Concernleider als kosmopoliet

Nu de grote ondernemingen in de wereld steeds meer internationaal opereren, proberen zij ook steeds meer internationale topmanagers aan te trekken. Zo vertrekt de Nederlandse ex-minister dr. Onno Ruding weldra naar het Amerikaanse Citicorp om daar als vice-president te werken. Hij is een van de vele topmensen die elders aan de slag gaan

Nu steeds meer ondernemingen de grenzen overschrijden en zich over de hele wereld verbreiden, proberen ze ook vaker hun directiekamers een internationaal cachet te geven. Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan is deze tendens te zien. Hoe multinationaal de activiteiten ook zijn geworden, volgens de organisatiedeskundigen zochten de meeste Amerikaanse en Europese bedrijven hun commissarissen tot nu toe in eigen land.

De oorzaak van de verandering is dat de topmensen van bedrijven beginnen in te zien dat ze een mondiaal perspectief moeten ontwikkelen, te beginnen op het niveau van de raad van bestuur. En daarbij komt dat de Europese handelsbarrières wegvallen, dat de Aziatische markt steeds belangrijker wordt, dat de concurrentie in de meeste sectoren een steeds mondialer karakter krijgt, en dat de buitenlandse investeringen zijn toegenomen.

In de Verenigde Staten wordt de tendens versneld door het grotere kader van Amerikaanse topfunctionarissen met internationale ervaring. En sommige buitenlanders in de Amerikaanse raden van bestuur bekleden inmiddels topposities: vorige week benoemden de commissarissen van Citicorp bijvoorbeeld hun medelid Onno Ruding, voormalig minister van financiën, tot vice-president, verantwoordelijk voor de mondiale financiële activiteiten van de bank.

We zullen in de jaren negentig een belangrijke verandering in de raden van bestuur zien, voorspelt Bjorn Johansson, de internationale president van Carre Orban & Paul Ray International in Zürich, een groep die topfunctionarissen rekruteert. Hij zou kortgeleden opdracht hebben gekregen om een Europeaan aan te trekken voor de raad van bestuur van een groot Amerikaans bedrijf en om een Duits sprekende Amerikaan te zoeken voor een groot Zwitsers industrieel concern. “Bedrijven hebben behoefte aan commissarissen die mondiaal denken en internationaal georiënteerd zijn”, aldus Johansson.

Dit is pas het begin, zo meldt zijn collega in Brussel, Georges Orban, president van Carre Orban. “Tot dusverre zijn Europese bedrijven er nog niet aan begonnen, behalve multinationale ondernemingen of bedrijven met dochterondernemingen in de Verenigde Staten”, zegt Orban. “Nu probeert iedereen het... De beste bron van informatie over de wijze waarop je met Amerikanen moet omgaan is per slot van rekening een Amerikaan in je raad van bestuur.”

De meeste ondernemingen in de Verenigde staten hebben een raad van bestuur die uitsluitend uit Amerikanen bestaat. Tussen 1982 en 1988 - het zogenaamde decennium van de "mondialisering' - is het percentage Amerikaanse bedrijven met ten minste één niet-Amerikaans lid in de raad van bestuur zelfs gedaald.

Maar daar lijkt verandering in te komen. Uit een onderzoek van de recruiters Korn/Ferry International blijkt dat het aantal Amerikaanse bedrijven met buitenlandse commissarissen licht is gestegen, van 10,7 procent in 1988 naar 12,1 procent in 1990. Het aantal buitenlanders in de raad van bestuur van de 1.000 grootste bedrijven van de Verenigde Staten is met 22,4 procent gestegen van 152 in 1990 naar 186 vorig jaar, zo luidt de conclusie van een analyse van de jaarrekeningen in de nieuwsbrief Directorship.

Pag.20:

Rudings vertrek naar Citicorp niet uniek; Topmensen van bedrijven beginnen in te zien dat ze een mondiaal perspectief moeten ontwikkelen.

Al begint deze tendens zich pas net af te tekenen, “het zal ineens een rage worden”, voorspelt Charles T. Sweet, president van A.T. Kearney Inc., rekruteurs van topfunctionarissen. Hij zoekt voor het eerst een Europese manager voor een Amerikaanse cliënt. Verscheidene concurrerende headhunters beweren dat ze ongeveer vijf soortgelijke verzoeken per jaar krijgen, terwijl dat een paar jaar geleden niet voorkwam.

Een aantal vooraanstaande Europese bedrijven - met name bedrijven met een kleine binnenlandse markt - zijn verder met de internationalisering van hun raden van bestuur dan de Amerikanen. Uit een analyse uit 1990 van het Zwitserse rekruteringsbedrijf Egon Zehnder International Inc. bleek dat negen van de twintig grootste Britse ondernemingen buitenlandse externe commissarissen hadden. In Italië gold dat voor elf van de vijftien grootste en in Frankrijk voor veertien van de twintig grootste concerns.

In de raad van bestuur van British Petroleum Co. zitten een Duitser, een Ier en een Amerikaan. Het Zwitserse voedingsmiddelenconglomeraat Nestlé SA heeft vier nationaliteiten (Zwitsers, Frans, Duits en Paul Volcker, de voormalige president van het stelsel van Amerikaanse federale banken) in de vijftienhoofdige raad van toezicht. In de uit elf personen bestaande directie van Nestlé zijn vijf nationaliteiten vertegenwoordigd: Zwitsers, Spaans, Amerikaans, Duits en Oostenrijks. Ook Ciba Geigy AG in Zwitserland heeft Franse, Amerikaanse en Duitse commissarissen aangetrokken.

Philips Electronics NV telt zeven nationaliteiten onder de elf leden van de raad van toezicht (Nederlands, Belgisch, Brits, Amerikaans, Italiaans, Zweeds en Duits). En Charles Price II, voormalig ambassadeur van de VS in Groot-Brittannië, is commissaris van British Airways PLC en Hanson PLC.

Ter voorbereiding op de fellere concurrentie op de eenwordende Europese markt zijn ingewikkelde netwerken opgezet van internationale banden tussen bedrijven waarbij in veel gevallen commissarissen zijn uitgewisseld. De Dresdner Bank heeft in haar raad van bestuur bijvoorbeeld Jacques Henri Wahl, directeur van de Banque Nationale de Paris, en Jürgen Sarazin van de Dresdner Bank zit in de raad van bestuur van BNP te Parijs. Zo zit Wilhelm Christians van de Deutsche Bank AG in de raad van bestuur van de Franse glasfabrikant Saint-Gobain SA, terwijl president Jean-Louis Beffa van Saint-Gobin in de raad van de Belgische Petrofina SA zit; in beide gevallen hebben de betrokken bedrijven een oude band met elkaar.

En dan zijn er nog de opkomende Euro-bedrijven, waarvan Asea Brown Boveri ABB, het gigantische Zweeds-Zwitserse syndicaat, een vaak aangehaald voorbeeld is. De raad van bestuur bestaat uit twee commissarissen uit Zwitserland, twee uit Zweden, twee uit Duitsland, één uit de Verenigde Staten en één uit Luxemburg. “Steeds meer Europese bedrijven zullen het voorbeeld van ABB volgen”, voorspelt Hubertus G. Tschopp, beherend vennoot van Egon Zehnder International in Zürich.

De toenemende internationalisering van het zakenleven heeft in feite overal dezelfde gevolgen. “Ik kan me niet voorstellen dat je besluit een raad van bestuur zuiver Amerikaans te houden als je over de hele wereld actief wilt zijn”, aldus John Bryan, president en topfunctionaris van Sara Lee Corp., een grote producent van voedingsmiddelen en consumptiegoederen in Chicago. Bryan meent dat ongeveer een derde van zijn achttien leden tellende raad van bestuur uit buitenlanders zou moeten bestaan, omdat het bedrijf voor ongeveer 40 procent van de verkoop afhankelijk is van het buitenland. Op dit moment is hij in West-Europa op zoek naar een vijfde niet-Amerikaanse commissaris.

Afgelopen november heeft Sara Lee de Australische industrieel Sir Arvi H. Parbo benoemd tot lid van de raad van bestuur. Sir Arvi, een Estlander die president is van vijf Australische ondernemingen, besloot dat hij de acht jaarlijkse bestuursvergaderingen van Sara Lee in zijn agenda kon inpassen omdat hij toch al regelmatig in de VS is, zo merkt Bryan op. Een van de redenen daarvoor is dat Sir Arvi sinds 1980 commissaris is van Aluminium Co. of America.

Maar andere Amerikaanse bedrijven kunnen slechts met moeite niet-Amerikaanse commissarissen strikken. Ze moeten vaak nieuwe methoden verzinnen om de bezwaren van buitenlandse topfunctionarissen weg te nemen ten aanzien van conflicterende agenda's, de tijdrovende reis naar de VS voor de bestuursvergaderingen en ook de aansprakelijkheid van commissarissen.

Bij Rohm & Haas Co. uit Philadelphia bleek tijdige planning te helpen. De producent van gespecialiseerde chemicaliën had vorige zomer de Duitse bankier Ronaldo H. Schmitz benaderd met het verzoek zitting te nemen in de raad van bestuur. De commissarissen van Rohm & Haas moesten vorige maand wachten met de benoeming van dr. Schmitz, een directeur van de Deutsche Bank AG. Hij had tijd nodig om zijn reisschema voor de VS aan te passen zodat hij de vijf jaarlijkse bestuursvergaderingen van het bedrijf kon bijwonen.

Eén Amerikaans bedrijf belegt zijn vergadering elders om een buitenlander te kunnen aantrekken. Meer dan een dozijn Europese topfunctionarissen en politici hebben in de afgelopen tijd een commissariaat geweigerd dat door deze Amerikaanse producent van de Fortune 50 werd aangeboden. Uiteindelijk heeft een bedrijfsdirecteur het commissariaat aangenomen - hij zal binnenkort de eerste Europese commissaris bij de onderneming worden - deels omdat de raad van bestuur heeft beloofd eens per jaar in Europa bijeen te komen.

Maar het kan de buitenlandse topfunctionaris door de grote afstand onmogelijk worden gemaakt aan zijn verplichtingen als commissaris te voldoen wanneer in zijn eigen bedrijf een crisissituatie ontstaat. Sir David Plastow, president en hoofddirecteur van Vickers PLC, zegt dat hij de helft van de acht bestuursvergaderingen in 1989 heeft moeten missen omdat hij een dreigende overname in Groot-Brittannië moest voorkomen.

Om die reden kiezen veel ondernemingen liever voormalige regeringsfunctionarissen of gepensioneerde topfunctionarissen uit het buitenland.

Eenmaal in de raad van bestuur merken niet-Amerikaanse commissarissen vaak dat ze worden overstemd door commissarissen met een zuiver Amerikaanse visie. “Er dringt maar weinig door over de vaak aanzienlijke internationale activiteiten” omdat “Amerikanen zich meer op hun gemak voelen als het over het Amerikaanse zakenleven gaat dan als het over de rest van de wereld gaat”, klaagt de enige Europese commissaris in de raad van bestuur van een Amerikaans bedrijf.

Toch slagen sommige buitenlandse commissarissen er in de beperkte visie op de wereld van hun Amerikaanse collega's te verruimen. Juan Steta, advocaat uit Mexico City, vertelde zijn collega's in de raad van bestuur van Barnes Group Inc., een producent en distributeur van industriële onderdelen, over de sterke werkrelatie tussen Mexicaanse fabrieksdirecteuren en hun klanten. Hij stelde voor deze benadering ook elders toe te passen.

Het idee van Steta “had op één plaats succes en wordt nu in het hele bedrijf toegepast”, aldus Boris Yavitz, een commissaris van Barnes en docent bedrijfskunde aan Columbia University. “Een nieuw perspectief kan je aan het denken zetten”, voegt professor Yavitz eraan toe, vooral wanneer “je aanneemt dat iets maar op één manier kan. We zitten allemaal in onze favoriete sleur”.

Manfred Caspari, een gepensioneerde functionaris van de Europese Gemeenschap, begon in juni 1990, de maand dat hij toetrad tot de raad van bestuur van Hercules Inc., de mensen wakker te schudden. Hij stelde voor dat de onderneming, gespecialiseerd in chemische stoffen en ruimtevaarttechnologie, meer banen op het hoofdkantoor in de VS beschikbaar zou stellen aan Europeanen, deels door pas afgestudeerden aan te trekken en er een tijd te laten werken. De raad van bestuur is nu van mening dat Europeanen meer kans moeten krijgen op hoge functies, omdat het bedrijf “meer verdient in Europa dan in Amerika”, aldus dr. Caspari.

Maar als het om buitenlandse commissarissen gaat, staan sommige landen veel meer in de belangstelling dan andere. Slechts acht van de 186 buitenlandse commissarissen in de analyse van 1991 van Directorship komen uit Japan. De meesten zijn Canadees.

“Ik zou niet gauw een Japanse commissaris aantrekken voor een Amerikaans bedrijf”, zegt een headhunter uit het midden-westen. “Ik geloof niet dat Japanse topfunctionarissen in staat zijn om net zoals Amerikanen te wijzen op de fouten van een topman. “Daar zijn ze niet op ingesteld”, voegt hij er aan toe.

Anderen betwisten dit. Barnes Group heeft een joint venture met de Japanse springverenfabrikant NHK Spring Co. en president Wallace Barnes zegt dat hij “iemand uit Oost-Azië” in de raad van bestuur wil hebben. Hoewel Japanse managers “geen scènes maken”, merkt hij op, kan een Amerikaan met oog voor culturele verschillen “weten wanneer Japanners niet tevreden zijn”.

© The Wall Street Journal