Geen vraag zonder antwoord

De planeetverkenner Magellan had dezer dagen een defecte beeldzender maar ondertussen was 97 procent van het oppervlak van Venus in kaart gebracht. Men komt namen te kort om al die punten in het heelal van waaruit men de aarde ziet bewegen, een behoorlijke naam te geven. Het is alsof Adam in het paradijs, bij de grote parade van dieren, er zoveel te benoemen krijgt dat woorden te kort schieten.

Te zelfdertijd is er deze maand geen damesblad of het heeft een uitgebreide horoscoop voor het nieuwe jaar waarin de constellatie van Venus wellicht liefdesgeluk brengt. Misschien gelooft geen lezer de horoscoop maar op de markt van hoop en geluk, de contactadvertentie, prijst menig zoeker zich aan als Maagd, Stier of Waterman. Wat Multatuli bovennatuurkunde noemde, is in het dagelijks leven gebruikelijker dan de gewone natuurkunde.

In China, in de nadagen van een corrupt marxistisch regime bloeien Taoïsme, boeddhisme en qi-song, een vorm van transcedentale meditatie, als nooit tevoren in een agnostisch klimaat, terwijl Byzantium weer terug is in de kerken van Rusland. Italië blijkt jaarlijks tweemaal meer uit te geven aan magie dan aan de kerk en deze bedrijfstak biedt aan honderdduizenden werk, een veelvoud van het aantal priesters. Handlezen, beheksing, duivelsbezwering, toekomstvoorspelling en zwarte missen vullen de katholieke godsdienstbeleving moeiteloos aan.

Het zijn alledaagse en gerespecteerde vormen van magie in een land waar wenende Madonnabeelden en het vloeibaar worden van het bloed van de heilige Januarius evenzo tot de traditie behoren. In katholieke zendingsgebieden als Brazilië of de Filippijnen heeft de kerk het al moeten afleggen tegen de attracties van magie en bijgeloof, vooral omdat ze het heil op korte termijn beloven.

De Italiaanse socialist en ex-premier Craxi raadpleegt zijn magiër als hij voor belangrijke beslissingen staat, zoals een reis naar Amerika. Daar heeft hij ongetwijfeld het echtpaar Reagan ontmoet dat zich door een astroloog uit Californië liet raden of de sterren gunstig stonden voor bepaalde besluiten.

In dat zelfde Californië, vol wetenschap en technologie, waar op iedere hoek van Stanford of Berkeley een Nobelprijswinnaar in de exacte vakken werkt, is er een gigantische markt voor geestverruiming, van drugsgebruik tot waarzeggers, van aardreligie tot Zen en van oerschreeuw tot meditatie.

In Nederland is alternatieve geneeskunde respectabel geworden, zijn kruidenvrouwtjes succesauteurs en neemt de staatssecretaris van volksgezondheid een door de Staatsdrukkerij uitgegeven werk in ontvangst dat onomstotelijk de werkzaamheid van citrusvruchten gecombineerd met optimisme bij kankerbehandeling aantoont. Het Moermandieet is dan ook in het Antoni van Leeuwenhoekhuis op verzoek verkrijgbaar.

Onze kennis van de wereld en onszelf is na de Tweede Wereldoorlog onvoorstelbaar gegroeid. Er werken nu meer onderzoekers aan de groei van kennis dan ooit in de voorafgaande menselijke geschiedenis. De effecten, in technologie, geneeskunde en alledaags leven, zijn de vertaling van die kennistoename met een snelheid die binnen één generatie het leven transformeert. Dat wetenschap en technologie de vooruitgang dienen en ons bestaan verrijken of draaglijker maken, wordt door de samenleving echter maar half geloofd.

De kernfysicus Alvin Weinberg kon in 1965 nog verklaren dat dit de eeuw van wetenschap en techniek was, met kernreactors en wolkenkrabbers als kathedralen. Anderen vreesden een wetenschap die kernwapens, milieubederf en elektronische spionage voortbracht, bevorderd door de morele uitverkoop van onderzoekers aan het militair-industriële complex. Wij kunnen ons nu al haast niet meer indenken dat in 1972 de Amerikaanse artsenorganisatie vroeg het werk aan reageerbuisbevruchting op te schorten, omdat het de grenzen van de geneeskunde overschreed. Twee jaar later vroeg de Amerikaanse Academie van Wetenschappen een tijdelijk staken van DNA-onderzoek, uit vrees dat vreemde nieuwe microben zouden ontstaan. Voor de moderne wetenschap was weinig veilig of heilig en Dr. Strangelove werd het symbool van de wetenschapsman als kwade genius.

De kloof tussen wetenschap en samenleving is sinds die 70'er jaren niet meer gedicht, maar wel versmald. De wapenrace hield op, DNA-onderzoek bracht nieuwe inzichten en behandelmethoden, reageerbuisbaby's verschillen niet van andere en een bezuinigingsronde in de hele Westerse wereld zette wetenschap op een lagere plaats bij de maatschappelijke prioriteiten. De wereld is toegankelijk en soms begrijpelijk door wetenschappelijk onderzoek maar de wetenschap lost geen probleem in de samenleving op, of het nu gaat om drugs, werkeloosheid of milieubederf. Er is een eind aan het vooruitgangsgeloof want de televisie brengt ons thuis dat er niet ver weg, nu de muren vallen, overal nieuwe Middeleeuwen blijken te zijn.

Misschien is de vlucht in het irrationele, de behoefte aan magie, wondergenezing en bezwering een fundamentele menselijke behoefte, een honger die tijdelijk maar niet blijvend met rationele antwoorden kan worden gevoed. De Engelse historicus Keith Thomas beschrijft hoe in het Engeland na Elizabeth I geleidelijk aan de magie verdween toen het protestantisme als redelijke godsdienst opbloeide en het onderzoek naar de natuur stimuleerde. De magie, zoals die zich uitte in astrologie, tovenarij en alchemie verklaart de wereld op eigen wijze en gaf zin aan gebeurtenissen. Ze gaf raad hoe ongeluk en misère te vermijden en als dat niet lukte, was er een uitleg voorhanden. Het hielp in het alledaags bestaan, bij zorg en angst, maar het verklaarde de mens zijn herkomst of toekomst niet.

De fundamentele vragen van het menselijk bestaan kregen een antwoord in de christelijke religie, met een betekenis voor leven en dood. Het ontstaan van de natuurwetenschap in de zeventiende eeuw verdreef de magie, omdat de beheersing en het begrip van de omgeving toenam. De Verlichting zette er de kroon op. De alledaagse vragen konden redelijk en empirisch worden beantwoord waardoor niet alleen magische maar ook christelijke zingeving terrein verloor. Dat de blijde wetenschap ons naar de beste van alle werelden zou brengen, geloofde echter Voltaire al niet meer, als hij de niets vermoedende Candide met de boosheid van mensen in aanraking brengt.

Inmiddels zijn celbioloog en bevrijdingstheoloog het met elkaar eens dat de mens niet veel meer is dan een vergankelijk, biologisch toevalsprodukt dat geen eeuwigheidswaarde heeft. Op aarde kan de soort het best worden gediend met een zekere zelfbeperking, ook bij het voortplanten. We leven in een koud heelal dat geen weet van ons heeft, zonder God of gebod en onze oorsprong of toekomst kennen we niet. We moeten er met elkaar het beste van zien te maken, maar iedere krantelezer weet dat het niet meevalt. Waar de oude rituelen zijn verdwenen of hun zin hebben verloren, bij geboorte en gebrek, bij ziekte en dood, ramp en willekeur, rouw of verdriet, zijn nieuwe verklaringen en oplossingen gewenst. Wij kennen de wereld misschien beter maar ons eigen lot en leven steeds minder.

Dat antwoord komt zelden van de wetenschap tenzij ook daar de magiërs opstaan met koude kernfusie, het wondermiddel voor Aids of kanker, het mysterie van homeopatische verdunning of het Tao van de natuurwetenschap waarbij Oost en West elkaar in de atoomkern ontmoeten. De ontmaskering ervan doet de vraag naar nieuwe tovenarij alleen maar toenemen, want we zijn een verwende wereld, die op iedere vraag een antwoord zoekt.

De antropoloog Malinowski meende al zestig jaar geleden dat magie vertrouwen gaf omdat het primitieve mensen in staat stelde hun verwachtingen in rituelen te vatten. Die rituelen maakten het mogelijk het dagelijks leven de baas te blijven. Magie ontstaat waar de greep op de omgeving beperkt is, vooral bij bedreiging van gebrek, ongeluk, ziekte of dood.

Het is moeilijk te zeggen of dat anno 1992 voor Westerse mensen geldt. Misschien laat onze maatschappijvorm met zijn nadruk op het materiële welzijn en zijn economie van de arbeid mensen weinig greep over hun eigen leven en protesteren wij met onbehagen, ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid tegen de produktienorm. De individualisering en de eenzijdige nadruk op het materiële maken dat wij ondanks alles in de kou staan bij levensgebeurtenissen die ons raken. In ieder geval kunnen wij transcedentaal mediteren, onze horoscoop trekken, kruiden slikken voor elke kwaal en het licht uit het Oosten over onze Westerse duisternis laten schijnen als de rede slaapt.

De kille troost van wetenschap is dat vragen onbeantwoord blijven en als er al antwoorden zijn, bieden ze geen gemoedsrust. Op het kussen van onwetendheid slaapt het even slecht als op de harde bouwstenen van onze natuurwetenschappelijke kennis. Als ook religie geen sluitend en aanvaardbaar antwoord kan geven, is magie misschien geen werkzame technologie om onze angsten te bezweren, maar de behoefte is er niet minder om. In een rationele wereld, gedomineerd door natuurwetenschap en technologie, zullen wij uit de gouden kooi van de rede willen ontsnappen, desnoods met een vliegende schotel.