CDA, PvdA twisten over aftrek premie pensioenen

DEN HAAG, 30 JAN. Tussen de regeringspartijen CDA en PvdA bestaat een principieel verschil van mening over de fiscale aftrekbaarheid van premies voor een aanvullend pensioen. De PvdA wil de aftrek-mogelijkheden voor mensen met een inkomen van meer dan 80.000 gulden afschaffen. Het CDA wil niet tornen aan de aftrekbaarheid.

Het aanvullend pensioen betreft de uitkering bovenop de AOW.

J.P.C.M. van Zijl (PvdA) en A.W. Paulis (CDA) ventileren hun opvattingen preluderend op een debat begin volgende week in de Tweede Kamer over aanvullende pensioenen en de financiering van de AOW.

Van Zijl vindt dat een “redelijke pensioenopbouw gewaarborgd blijft wanneer de aftrek boven de 80.000 gulden wordt geschrapt”. De opbrengst voor de overheid wil de PvdA gebruiken voor de verbetering van het leefmilieu en de infrastrucuur.

Zijn CDA-collega Paulis zei geen aanleiding te zien in “het wijzigen van de aftrekbaarheid van pensioenpremies. Dat is absoluut niet aan de orde. Het riekt bovendien naar een ordinaire nivelleringsmaatregel.”

R.L.O. Linschoten (VVD) is “mordicus” tegen het plan van de PvdA. Hij wil de verplichte deelname aan bedrijfspensioenregelingen schrappen. Op dit moment bepalen het bedrijf en de overheid waar de werknemer is verzekerd voor zijn aanvullend pensioen.

Linschoten: “Als de werknemers zelf kunnen bepalen hoe en bij welke maatschappij zij voor hun oude dag verzekerd zijn, dan dwingt dat de pensioenfondsen tot meer concurrentie en dus betere voorwaarden voor de consument.” De pensioenfondsen “vertikken” het om rekening te houden met de individuele wensen van werknemers. Als voorbeeld zei Linschoten dat het pensioen voor nabestaanden niet is over te dragen op een zuster of een broer.

CDA en PvdA plaatsen kanttekeningen bij het VVD-initiatief. PvdA-woordvoerder Van Zijl vreest dat het de solidariteitsgedachte aantast “maar wil het VVD-alternatief eerst grondig bestuderen”.

Aanstaande maandag wordt in de Tweede Kamer over de zogenoemde Pensioennota gesproken; het standpunt van het kabinet Lubbers-Kok over de aanvullende pensioenen. Door de vergrijzing en de wettelijke plicht vrouwen en mannen gelijk te behandelen, vreest het kabinet dat de aanvullende pensioenen op termijn onbetaalbaar worden.