Urbanus stapt als kraaiende kleuter door de wereld

Zondagavond bij de laatste Lava niet één keer meer gelachen, gisteravond bij de eerste Meer moet dat niet zijn minstens tweemaal. Ik geef toe, het is geen indrukwekkende score voor het nieuwe programmaatje van de Vlaamse humorist Urbanus, maar hij streefde Kamagurka en Herr Seele in elk geval voorbij. Blij dat aanstaande zondag Van Kooten & De Bie er weer zijn.

Waarom iets niet leuk is, laat zich doorgaans lastig analyseren. Ik denk dat het bij Kamagurka en Herr Seele zat in de incongruentie tussen inhoud en vorm. Ooit stonden ze samen als moedwillige dilettanten in een kale studio met een spervuur aan absurde grappen, waarmee - net als in hun tekeningen - werd gemorreld aan de logica van de taal (en soms zelfs aan die van de wereld). Het hoge schuifdeurengehalte van de presentatie klopte met de naïveteit van hun gedachtenwereld. Maar in Lava was budgettair en produktioneel zoveel uit de kast gehaald, dat alles averechts werkte: hoe realistischer de lokatie, hoe minder geslaagd het mopje dat hier met veel aplomb ten beste werd gegeven. Het werd er traag en log van, de timing deugde niet meer en de pretenties van de vormgeving werden niet waargemaakt door de steeds dunner wordende grapjes.

Die vergissing is in Meer moet dat niet zijn niet gemaakt. De decortjes maken er geen geheim van dat ze decortjes zijn en ze versterken het strip-achtige karakter van het Urbanus-mannetje, dat als een kraaiende kleuter met veel boerenslimheid door zijn wereldje stapt. De sketches lukten in de eerste aflevering lang niet allemaal; er zaten verhaaltjes tussen, die beter tot hun recht waren gekomen als Urbanus ze - zoals hij vroeger deed - op onnozele toon in het theater had verteld. Maar de toon beviel me. En ik voorspel dat de spreuken waarmee het programma wordt opgeluisterd, nog vaak zullen worden geciteerd: “Als ik me dagelijks masturbeer / dan doe'k het wekelijks zeven keer.” Of: “Waar iemand op sterven ligt / daar is confetti niet verplicht.”

Eén ding hebben beide series gemeen: ze eindigen alletwee met een onverstaanbaar liedje.