Stijgende afzet via supermarkt bedreigt groothandel in biologisch voedsel; Groeistuipen in natuurvoedingsbranche

ROTTERDAM, 29 JAN. De Nederlandse natuurvoedingsbranche kampt met groeistuipen. Het aandeel ervan op de voedingsmarkt blijft groeien, maar ondanks de gunstige "marktstemming' verkeren nogal wat natuurvoedingsbedrijven in problemen.

De omzetgroei voor natuurvoeding ligt volgens het Economisch instituut voor het midden- en kleinbedrijf (EIM) de laatste jaren op zo'n 10 procent, bijna twee keer zo hoog als dat van de "reguliere' voedingsmarkt. De totale omzet van natuurvoeding in Nederland bedraagt ongeveer 400 miljoen gulden, wat één tot anderhalf procent is van de totale Nederlandse voedingsmarkt.

Over de jonge bedrijfstak - veel natuurvoedingsbedrijven zijn opgericht rond 1970 - zijn maar weinig statistieken beschikbaar. Het CBS heeft geen informatie over de branche en de jongste cijfers bij het ministerie van economische zaken dateren van 1989.

De definitie van "natuurvoeding' (ook wel "biologische' voeding) dateert pas van de laatste jaren. Het EIM hanteert als omschrijving: "produkten die op alternatieve wijze geteeld en/of verwerkt worden, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van chemische of synthetische middelen'.

Sinds 1987 is het ministerie van landbouw bezig met een onderzoek naar de biologische voedingsmarkt. Ir. E. de Kleijn, marktonderzoeker bij het Landbouw Economisch Instituut (LEI): “De meeste bedrijven zijn al jaren kleinschalig, en vaak nog jong. Het management van die bedrijven is nog niet opgewassen tegen de groei die in de markt zit.”

Het biodynamische voedingsbedrijf Akwarius in Almere is een van de sterk groeiende ondernemingen in de branche. “Je hoeft tegenwoordig niet meer zwaar ziek te zijn om een winkel met natuurprodukten binnen te lopen”, verklaart directeur G.W.M. Besseling de groei.

Akwarius (omzet 1991: 35 miljoen gulden) produceert en distribueert biodynamische voeding en wil haar klanten een "totaalpakket' aan gezondheidsvoeding aanbieden. Akwarius zoekt schaalvergroting, nog niet zo lang geleden een vies woord in de ideële voedingsbranche, waar "small is beautiful' een belangrijke adagium was.

In twee jaar heeft Akwarius zes distributiecentra en groothandels gekocht. In Bionova, een groothandel in conserven en "oerwater uit eigen bron', verwierf Akwarius een belang van 40 procent, nadat het bedrijf vorig jaar als Gaiapolis failliet was gegaan. Akwarius financierde de miljoenen kostende expansie door uitbreiding van zijn aandelenpakket.

Akwarius zegt nu tien procent van de natuurvoedingsmarkt in handen te hebben. De snelle groei, gecombineerd met een verhuizing, is Akwarius niet in de koude kleren gaan zitten. Sinds vorig jaar verkeert Akwarius' distributiebedrijf van verse produkten, (de "versverdeler') Proserpina, in surséance van betaling.

Akwarius heeft meer problemen met zijn distributie, de achillespees van ieder natuurvoedingsbedrijf. Besseling: “Voor biologische voedingsleveranciers, die niet met conserveringsmiddelen en insecticiden werken, is snelle, efficiënte distributie van levensbelang.” Een complicatie is dat gewerkt wordt met kleine hoeveelheden, die naar ver uitelkaar liggende winkels moeten worden gebracht. Maar het bedrijf is optimistisch: volgens Akwarius kan het marktaandeel van de natuurvoedingsbranche, als de jaarlijkse groei aanhoudt, stijgen tot 5 procent in het jaar 2000.

Het onzekere lot van biologische voedingsbedrijven is volgens Besseling een gevolg van een traditioneel gebrekkige bedrijfsstructuur. “Er zijn al tientallen bedrijven failliet gegaan. Veel bedrijven zijn begonnen in de Kabouter- en Provo-tijd. Toen was men minder geïnteresserd in de bedrijfsstructuur en meer in nieuwe produktietechnieken van alternatieve landbouw. Ik heb nu wel de indruk dat is uitgekristalliseerd welke bedrijven - groothandel of producent - de komende jaren zullen overleven.”

Volgens Besseling is schaalvergroting voorwaarde om binnen de biologische landbouw te overleven. Een ander belangrijke factor is gezamenlijke publiciteit.

De neuzen in de "alternatieve' voedingsbranche lijken volgens verschillende marktpartijen steeds meer dezelfde richting op te wijzen. In het verleden opereerden biodynamische, ecologische en macrobiotische producenten van natuurvoeding met hun uiteenlopende ideologische achtergronden alle strikt gescheiden. Kenners spraken zelfs van "verzuiling'. Maar sinds vorig jaar bestaat een richtlijn van de EG waarin alle bedrijven uit de sector "biologisch' worden genoemd. Die term zal ook beschermd worden. In Nederland is een fusie van twee brancheorganisaties van producenten en groothandelaren van natuurvoeding, de Nederlandse vereniging van natuurproducenten (NVN) en de stichting Natuur Produkten Nederland (NPN), op een oor na gevild.

De voorzitter van de NPN, ir. T.C.M. van Rooij, erkent de groei in de biologische voedingsmarkt, maar voorziet geen doorbraak. “Een paar jaar geleden leek het erop dat een explosieve groei zou ontstaan. We werden zelfs zenuwachtig dat we de vraag niet aankonden, maar het heeft allemaal niet doorgezet.”

Een afzetkanaal met toenemende belangstelling voor biologische voeding vormen de Nederlandse supermarktketens. Volgens de Vereniging van Nederlandse Reformhuizen (VNR) stijgt de omzet van natuurprodukten in de supermarkten jaarlijks met 7 tot 10 procent. In de supermarkten van onder meer Albert Heijn, C 1000 en Spar liggen al sinds jaar en dag produkten van "Zonnatura' en "Reforma' in de schappen, tegenwoordig geflankeerd door eco-aardappelen en eco-uien.

Biologische voeding-producent en groothandel Zonnatura was volgens een woordvoerder tien jaar geleden één van de eerste alternatieve leveranciers die "de supermarkt inging'. Voor Zonnatura blijft natuurvoeding een groeimarkt. Op dit moment is volgens de woordvoerder ongeveer 95 procent van de omzet afkomstig van verkoop in de supermarkt. Het bedrijf, onderdeel van Smits Reform uit Putten, wil alleen kwijt wat de omzet was “op consumentenniveau” (inclusief de marge): 100 miljoen gulden in 1991.

Volgens directeur A. Hoogendijk van concurrent Reforma uit Veenendaal zijn er steeds meer produkten uit "de biologische sfeer', tussen de "gewone' produkten te vinden. Hoogendijk: “Muesli, volkoren koeken en veel theesoorten waren vroeger echte biologische produkten. De tendens is dat veel voedingsmiddelen "gezonder' worden, of dat in ieder geval lijken.”

Ook Hoogendijk heeft "wat moeite met getallen' bij de vraag naar zijn omzet. Reforma schat de totale omzet (zonder marge) van natuurvoeding in Nederlandse supermarkten op “ongeveer 85 miljoen gulden”. Daarvan zegt het 52 procent in handen te hebben.

Niet iedere leverancier ziet zijn produkten graag op de schappen van een grootwinkelbedrijf. Leveranciers uit de biodynamische (Akwarius) en macrobiotische sector, die hun produkten produceren en verkopen met een bepaalde "filosofie', blijven graag volledige voedingsinformatie geven. En in een supermarkt - waarvan de meeste kampen met een chronisch personeelstekort - is daar meestal niemand voor beschikbaar.

Gimsel (Zweeds voor "eeuwigdurend') is een keten van 36 natuurvoedingswinkels. In 1991 had het bedrijf, dat werkt volgens het "franchise'-systeem waarbij alle vestigingen zelfstandige ondernemingen zijn, een omzet van 35 miljoen gulden, 15 procent meer dan in 1990.

Algemeen directeur R.O.L. Van den Boezem van Gimsel ziet positieve kanten aan de toenemende belangstelling van supermarkten. “Wij hebben de indruk dat veel klanten bij de supermarkt in aanraking komen met natuurvoeding en vervolgens gemakkelijker naar een speciaalzaak stappen.”

Volgens De Kleijn van het Landbouw economisch instituut zal er altijd een kleine, vaste kern van mensen zijn die trouw bezoeker blijft van de natuurvoeding- of reformwinkels. De Kleijn denkt dat de supermarkten een groeiende interesse hebben voor biologische voeding wegens een toenemend aantal rijkssubsidies. “Het grootwinkelbedrijf speelt in op de verwachting dat de overheid biologische landbouwprodukten zwaarder zal subsidiëren.”

Dat kan voor het groothandelbedrijf voor biologische produkten betekenen dat er zware tijden op komst zijn. De Kleijn: “Het grootwinkelbedrijf omzeilt het de keten van groothandel en grossiers waarmee de biologische voedingsmarkt vaak nog werkt. Als het belang van het grootwinkelbedrijf toeneemt, zal de groothandel in natuurvoeding het eerst in problemen komen.”