Geen uitbreiding fouilleren; Coalitie eens over plicht tot identificatie

DEN HAAG, 30 JAN. De coalitiepartijen CDA en PvdA zijn het gistermiddag eens geworden over de invoering van een beperkte identificatieplicht.

De eerder door de CDA-fractie geëiste algemene identificatieplicht is daarmee van de baan. Ook krijgt de politie niet de door het CDA gewenste ruimere fouilleringsbevoegdheid.

De afspraken zijn gistermiddag gemaakt tijdens een besloten bijeenkomst van bewindslieden en Kamerleden van CDA en PvdA. Eerder was al overeenstemming bereikt tussen de coalitiepartners over het invoeren van een identificatieplicht in het financiële verkeer - om belastingfraude tegen te gaan - en tussen werkgevers en werknemers, om illegale arbeid te bestrijden. De PvdA had zich destijds in de Kamer uitgesproken tegen de “Amerikaanse toestanden” die zouden ontstaan als de politie burgers op straat zou mogen fouilleren.

Het bestuurslid van het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM), J.P. Loof, wijst er in een reactie op dat een "beperkte' legitimatieplicht in de praktijk er op zal neerkomen dat je “altijd je identiteitsbewijs op zak moet hebben omdat er elk moment om kan worden gevraagd”.

Om zwart rijden in het openbaar vervoer te bestrijden zal de nadruk worden gelegd op preventieve maatregelen. Dit betekent bijvoorbeeld de terugkeer van de conducteur in de tram. Betrapte zwartrijders die niet akkoord gaan met een schikking, moeten mee naar het politiebureau om hun identiteit te laten vaststellen. Alleen wanneer de kans aanwezig is dat een verdachte zijn identiteitsbewijs zoek zal maken of vernietigen mag een opsporingsambtenaar overgaan tot fouillering. Hij zal dan wel een proces verbaal moeten opmaken dat wordt doorgezonden naar de officier van justitie zodat achteraf controle mogelijk is over de rechtmatigheid van het politie-optreden.

Volgens PvdA-woordvoerster Kalsbeek-Jasperse is gisteren niet gesproken over de identificatieplicht rondom voetbalstadions. Bij het overleg gisteren waren aanwezig premier Lubbers, vice-premier Kok, minister Hirsch Ballin (justitie), minister Dales en staatssecretaris De Graaff Nauta (binnenlandse zaken), minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken), en minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). Zij spraken met de fractievoorzitters Brinkman (CDA) en Wöltgens (PvdA) en de Kamerleden Van den Burg (CDA) en Kalsbeek (PvdA).

Pag.3:

Juristen: onvoldoende noodzaak identificatie

In het regeerakoord hebben de coalitie-partijen al afgesproken dat er geen algemene identificatieplicht zou komen. De tekst luidt letterlijk: “Het invoeren van een algemene identificatieplicht wordt niet overwogen.” Maar in verband met het wegvallen van de controles aan de binnengrenzen ten gevolge van het Akkoord van Schengen, kwam de CDA-fractie, bij monde van afgevaardigde Gualthérie van Weezel, toch met de eis van een algemene identificatie-plicht. Van Weezel wijst erop dat de identificatie-plicht in andere Schengenlanden (Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal) wel verplicht is. Hij is bevreesd voor toename van illegale arbeid en belasting fraude als Nederland zijn beleid niet bijstelt. Vanochtend kondigde hij aan dat hij tijdens het debat vandaag in de Kamer over het Akkoord van Schengen goedkeuring van dat verdrag afhankelijk wil stellen van de invoering van een identificatieplicht “zonder mitsen en maren”. Van Weezel: “Ik ben niet aanwezig geweest bij het bewindslieden-overleg gisteren, dus ik houd mij aan de tekst die dinsdag in de fractie is afgesproken.”

Volgens het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM) komt het voorstel door de algemene werking van een beperkte legitimatieplicht in strijd met het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Daarin staat dat er pas van een inbreuk van het recht op privacy sprake mag zijn indien er een dringende noodzaak is, een “pressing social need”. Volgens het juristencomité wordt onvoldoende aangetoond dat voor alle stuaties waarin nu een identificatieplicht wordt geschapen de problemen zo groot zijn geworden dat er sprake is van een noodzaak tot het hanteren van die legitimatieplicht.

Het concept-wetsvoorstel dat de minister van justitie in april vorig jaar bekendmaakte komt voor een belangrijk deel overeen met de nu gemaakte afspraken. Over dat concept-voorstel zegt het NJCM te vrezen dat de identificatieverplichtingen in de praktijk vooral ten aanzien van vreemdelingen bijzonder discriminerend zullen werken. “Het zal een indeling van de bevolking naar etnische afkomst misschien zelfs wel versterken”.