Burgerlijk rechter kan relschoppers wel aanpakken

Strafrechtelijk valt er weinig te doen aan vandalisme-in-groepsverband, maar het nieuwe civiele recht zou dat wel moeten lukken

Een groep voetbalsupporters heeft onlangs ernstige schade toegebracht aan treinstellen van de NS. Geen van de daders werd opgepakt; ze gingen allen vrijuit. Volgens de speciale officier van justitie voor voetbalrellen was Justitie te laat geïnformeerd over de komst van de trein met voetbalsupporters. Verder stelde deze onder meer: “Je kunt niet honderdtwintig lieden door dertig agenten laten aanhouden en als dat al gebeurt, moet je zekerheid hebben dat zij de aangerichte vernielingen werkelijk hebben gepleegd. Dat kan alleen als je de supporters in aparte compartimenten zet, waarbij de tussendeuren zijn afgegrendeld. Nu liepen ze door de hele trein. Zoek dan maar eens uit wie wat heeft gedaan”.

Ministers Maij (verkeer en waterstaat) en Hirsch Ballin (justitie) willen een dergelijk vergrijp langs strafrechtelijke weg effectiever aanpakken. De minister van justitie heeft daartoe een wijziging aangekondigd van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, welke wijziging tot gevolg zou hebben dat het aantoonbaar deel uitmaken van een groep door een individu, althans het niet weggaan op het moment dat het strafbaar gedrag begint, strafbaar wordt gesteld.

Het zal de bewindslieden en andere handhavers van het gezag niet ontgaan zijn dat per 1 januari 1992 een aantal delen van het Nieuw Burgerlijk Wetboek zijn ingevoerd. In dit nieuwe recht is in de afdeling over onrechtmatige daad een artikel opgenomen, waarin in groepsverband toegebrachte schade tot hoofdelijke aansprakelijkheid leidt van de tot de groep behorende personen. Artikel 6:166 BW luidt: Indien één van een tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.

In plaats van de strafrechtelijke weg te kiezen is het mogelijk de civielrechtelijke weg te volgen. Indien slechts een aantal personen van een schade veroorzakende groep wordt aangehouden dan kunnen deze hoofdelijk aansprakelijk gehouden worden voor de schade. In het geval van vernieling van de trein zal de NS de aangehouden betrokkenen dienen te dagvaarden en hen aansprakelijk te stellen. Deze weg biedt voordelen boven een strafrechtelijke aanpak. De toerekening van de gedragingen van aangehouden personen is civielrechtelijk eenvoudiger dan de strafrechtelijk vereiste schuld; de civiele rechter is niet gehouden aan de formele bewijsregels van het strafrecht. Krachtens het Nieuw Burgerlijk Wetboek kan de gedraging reeds worden toegerekend, indien deze op grond van de de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de betrokkene komt. Voorts kan de benadeelde, c.q. het slachtoffer zelf het initiatief nemen in een civiele procedure.

Van de geïdentificeerde daders kan schadevergoeding worden gevorderd. Ook kan een voorschot op schadevergoeding in kort geding worden gevorderd. Nochtans kan de rechter op vordering van de benadeelde echter ook schadevergoeding in andere vorm dan betaling van een geldsom toekennen. Zo is het mogelijk de betrokkenen te veroordelen om mede te werken aan herstel van de schade of op alternatieve wijze de benadeelde te compenseren voor de geleden schade.

Met een veroordeling in kort geding is dit op korte termijn te bewerkstelligen.

Van de zijde van de rechterlijke macht is door mr. B.J. Asscher, president van de rechtbank te Amsterdam, in zijn boekje Meesters der metamorfose onlangs gewezen op de mogelijkheid de civielrechtelijke weg te kiezen, daar waar in het verleden altijd strafrecht een oplossing moest bieden. Hij stelt: “Het is merkwaardig dat de weg van het kort geding als alternatief voor of als aanvulling op een strafrechtelijke afdoening zelden wordt bewandeld. Bijna elk misdrijf is tenslotte niet alleen een strafwaardig evenement, maar tevens een onrechtmatige gedraging tegenover het slachtoffer. En dus ligt de weg via het civiele recht naar de kort-gedingrechter wijd open”. Asscher bepleit in het bijzonder de mogelijkheid de officier van justitie de wettelijke bevoegdheid te geven een civiel proces en dus ook een kort geding aan te spannen als alternatief voor een strafproces. De officier hoeft dan niet te wachten tot de betrokkene het hele strafrechtelijke systeem heeft doorlopen en schuldig is bevonden en veroordeeld. Vooruitlopend hierop, en kort na toebrenging van een schade, kan de officier voorlopige maatregelen tegen de betrokkenen vorderen.

Met het oog op de genoemde mogelijkheden voor de officier kan deze niet meer klagen dat het niet mogelijk is alle betrokkenen op te pakken, omdat hij niet kan aantonen dat de uit de groep opgepakte betrokkenen persoonlijk schade hebben aangericht. De in het Nieuw Burgerlijk Wetboek gecreëerde groepsaanspakelijkheid ondervangt deze moeilijke bewijspositie. De aangehouden personen die civielrechtelijk worden aangesproken kunnen anderen uit de groep welke niet zijn opgepakt in vrijwaring oproepen. Wèl dient dan bewezen te worden dat de in vrijwaring opgeroepen personen in de groep aanwezig waren en schade hebben veroorzaakt. Indien dit bewezen kan worden ontheft dit de in eerste instantie aangehouden personen niet van (groeps)aanprakelijkheid. Dit heeft wèl gevolg voor de verdeling van de schadevergoeding over de betrokkenen. Zij moeten onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen, tenzij in de omstandigheden van het geval de billijkheid een andere verdeling vordert, zo bepaalt artikel 6:166, lid 2 BW.

Het civiele recht is thans goed geëquipeerd relschoppers aan te pakken. Slachtoffers en benadeelden kunnen daar reeds gebruik van maken; het ligt voor de hand dat het openbaar ministerie, als hoeders van het algemeen belang, die mogelijk ook krijgen.

Foto: Supporters van FC-Den Haag worden per bus en begeleid door de ME, naar huis gebracht (foto ANP)