Staat beroept zich opnieuw op geldmarkt

AMSTERDAM, 29 JAN. De Nederlandse Staat heeft voor de tweede achtereenvolgende week een beroep op de geldmarkt moeten doen.

De liquiditeitsproblemen van het Rijk zijn veroorzaakt door onder andere de relatief geringe storting op de voorlaatste staatslening (2,8 miljard gulden) en forse rijksbetalingen voor rente- en aflossing (5 miljard gulden), onderwijssubsidies (1 miljard gulden) en studieleningen (0,5 miljard gulden). De tijdelijke financieringsmogelijkheden bij De Nederlandsche Bank, namelijk de voorschotfaciliteit en het financieringsarrangement, bleken onvoldoende. Daarom moest de Staat bij de Nederlandse geldmarktpartijen, met name de commerciële banken, aankloppen. Zij leende voornamelijk in de vorm van daggeld tegen de hiervoor geldende marktrente. Aan deze vrij ongebruikelijke situatie zal op 31 januari een einde komen omdat het Rijk dan belastinggelden en aardgasopbrengsten ontvangt. Op 17 februari volgt dan nog eens de storting op de jongste, zeer succesvolle staatsleningen. De 10-jarige lening, waarvan de inschrijving vrijdag sloot, heeft 10 miljard gulden opgebracht. De inschrijving op de 15-jarige lening sluit vanmiddag; de opbrengst daarvan zal ruim 5 miljard gulden bedragen.

Op 31 januari vervallen zowel de huidige geldmarktkasreserve -omvang 12,4 miljard gulden - als de huidige speciale belening, groot 2,3 miljard gulden.

De Nederlandsche Bank heeft voor de periode tot 10 februari een nieuwe kasreserve aangekondigd, die - in verband met de geldmarktverkrappende einde maandsbetalingen aan de Staat - 2,7 miljard gulden kleiner is dan de huidige. Naar verwachting komt er eveneens een vervangende speciale belening.

Op de geldmarkt lijkt de rust te zijn teruggekeerd, na een periode van rentedaling. De tarieven vertoonden afgelopen week nauwelijks enige beweging.

Met een schuin oog volgde men de ontwikkelingen in Duitsland, waar minister van financiën Waigel en Bundesbank-president Schlesinger tijdens het jongste G7-overleg zeiden voorlopig vast te zullen houden aan het stringente monetaire beleid. In de Duitse staalsector dreigen stakingen, ondanks het feit dat de ruimte tussen de looneis en het loonbod is verkleind tot minder dan 1 procent. Zorgwekkend in de ogen van de Bundesbank is eveneens de versnelling in de geldgroei tot 5,2 procent in het vierde kwartaal van vorig jaar. Deze zaken konden de markt echter niet echt in beweging brengen. Driemaands interbancair geld kostte gisteren bijna net zoveel als een week geleden, namelijk circa 9½ procent, terwijl voor jaarsgeld ruim 9 3/16 procent moest worden betaald.

De meeste marktpartijen kijken de zaak voorlopig even aan. Naar verwachting zal dit ook het gedrag van de Bundesbank zijn. De inflatie, de loononderhandelingen, de geldgroei en de overheidsfinanciën blijven zorgenkinderen van de Duitse centrale bank. Naarmate activiteiten van de Bundesbank wijzend op een versoepeling van het monetaire beleid, langer uitblijven, neemt de kans op een iets oplopende rente toe.

Bron: NMB Postbank Groep