Bestuur gaf geen krimp toen gemeente aangifte had gedaan; SHS-affaire is zedenschets met politie in een bijrol

DEN HAAG, 30 JAN. De gisteren vrijgelaten ex-directeur van de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS), drs J.J.H. R., drieëneenhalve week geleden aangehouden op verdenking van een subsidiefraude van minstens 350.000 gulden, is zwaar gehavend uit de cel gekomen, ook al is zijn eventuele veroordeling nog ver weg.

Gedurende de jongste weken, waarin hij uitsluitend met zijn echtgenote en advocaat contact mocht hebben, werden zijn laatste medestanders in het Haagse welzijnswereldje van hun strategische posities ontdaan. Zo kon vorige week donderdag het einde van R.'s loopbaan worden bezegeld: "Joop' kreeg met onmiddellijke ingang ontslag aangezegd.

Daaraan ging een boeiende zedenschets uit de praktijk van het maatschappelijk middenveld vooraf - met de Haagse politie in een bijzondere bijrol. De SHS is een op christendemocratisch model gestoelde organisatie. Financieel is de welzijnskoepel voor honderd procent afhankelijk van de gemeente Den Haag, maar conform de politieke mores van de jaren tachtig - de organisatie is in 1986 opgericht - werd de stichting een zware eigen verantwoordelijkheid toebedacht. Een uit vrijwilligers bestaand bestuur kreeg formeel de leiding over de welzijnskoepel, de directeur werd belast met de uitvoering van het bestuursbeleid, en de gemeente fungeerde slechts als financier: de overheid op afstand.

Ondanks de vele beschuldigingen van subsidiefraude die al jaren aan het adres van R. werden geuit, sprak het bestuur nooit twijfel uit aan de integriteit van de directeur. Dat maakte het voor de gemeente Den Haag lastig een adequate financiële controle op de SHS uit te voeren. Met een beroep op de eigen verantwoordelijkheid verleende het SHS-bestuur slechts het strikt noodzakelijke inzicht in de boeken. Het bestuur gaf zelfs geen krimp toen de gemeente begin vorig jaar aangifte van subsidiefraude deed.

R. zou onder meer via de financiering van buitenlandse privé-reizen subsidiegeld ten eigen bate hebben aangewend. Ook de daarop volgende politie-inval bij de SHS en R. thuis veranderde niets aan die opstelling.

Dat was vooral voor wethouder A. van Kampen (sociaal-cultureel werk) vervelend. Zij zette al geruime tijd geleden een reorganisatie van het stedelijk welsijnsbeleid in de verf, die erin voorziet de SHS als koepelorganisatie (met een jaarlijkse subsidie van 17 miljoen gulden) op te heffen en sociaal-culturele instellingen in de stadswijken meer verantwoordelijkheid te geven. Op tal van ogenschijnlijk ondergeschikte punten had de wethouder daarbij de medewerking van de SHS nodig, maar die werd haar nagenoeg consequent geweigerd. Toen R. drieëneenhalve week geleden in hechtenis werd genomen, bestond die situatie nog altijd. Wel was per 1 januari een wijziging in het SHS-bestuur doorgevoerd, waardoor het nog bestond uit twee (nieuw aangetreden) leden; beiden medestanders van R.

Op 6 januari, enige uren nadat de directeur was gearresteerd, hadden de twee SHS-bestuurders een overleg met de wethouder. Van Kampen verzocht de bestuursleden hun functie neer te leggen, opdat de wethouder voortaan een “onvoorwaardelijk vertrouwen” in de SHS kon hebben. Ze weigerden.

De wethouder dreigde daarop met “verregaande maatregelen”, zoals een schorsing van de subsidie. Toen de twee bestuursleden merkten dat het haar menens was, gingen zij er enige dagen later, na moeizaam overleg, mee akkoord het bestuur met drie leden uit te breiden. Eindelijk leek Van Kampen enige greep op de SHS te krijgen.

Directeur R. werd inmiddels dagen aaneen onderworpen aan urenlange, uiterst gedetailleerde verhoren. Aanvankelijk reageerde hij zoals menig Haags gemeentebestuurder hem de laatste jaren leerde kennen: verontwaardigd, agressief. Later zou hij toeschietelijker worden.

Een zeer ondergeschikt punt in de verhoren betrof de wijze waarop R. in 1990 de betaling had verzorgd van een onderzoek van een organisatie-adviesbureau. Op een gecompliceerde wijze zou daarbij een slordige 9.000 gulden op de rekening van een van R.'s vele steunstichtingen zijn beland. Een klein bedrag, gezien de tonnen die R. zou hebben verduisterd. De tussenpersoon die aan het spelletje had deelgenomen, een van de per 1 januari aangetreden SHS-bestuursleden, werd niettemin op dinsdag 14 januari gearresteerd. De man reageerde hoogst verontwaardigd. In de wandelgangen op het Haagse stadhuis viel op te tekenen dat de aanhouding slechts “strategie” was: “Wie Joop blijft steunen, moet maar voelen.” Hoe dan ook, sindsdien vond Van Kampen in het SHS-bestuur weer een constructieve gesprekspartner. De drie nieuw aangestelde bestuursleden maakten de verhouding "tegen Joop'-"voor Joop' 3-2. Daarbij werd Van Kampens bestuursassistent J. Schravesande, al jaren een vijand van R., als gemeentelijk waarnemer aan het SHS-bestuur toegevoegd.

Het gezelschap toonde een naar SHS-maatstaven ongewone daadkracht. Het zond zijn nieuwe voorzitter, de oud-politieman W.M. van Andel, naar het openbaar ministerie voor een vertrouwelijk gesprek. Samen met een advocaat kreeg de voorzitter daar inzage in het justitiële dossier over R. Op grond daarvan besloot het bestuur vorige week donderdag de directeur op staande voet te ontslaan. Hij mocht zijn ontslagbrief in de cel ontvangen.

Intussen was de politie mensen blijven arresteren. In het begin betrof het voornamelijk mensen die hooguit een bijrol bij de subsidiefraude speelden. Pas vorige week dinsdag werd een hoofdverdachte aangehouden: het ex-SHS-bestuurslid R. En afgelopen maandag volgde opnieuw een grote vis: de voormalig SHS-voorzitter V.

In officiële mededelingen van de politie, ook over de beide laatste aangehouden verdachten, werd steeds melding gemaakt van betrokkenheid bij een stichting RAG in Bennekom. Deze werd door R. onder meer gebruikt als steunstichting om "restanten' van aan de SHS uitgekeerd subsidiegeld te stallen. Tijdens de huiszoeking in R.'s woning, begin vorig jaar, vond de politie deposito's ter waarde van vele honderdduizenden guldens op naam van de stichting RAG. Bovendien beschikte de politie reeds medio vorig jaar over een zeer gedetailleerde en gedocumenteerde getuigenverklaring over R.'s activiteiten met de stichting RAG. De twee laatst aangehouden ex-SHS-bestuursleden hadden beide, net als R., zitting in het bestuur van de stichting RAG.

Toch werpt de vraag zich op waarom de politie in haar officiële mededelingen zo nadrukkelijk naar dit dwarsverband verwees. Want de politie vond meer, het laatste driekwart jaar. Ze spitte een conglomeraat van 140 bankrekeningen door, kreeg via de reisbureaus Budget Air en Brooks de beschikking over gedetailleerde overzichten van tripjes die R., al dan niet met derden, maakte naar vele verre buitenlanden, en verscheidene (ex-)SHS-medewerkers legden, in paniek geraakt, bekentenissen af over hun betrokkenheid bij vormen van verduistering waarmee de stichting RAG in het geheel niets van doen had.

De politie beschikte vanaf het eerste moment van onderzoek over een formele en een informele agenda. De formele agenda behelsde een onderzoek naar de subsidiefraude van R., de informele agenda betrof het blootleggen van de impliciete steun die R. bij zijn subsidiefraude kreeg van (voormalige) topambtenaren en (voormalige) wethouders. Daarover werden de jongste weken, weinig verrassend, geen mededelingen gedaan.

De informele agenda is daarmee niet van tafel. Maar een onderzoek als dit leidt, juist door de gebrekkig vastgelegde juridische relatie tussen de overheid en instellingen van het maatschappelijk middenveld, tot een razend gecompliceerde bewijslast. Dat is niet alleen leerzaam voor overheden die graag taken afstoten, het blijkt ook leerzaam voor fraude-rechercheurs. Het onderzoek is met de invrijheidsstelling van R. dan ook nog lang niet afgerond. “Ze zijn halverwege”, zei gisteren een direct-betrokkene.

Maar wethouder Van Kampen is door de ontwikkelingen in de laatste weken klaar met de SHS. Zij kon haar jarenlange, taaie strijd met de stichting eindelijk naar haar hand zetten.