoerende bevoegdheden moeten krijgen, zoals het sturen van een vredesmacht”.

Overigens waarschuwde Havel voor nodeloze verdubbeling van organisatorische activiteiten. Op het terrein van de veiligheid zou de CVSE een nauwe samenwerking moeten opbouwen met de NAVO en de Westeuropese Unie. “Ik kan mijzelf zelfs voorstellen dat de NAVO, zeker als het zich openstelt voor nieuwe leden en het proces van transformatie voortzet, op een dag een van de instrumenten van collectieve defensie wordt voor alle landen in de Helsinki-sfeer.”Minister Van den Broek van buitenlandse zaken bepleitte vanmorgen versterking van de CVSE onder meer door de instelling van een Europese Hoge commissaris voor minderheden. Deze zou de rol van een Europese ombudsman voor etnische groeperingen moeten krijgen. “Deze zou in het bijzonder moeten optreden in die gevallen waarin nationale systemen voor de bescherming van nationale minderheden ineffectief blijken”, aldus de minister. Voorts stelde Van den Broek voor een speciale ministersconferentie te houden die de akkoorden, die moeten worden gesloten in het kader van het Gemenebest van onafhankelijke staten over de reductie van hun bewapening, officieel moet goedkeuren. Deze vergadering zou nog gehouden moeten worden voor de eerstvolgende topconferentie van de CVSE, begin juli in Helsinki.

In de concept- slotverklaring van Praag, die in de wandelgangen van de conferentie circuleert, lijkt de nadruk vooral te liggen op versterking van de humanitaire kant van de CVSE. Het door Nederland geopperde idee om de functie van het Europese Bureau voor vrije verkiezingen daartoe uit te breiden wordt waarschijnlijk overgenomen. Het in Warschau gevestigde Bureau zal voortaan Bureau van democratische instellingen en mensenrechten heten. Voorts wordt nauwe samenwerking met de Raad van Europa aanbevolen die op het terrein van de mensenrechten in de aangesloten landen al een lange staat van dienst heeft.

De slotverklaring omvat verder voorstellen voor versterking van de rol van het Centrum voor conflictpreventie (CPC), dat een wat kwijnend bestaan lijdt in Wenen. Dit instituut zou op eigen initatief onderzoeken moeten kunnen instellen in geval van bijvoorbeeld ongebruikelijke militaire activiteiten. Daartoe is voorzien in maandelijkse bijeenkomsten van het raadgevend orgaan van de CPC.