DE ZESDE SPEELFILM VAN AGRESTI IMPONEERT VOORAL VISUEEL; Dood van een levenskunstenaar

Modern Crimes. Regie: Alejandro Agresti. Met: Tim Ward, Alejandro Agresti, Adrian Brine. Amsterdam, Rialto; Rotterdam, 't Venster (vanaf ma); Den Haag, Haags Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt.

De zesde lange speelfilm van de in Nederland wonende Argentijn Alejandro Agresti, Modern Crimes, mocht afgelopen week het Filmfestival Rotterdam openen. De verwachtingen waren hoog gespannen; na drie Spaanstalige, in Argentinië opgenomen speelfilms, waarvan er twee (Love Is A Fat Woman en Secret Wedding) een Gouden Kalf wonnen, en de in een niemandsland gesitueerde, op een overmaat aan ambitie stuk lopende fantasie (Luba), meende Agresti toe te zijn aan films over zijn nieuwe vaderland. In de vorige maand door de VPRO uitgezonden televisiefilm Everyone Wants to Help Ernst bewees Agresti nog niet goed uit de voeten te kunnen met Nederlands gesproken dialogen en een poging tot satire op de Hollandse spruitjescultuur. Modern Crimes, waarin weer Engels gesproken wordt, is veel beter geslaagd als de visie van een Latijnsamerikaanse buitenstaander op de kilte van de moderne Randstad. Vooral in visueel opzicht imponeert Agresti, die zelf in overleg met "director of photography' Nestor Sanz de camera bediende; hij schildert de betonnen kantoorwijken, de knalgele forensentreinen, de troosteloze uitzichten, de kale flats als het decor van een leven zonder passie, waarin orde en regelmaat voor welvaart en gevoelsarmoede zorgen.

De vaak prachtig gecomponeerde beelden bevatten relatief veel extreme close-ups en "two-shots', als om het isolement van de personages te benadrukken. Zij staan alleen in een wereld die niet op hun maat toegesneden is.

Ook in verschillende interviews beschrijft Agresti Nederland als een plek waar hij weliswaar goed werken kan, maar waar de koele omgangsvormen uitsluitend gericht zijn op het vermijden van conflicten, met als resultaat naar binnen gekeerde agressie. De meest extreme consequenties van die levensinstelling, zelfmoord en druggebruik, vormen een hoofdthema van Modern Crimes.

Afgezien van mogelijk chauvinisme, verhinderen twee factoren dat de Nederlandse kijker zich identificeert met de uitwerking die Agresti in de film geeft aan deze op zichzelf genomen verdedigbare visie. In de eerste plaats zijn architectuur, landschap en de namen van de personages herkenbaar als Nederlands, maar niet hun smaak, geur en klank. De buitenkant is naar het leven geschilderd, maar niet de onderhuidse tegenstrijdigheden, zoals pijnlijke gezelligheid, royale gierigheid en provinciaal kosmopolitisme. De belangrijkste reden dat ik het spiegelbeeld dat Agresti ons voorhoudt niet herken, is waarschijnlijk de taal. Alle personages spreken Engels met een overwegend Britse tongval, wat bijvoorbeeld de stem van een begrafenisondernemer te weinig zijïg of die van een kantoorchef te pompeus maakt. Bovendien krijgt de geluidsband er een vreemde monotonie door, alsof een aantal buitenlandse acteurs mechanisch de personen in een Hollands decor heeft nagesynchroniseerd. Het zou aardig zijn om Modern Crimes eens te vertonen in samenhang met een Engelstalige speelfilm over Nederland, zoals The Diary of Anne Frank of A Bridge Too Far, om deze theorie van vervreemde realiteit door de taal te toetsen.

Een ander, misschien ernstiger probleem, vormen de gedachtenkronkels in het scenario. Het motto van de film, uitgesproken door een oudere, aan ongeneeslijke kanker lijdende man in de trein (Adrian Brine), luidt: “People don't die, they get killed”. Hij legt aan zijn jonge medereiziger Tim van Sandwijk (gespeeld door de Nieuwzeelandse acteur Roy Ward) uit daarmee te bedoelen dat iemands dood altijd veroorzaakt wordt door het gedrag van een ander. Zelfs wie aan longkanker sterft, kan zich afvragen door wie hij zo onder druk gezet is dat hij het roken niet laten kon.

Voor zover ik weet heeft deze merkwaardige vorm van afgewenteld schuldbesef zelfs in het calvinisme weinig wortel geschoten. Ook het existentialistische denken legde juist altijd de nadruk op de verantwoordelijkheid van ieder individu voor zijn eigen leven, en hoogstens voor de Ander als abstract begrip. De oorsprong van Agresti's magische filosofie over dood en moord berust dan ook op een al dan niet opzettelijke misinterpretatie. De woorden van Brine ontleende Agresti aan een Argentijnse politieman, die ze uitsprak tijdens een verhoor; het was in die context natuurlijk eerder een dreigement dan een levensles.

De opvatting dat mensen niet sterven, maar vermoord worden functioneert in Modern Crimes als de motor van een soort thriller. Tim, een kleurloze radiomonteur, heeft een flamboyante, Italiaanse vriend, Alex (gespeeld door Agresti), die om duistere redenen zelfmoord pleegde, vlak nadat hij aan Tim verteld had overmorgen te zullen trouwen met het meisje dat hij drie dagen eerder ontmoette. Tim vraagt zich af wat de dood van Alex veroorzaakte. Hij komt langzaam via flash-backs tot de conclusie dat hij er zelf verantwoordelijk voor was, door cynisch en afstandelijk te reageren op Alex' mededeling over een grote impulsieve liefde. Net zoals Agresti dat zelf regelmatig van Hollanders te horen krijgt, beschuldigt Tim Alex zelfs van druggebruik.

Ook als we de reactie van Tim op zijn vreselijke ontdekking - een deraillerende scène met een open lijkkist - buiten beschouwing laten, is deze scenariovondst klinkklare nonsens. Zou de latijnse levenskunstenaar Alex zich werkelijk door een teleurstellend cafégesprek met zijn gevoelsarme Nederlandse vriend de dood in laten jagen? Het zou getuigen van extreme ego-zwakte van het personage, waarmee de regisseur zich identificeert.

Wellicht begeeft men zich op een totaal verkeerde weg door een film van Agresti aan een logische analyse te onderwerpen. De kracht van zijn filmen ligt, het is al vaak eerder gezegd, nu eenmaal in de visuele inventiviteit en emotionele dadendrang. Maar die laatste troefkaart houdt dit keer geen stand, wanneer zelfs in gevoelsmatig opzicht een en een geen twee meer is.