"Vasthouden aan bewustwording in Derde wereld'

DEN HAAG, 29 JAN. De vier medefinancieringsorganisaties (NOVIB, CEBEMO, HIVOS en ICCO) zijn van plan om onverkort door te gaan met "bewustwordingsprojecten' in de Derde wereld.

In een reactie op een kritisch rapport van een onafhankelijke stuurgroep zeggen de vier particuliere organisaties die zich bezighouden met ontwikkelingshulp dat ze mensen in de Derde wereld “mondiger” maken en zo de “veranderingsprocessen” bevorderen. Het rapport van de vier, dat vanmorgen is gepubliceerd, is aangeboden aan minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking). Het zal worden besproken in de Tweede Kamer.

De vier medefinancieringsorganisaties (MFO's) willen met deze reactie ingaan op de kritiek die de stuurgroep vorig jaar uitte in zijn zogenoemde "impactstudie'. De MFO's krijgen dit jaar een bedrag van 365 miljoen gulden uit de begroting van het ministerie. De stuurgroep, waarin onder andere de vroegere ministers voor ontwikkelingssamenwerking Van Dijk en De Koning zitting hebben, meent dat de doeleinden van de bewustwordingsprojecten “vaak weinig nauwkeurig zijn vastgelegd”. Deze projecten zouden, zo meent de stuurgroep, weinig concrete resultaten opleveren. De groep bepleit een herbezinning op deze projecten. De vier organisaties noemen de kritiek van de stuurgroep “niet zonder meer aanvaardbaar”, en stellen dat bewustwording in de Derde wereld wel degelijk leidt tot verandering. Ze zijn ook van plan om door te gaan met bewustwording in de Westerse landen, waarbij er meer pressie moet komen op het “maatschappelijk krachtenveld” om beleidsveranderingen te realiseren.

Ook legt de stuurgroep een ander accent bij de waarde van Non-Gouvernementele Organisaties (NGO) in de Derde wereld - die vaak de ontvangers zijn van het geld - dan de vier organisaties. Volgens de stuurgroep wordt de bijdrage van NGO's overschat. “De rol van de eigen hulp alsook die van de organisaties overzee wordt hoger gewaardeerd dan de analyse vermag aan te geven. De NGO's zijn geen derde sector tussen staat en burgers en men kan betwijfelen of zij die ooit zullen worden”. De vier organisaties stellen in hun reactie dat de NGO's “een meer permanente rol” spelen dan de stuurgroep hen toekent.

De stuurgroep had verder ook kritiek op de vaak gebrekkige rapportage over de projecten van de vier organisaties, de geringe meetbaarheid van resultaten en het nauwelijks ontwikkelde kostenbewustzijn en stelt voor om meer doelmatigheid in de ontwikkelingshulp te brengen door financiering van NGO's te binden aan een tijdsdimensie. Bij onbeperkte gelddonaties en een hulprelatie zonder einde zou er hulpverslaving kunnen optreden. “Nagenoeg geen enkel van de bij dit onderzoek betrokken NGO's zou kunnen bestaan zonder hulpgelden”. Volgens de stuurgroep is de hulprelatie nu te veel financieel en lijken de vier organisaties “soms alleen bankier”.

De stuurgroep heeft ook geconstateerd dat er een “zwaan-kleef-aan effect” bestaat in de relatie tussen de vier Nederlandse organisaties en de NGO's in de Derde wereld. Hoewel de vier organisaties samenwerken bij het uitzoeken van partners in de Derde wereld verloopt de selectie nogal eens via circuits van bekenden en hulpverleners. De contacten tussen de organisaties en de NGO's verloopt vaak via stafleden die gemiddeld een keer per jaar heen en weer reizen om een project te bekijken. Volgens de stuurgroep komen ze in de korte bezoekstijd niet verder dan een veldkantoor te bezoeken. De vier organisaties, zo menen critici, zijn in te veel landen met te veel projecten bezig. Ze zouden te veel hooi op de vork nemen. De vier organisaties geven toe dat er een “zwaan-kleef-aan-effect” is. Ze zeggen toe meer te kijken naar nieuwe initiatieven, en veel meer aandacht te besteden aan Afrika.