Artsen in Frankrijk laken medische ethiek van IOC; Nieuwe sekse-test wetenschappelijk zeer omstreden

PARIJS, 30 JAN. Twee weken voor het begin van de Olympische Winterspelen in Albertville is in Frankrijk een polemiek ontbrand over het onderzoek dat de vrouwelijke deelnemers aan Spelen moeten ondergaan om vast te stellen of ze wel van de vrouwelijke sekse zijn. De test die verplicht is gesteld door het Internationale Olympisch Comité (IOC), zal voor het eerst bestaan uit een genetisch onderzoek. In de oude test werd gekeken naar de aanwezigheid van het mannelijke Y-chromosoom, terwijl nu naar een sekse-bepalend gen op dat chromosoom wordt gezocht.

Twee Franse organisaties die zich bezig houden met medische ethiek, de Raad van de orde van artsen en het nationale consultatieve comité inzake de ethiek hebben zich negatief uitgelaten over deze IOC-test. De Franse ministers van gezondheid en van sport, Bruno Durieux en Frederique Bredin, hebben het IOC verzocht bij de controle van de sekse van de vrouwelijke wintersportatleten een aantal stringente voorwaarden in acht te nemen. De bewindslieden spraken ook de hoop uit dat het IOC “zo snel mogelijk op zoek gaat naar een test die beter is aangepast aan de doelstellingen”.

De Franse regering heeft geen machtsmiddelen om het IOC op andere gedachten te brengen. Er is geen wettelijke regel die het afnemen van genetische tests in Frankrijk verbiedt. Maar de regering wacht met enige spanning op de officiële reactie van het IOC, gezien de heftige kritiek die in de Franse medische wereld is geuit. Prins Alexandre de Merode, voorzitter van de medische commissie van het IOC, gaf in een eerste reactie te verstaan dat het IOC de Franse kritiek naast zich neerlegt. Hij verzekerde dat “de atleten zich heel goed onderwerpen aan deze test”. De sekse-test die het IOC tot nog toe liet verrichten, bestond uit een onderzoek naar het voorkomen van het mannelijke Y-chromosoom.

De genetische test waaraan de vrouwelijke deelnemers aan "Albertville' zich moeten onderwerpen, bestaat uit een onderzoek naar het voorkomen van het zogenaamde SRY-gen dat zich op het Y-chromosoom bevindt. Dit SRY-gen bepaalt de ontwikkeling van de mannelijke sekse bij het foetus. Bij de vrouwelijke deelnemers in Albertville en, later dit jaar ook bij de Zomerspelen in Barcelona, wordt een strijkje in de mondholte genomen. Dat wordt in een Frans laboratorium onderzocht (kosten duizend gulden per test). Als het SRY-gen wordt aangetroffen, dan beschouwt het IOC deze deelneemster als een man. In Albertville zullen 250 van de 800 vrouwelijke deelneemsters aan de nieuwe test worden onderworpen. De overigen hebben al een "bewijs van vrouwelijkheid' van vorige wedstrijden.

In wetenschappelijke kring is deze test omstreden. Een van de Engelse onderzoekers die het SRY-gen vorig jaar mei lokaliseerde, Robin Lowell-Badge, noemde dit onderzoek “volkomen inadequaat”. De Franse geneticus Axel Kahn meent dat het verschil tussen mannen en vrouwen bij sportieve krachtmetingen alleen wordt bepaald door het mannelijke hormoon testosteron. Kahn: “Dat is het enige wat de organisatoren van de Olympische Spelen behoeven te zoeken. En het is gemakkelijk te vinden: een analyse van de urine is voldoende.”

Volgens Kahn, directeur van het Franse onderzoeksinsitituut Inserm, is het IOC “te absoluut” met de regel dat een vrouwelijke atleet zal worden uitgesloten van de Spelen als bij haar het SRY-gen wordt aangetroffen. “Dit gen bepaalt uitsluitend het proces van masculinisatie bij het foetus dat zowel over een X als een Y-chromosoom beschikt”. Maar dit proces kan door andere factoren, zoals het niet-functioneren van andere genen, beïnvloed worden. Mede om die reden is de IOC-test door acht bekende genetici - in een petitie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature - als ondeugdelijk verworpen.

De kritiek van de Franse genetici richt zich echter vooral op de medische ethiek die het IOC naar hun mening niet in acht neemt. Hun eerste argument: genetische tests moeten, gegeven het risico van misbruik en de stand van het genetisch onderzoek, uitsluitend een medisch doel dienen. Dat is uiteraard niet het geval bij de IOC-test die alleen wordt uitgevoerd om te bepalen of een vrouwelijke atleet mag deelnemen of wordt uitgesloten.

Het tweede argument betreft een opvatting, waaraan het comité voor de ethiek sterk hecht: een test mag uitsluitend met toestemming van de betrokkenen worden afgenomen. Het IOC stelt de test verplicht. Het Franse comité vindt dit des te belangrijker omdat veel atletes minderjarig zijn: “Men vraagt zich af of de toestemming van de ouders en van wettelijke vertegenwoordigers vereist moet zijn.”

Ten slotte is er geen sprake van dat de resultaten van het genetisch onderzoek vertrouwelijk zullen worden behandeld, een regel waaraan de Franse medici zich moeten houden. De atlete die "op genetische gronden wordt afgekeurd', wordt immers direct van deelneming uitgesloten, wat ongetwijfeld ook met publiciteit gepaard zal gaan. Het Franse comité voor de ethiek stelde in juni vast dat geen enkel resultaat (van genetisch onderzoek) mag worden meegedeeld aan ouders, aan derden of enig openbaar organisme zonder dat de betrokkene daarvoor vooraf toestemming heeft verleend.

Voor de Franse medische wereld zijn hier dus belangrijke beginselen in het spel. Deze visie wordt gedeeld door de ministers van gezondheid en sport. In hun brief vroegen ze het IOC erop toe te zien dat bij het afnemen van de tests drie voorwaarden in acht zullen worden genomen: de vrije "consent' (toestemming) van de atleten, strikte vertrouwelijkheid van de resultaten en, in geval van twijfel "onaanvechtbaar aanvullend onderzoek'. Een beslissing alleen gebaseerd op een genetisch test, lijkt abusievelijk, aldus de twee Franse bewindslieden.

Het Internationaal Olympisch Comité stelde sekse-onderzoek bij vrouwelijke atleten voor het eerst verplicht in 1968 bij de Winterspelen van Grenoble. Voordien waren enige malen Olympische medailles uitgereikt aan vrouwen die later mannen bleken. De Poolse Stella Walaisiewicz die in 1932 in Los Angeles de gouden medaille op de 100 meter hardlopen won, bleek een man toen hij in 1980 in hetzelfde Los Angeles werd vermoord. De Russische gezusters Irina en Tamara Press die in de jaren zestig vijf gouden medailles bij het discuswerpen en kogelstoten wonnen, gelden ook als kampioenen met XY-chromosomen.

Bij de wereldkampioenschappen skiën in 1966 in het Chileense Portillo ging de gouden medaille op de afdaling naar de Oostenrijkse Erika Schinegger. Twee jaar later verdween Erika van de pistes en later gaf ze in openbaar toe dat “ze een man was”. Erik Schinegger gaf vorig jaar zijn gouden medaille aan de vrouw die hij destijds met enkele honderdsten van een seconde versloeg, de Française Marielle Goitschel.