De droom van Reykjavik komt uit

Snelle vingers bewegen de toetsenborden, het "soft ware'-geheugen van honderden raketten wordt uitgewist. Tientallen jaren lang stonden hun doelen daarin gegrift: het regeringscentrum van Washington, de marinebasis in San Diego, het Strategisch Lucht Commando in Omaha, de Boeing-fabrieken in Seattle, om er maar een paar te noemen. Op een enkel bevel van de Russische president Jeltsin is daaraan een einde gemaakt. Het was ook langzamerhand te bizar om het land onder schot te houden waarvandaan het broodgraan, de markteconomen, de managers, de experts op het gebied van energiewinning en - distributie komen die Jeltsins Gemenebest van Onafhankelijke Staten van de ondergang moeten redden. Je vernietigt niet je eigen levensader.

Onmiddellijk rees de vraag: waarop staan de engelen des doods nu gericht? Op die vraag is geen antwoord gekomen, maar aannemelijk is dat het luidt: nergens op. De verwoestende kracht van de strategische strijdkrachten van de Sovjet-Unie had tot doel de even verwoestende kracht van de strategische strijdkrachten van de Verenigde Staten in evenwicht te houden - en omgekeerd. De "overkill' van de een neutraliseerde als het ware de "overkill' van de ander. Daarin ligt de conclusie besloten dat er geen ander emplooi voor deze twee giganten kan worden gevonden nu zij elkaar uit hun wederzijdse houdgreep hebben bevrijd. Jeltsins bevel van afgelopen weekeinde was niet meer dan een formaliteit, dan een erkenning van de feitelijk bestaande toestand.

Onder Gorbatsjov was het al begonnen: de wapenrace, maar dan waargenomen op een terugspoelende film, die de zwaarden van de twintigste eeuw via de smeltovens doet terugkeren in hun oervorm. Het in jarenlang geharrewar tot stand gebrachte Verdrag tot vermindering van de strategische bewapening (START) was achterhaald toen het vorig jaar werd getekend. Amerikanen en Russen wilden van hun kostbare arsenalen af, van hun met meervoudige kernkoppen uitgeruste intercontinentale raketten, van hun Stealth-wapens, van de vergrijsde lange-afstandsbommenwerpers, de werkpaarden van de strategische strijdkrachten, van de nucleaire anarchie die wordt uitgedrukt in de duizenden "tactische' atoombommen en - granaten die voor het Europese front waren bestemd. Al die nieuwe vondsten - van mobiele ondergronds opgestelde superraketten tot radarontwijkende schaduwwapens - waren onnodig geworden. Waarvan Gorbatsjov en Reagan in 1986 in Reykjavik even hadden gedroomd, mocht werkelijkheid worden.

Is de omgeving waarin de volkeren van het noordelijke halfrond leven nu plotseling veiliger geworden? Ja en Neen. Het is verleidelijk om zich te wentelen in de angst voor de risico's van het nieuwe tijdperk, en de vooruitgang die er ontegenzeggelijk in de onderlinge betrekkingen is over het hoofd te zien. Het doemdenken kan dan ongehinderd worden voortgezet. Maar dan worden toch ook de nieuwe kansen die zich aandienen uit het oog verloren. Weliswaar kende het voorbije tijdperk van de Koude Oorlog een zekere stabiliteit - en dat was een nauwelijks te overschatten bijprodukt van het cynisme van de nucleaire chantage - maar die stabiliteit valt vooral op bij de terugblik. De herinnering aan de verschillende crises die zich hebben voorgedaan - rondom Berlijn, Quemoy en Matsoe, Korea, Hongarije, de U-2, Cuba, Indochina, Tsjecho-Slowakije, de Ussuri, het Midden-Oosten - doet beseffen dat het door de geschiedenis verworven oordeel, de toenmalige werkelijkheid enigszins heeft vertekend.

De stabiliteit van de afschrikking zal dus moeten worden vervangen door een evenwicht van de goede samenwerking. Het begin daarvan is zichtbaar, maar het verdere verloop van de weg onttrekt zich aan het oog. Om te beginnen hebben we weinig meer in handen dan goede bedoelingen. Onder de onbeweeglijkheid van de nucleaire patstelling blijkt zich aan de kant van de voormalige Sovjet-Unie een zeer explosief mengsel van sociaal-economische achterstand en morele verloedering te hebben opgehoopt. Zoveel, elkaar tegenstrevende, krachten zijn tegelijkertijd losgewoeld dat niemand ook maar een voorspelling kan doen over de resultante die daaruit zal ontstaan. Zeker is dat het stopzetten van de ineenstorting, laat staan het begin van een nieuwe opbouw afhankelijk blijft van de wil van de bewoners van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Zij zullen zichzelf aan de haren uit het moeras omhoog moeten trekken. Pas dan zal hulp van buitenaf enig effect kunnen boeken.

Tegnover deze chaos staat niet een zelfverzekerde overwinnaar, maar een verdeelde volkerengemeenschap. De geïndustrialiseerde wereld deelt zich meer en meer op in blokken waar het elkaar in de gaten houden tot prioriteit is verheven. Onder en over de scheidslijnen golft nog wel de economische bedrijvigheid die te universeel is geworden om zich eenvoudig in door politici en bureaucraten in elkaar getimmerde hokjes te laten opsluiten, maar de in gang gezette ontwikkeling laat zich vertalen als een premie voor de achterblijvers - en dus als een beletsel voor de voorlopers. Op de economische groei en de sociale vooruitgang in de wereld wordt op die manier een helaas perfect functionerende rem geplaatst.

In een tijdsgewricht waar van de leidende, rijke mogendheden een verbeeldingskracht en een inspanning wordt vereist die de energie, besteed aan de ontwikkeling van de zogenaamde Derde wereld, verre zou moeten overtreffen, zet zich een politieke en ideologische verlamming door die de heersende duisternis slechts dichter maakt. Dat wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de morele deceptie die zich van de Amerikanen heeft meester gemaakt. Niet de zege op "het rijk van het kwaad' bepaalt hun gemoedstoestand, maar de relatieve achteruitgang in hun eigen vooruitzichten, gevolg van een institutionele verzadiging die het tempo van de individueel beleefde vooruitgang vertraagt en die het de nieuwe generaties moeilijk maakt de prestaties van de voorgaande te overtreffen. In hoeverre de opkomst van Japan en West-Europa daaraan debet is, laat zich moeilijk vaststellen, maar de psychologisch negatieve invloed is er niet minder om. Juist de economische rivaliteit vanuit andere werelddelen dreigt de Amerikanen ertoe te verleiden de oorzaak van en de verantwoordelijkheid voor hun tegenslagen uitsluitend buiten de eigen grenzen te zoeken.

Een presidentieel verkiezingsjaar in de Verenigde Staten legt de internationale politieke ontwikkeling gewoonlijk vrijwel stil. Ondanks de devaluatie van de Amerikaanse macht is dit axioma nog steeds geldig, het is ditmaal zelfs sterker dan ooit. In de democratieën van het Westen is het steeds moeilijker gebleken de politiek de weerspiegeling te laten zijn van wat de kiezers beweegt. De kloof tussen de retoriek van de politici en de drijfveren van het electoraat is nagenoeg overal verwijd. Ook en misschien wel speciaal in de Verenigde Staten. President en kandidaat Bush is letterlijk teruggefloten toen hij zich als vanouds wilde overgeven aan wat hem als politicus meer dan wat anders bezig houdt: de plaats van zijn land in de wereld. Bush wordt nu ingewreven dat die plaats niet in laatste instantie wordt bepaald door binnenlandse problemen en maatschappelijke sectoren die zijn regering tot dusver heeft verwaarloosd. De Amerikaanse president bevindt zich tussen de devil van de internationale anarchie en de deep blue sea van Amerika's eigen frustratie - en met hem de rest van de wereld.