Verdreven president van Georgië hoopt op het uiteenvallen van de oppositie; Gamsachoerdia kiest de guerrilla

MOSKOU, 29 JAN. De verdreven Georgische president Zviad Gamsachoerdia is zoek. Via een schriftelijke verklaring heeft hij de internationale gemeenschap nog wel even opgeroepen stelling te nemen tegen de ontwettige wijze waarop hij begin dit jaar is afgezet. Volgens hem ligt het halve land al plat door stakingen uit protest tegen zijn vertrek.

In de hoofdstad Tbilisi zijn gisteren duizend medestanders van hem de straat opgegaan om te protesteren tegen zijn afzetting. In het zicht van een waterkanon hief de betoging zichzelf echter onmiddellijk op. Zijn aanhangers in het westen van deze Kaukasische republiek hebben niettemin aangekondigd zich niet te zullen neerleggen bij hun ogenschijnlijke militaire nederlaag. Ze willen hun toevlucht nemen tot een klassieke guerrilla-tactiek.

Afgelopen week hadden de troepen van waarnemend premier Tengiz Sigua de gewapende eenheden van Gamsachoerdia zo goed als geheel verdreven uit Poti, een stadje in het westen van Georgië. Volgens de lokale autoriteiten is Poti sinds gisteren geheel onder controle van de voorlopige regering in Tbilisi.

Maar omdat de Gamsachoerdisten het vliegveld tot het laatst in handen wisten te houden, rees in de hoofdstad Tbilisi het vermoeden dat de voormalige president per vliegtuig was uitgeweken naar Tsjetsjenië, waar president generaal Dzjochar Doedajev hem gastvrijheid had aangeboden.

Sigua, ooit premier onder Gamsachoerdia, maar sinds hij werd ontslagen een geharnast tegenstander van de ex-president, verklaarde maandag zeker te weten dat zijn vroegere chef zich in Groznij bevond. Doedajev op zijn beurt ontkende dat gisteren. Gamsachoerdia moest zelf maar onthullen waar hij zich nu ophield, aldus Doedajev.

Het raadsel werd gecompleteerd door de landing zondag van Gamsachoerdia's presidentiële vliegtuig op de luchthaven Vnoekovo bij Moskou. De piloot, die daar arriveerde na een trip via Soechoemi (aan de Zwarte Zee) en Groznij, werd bij aankomst door de politie gearresteerd omdat hij tegen de luchtvaartregels zou hebben gezondigd. Aanhangers van Gamsachoerdia besloten daarop de hal van Vnoekovo korte tijd te bezetten uit protest tegen deze arrestatie. Of ook Gamsachoerdia zelf zich in de Toepoelev bevond, werd niet duidelijk.

Helder is in elk geval wel dat Gamsachoerdia zich niet wenst neer te leggen bij zijn lot. Hij voelt zich daarbij gesteund door zijn clan uit het westen van het land, waar hij is geboren, alsmede door het feit dat hij in mei vorig jaar met een overweldigende meerderheid tot president werd verkozen - verkiezingen die door niemand als vermeend ondemocratisch zijn aangevochten.

Zijn tegenstanders op hun beurt kunnen zich beroepen op de feitelijke machtsverhoudingen in het land. De nationale garde onder leiding van Gamsachoerdia's voormalige jeugdvriend Tengis Kitovani en de paramilitaire mchedrioni (ruiters) van de dramaturg professor Josib Joseliani hebben Georgië militair grotendeels onder controle. Maar de interne cohesie van die gelegenheidscoalitie is zwak. Sigua en Kitovani komen uit het kamp van Gamsachoerdia. Joseliani en zijn politieke leider Gia Tsantoeria van de Nationaal Democratische Partij vertoefden vanaf het allereerste begin in de oppositie. De vraag rijst daarom of en wanneer deze twee stromingen weer uit elkaar zullen drijven.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de Zuid-Osseetse kwestie op de agenda komt. Beiden groepen binnen het tegen Gamsachoerdia gericht verbond hebben er tot nu toe de nadruk op gelegd dat er met de Osseten in Tschinvali onderhandeld moet worden. Maar van autonomie kan volgens Sigua en Kitovani geen sprake zijn.

Niet minder belangrijk wordt het economische beleid van de regering-Sigua. Georgië staat op de rand van bankroet.

De landgenoten in de "diaspora' hebben tot nu toe weinig aanstalten gemaakt te hulp te snellen, zoals in de Oekraïne het geval is. En Rusland, dat zelf ook grote problemen heeft met zijn etnische minderheden in de Kaukasus (onder andere in Tsjetsjenië-Ingoesetië), is evenmin geneigd tot concessies als het gaat om leveranties van olie en andere grondstoffen die Georgië ontbeert.