Vlaamse auteurs vragen beurzen aan in Nederland

AMSTERDAM, 29 JAN. Ongeveer twintig Vlaamse schrijvers hebben een werkbeurs aangevraagd bij het Nederlandse Fonds voor de Letteren (FvdL). Het is nog onduidelijk of hun aanvraag kan worden gehonoreerd. Strikt genomen mag er volgens de geldende EG-normen niet meer worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, maar het Fonds onderzoekt de formele juridische mogelijkheden om de aanvragen af te wijzen, aldus Pieter-Jan van der Veen, bureausecretaris van het FvdL. “De aanvragen zijn opzij gelegd. Wij rekenen uit wat ze gaan kosten en leggen dit de minister voor. Zij moet dan maar gaan overleggen met haar Belgische collega.”

De Nederlandse regeling voor schrijvers is gunstiger dan de Vlaamse, alleen al door het verschil in het maximumbedrag dat aan de beurs is verbonden: in België ongeveer vijftienduizend gulden, in Nederland zestigduizend. Het Fonds is overigens niet van plan bij de toekenning van werkbeurzen aan Nederlandse schrijvers te wachten op de resultaten van het overleg tussen de ministers. Van Veen denkt dat het overleg tussen minister d'Ancona van WVC en haar Belgische collega enige vertraging zal oplopen omdat de nieuwe minister van Cultuur in België, Hugo Weckx, pas kort in functie is. Van Veen: “Vooropstaat dat de Nederlanders er in geen geval onder mogen lijden.” Hij erkent dat het FvdL op dit moment al onderscheid maakt en voorrang geeft aan Nederlandse schrijvers.

Door het indienen van aanvragen bij het Nederlandse Fonds hopen de Vlaamse schrijvers indirect pressie te kunnen uitoefenen op de Belgische overheid om te komen tot een betere regeling. Met name de vorig jaar opgerichte Vereniging van Vlaamse Auteurs en Vertalers (VAV) maakt zich daar sterk voor. Secretaris Eric Spinoy: “In samenwerking met de Nederlandse organisatie Vereniging voor Letterkundigen/ Vakbond voor Schrijvers (VvL/VvS) willen we gaan praten met de Belgische minister van Cultuur.”

Het Fonds beslist begin april over de werkbeurzen. In dezelfde maand kunnen auteurs aanvullende honoraria aanvragen bij het Fonds. Van Veen verwacht dat dan opnieuw een groot aantal Vlaamse schrijvers van de Nederlandse regeling gebruik zal willen maken, “zeker ook omdat veel Vlamingen bij Nederlandse uitgevers publiceren.” Spinoy kan alleen mededelen dat de Vlamingen zich opnieuw goed zullen laten informeren daarover, “maar wat de schrijvers doen moeten ze zelf weten.”

Volgens het FvdL moet er een politieke oplossing komen, waarbij de Vlaamse en Nederlandse overheid in overleg een regeling treffen. Sinds vorig jaar zijn er al gesprekken gaande over de aankomende problemen in verband met Europa '92. Hieraan nemen de Nederlandse Taalunie, de VvL/VvS, de Vereniging voor Vlaamse Letterkundigen (VVvL) en de ministers van beide landen deel. Vooralsnog is de weg naar een oplossing vooral geplaveid met goede voornemens.

Op de problemen die de leenrechtregeling kende, is al wel een oplossing gevonden. Met ingang van dit jaar is een wet van kracht die alle in het Nederlands publicerende buitenlandse schrijvers in staat stelt een beroep op de leenvergoeding te doen. Gesproken wordt echter van een "noodwetje', dat in 1994 zal worden gewijzigd in een wet, die is gebaseerd op het auteursrecht.