Sociale dienstplicht belang van ouderen

Enige jaren geleden hebben wij een lans gebroken voor maatschappelijke dienstplicht in het kader van de toenemende behoefte aan zorg voor ouderen. Ook toen waren de reacties verdeeld en stelden de tegenstanders zich afwijzend op, waarbij sommigen eraan toevoegden dat niemand kan bestrijden dat maatregelen voor de toekomst nodig zijn (met het oog op het toenemend aantal hulpbehoevenden en alleenstaande ouderen).

Dergelijke maatregelen zijn tot op heden echter niet genomen en de mening dat onze maatschappij voldoende structuren biedt om dergelijke taken uit te voeren moet meer op een persoonlijke of politieke overtuiging berusten dan op de werkelijkheid. Ook al moet de "big boom' voor de vergrijzing nog komen, toch is in alle sectoren van de zorgverlening aan ouderen de toenemende vraag om hulp overduidelijk merkbaar. Het zijn met name de psychisch gehandicapte - veelal dementerende - ouderen die hiervan het meest de dupe zijn en met hen de talloze duizenden familieleden, buren en bekenden die gewild of ongewild de zorg voor deze mensen op zich moeten nemen. Zelfs wanneer het meest drastische scenario van de overheid ten aanzien van de uitbreiding van professionele hulp voor deze doelgroep wordt gerealiseerd, dan nog zal er een overschot van enige tienduizenden psychogeriatrische patiënten zijn voor wie deze hulp ontbreekt.

Daarbij zal het sterk toenemend aantal alleenstaande ouderen (ongehuwd, gescheiden, in weduwstaat, etcetera) een belangrijke extra complicatie vormen. Sociale dienstplicht kan een antwoord geven op deze problematiek. Het is begrijpelijk dat bij de tegenstanders de bezwaren zich veelal richten op de "plicht'. Echter, bij een beschikbaar potentieel van ongeveer 250.000 jongeren die in aanmerking kunnen komen voor één of andere vorm van "dienstplicht', is het niet ondenkbaar dat een gedeelte van hen zich inderdaad meer aangetrokken voelt tot een "looprek' dan tot de 'loopgraaf'. Vanzelfsprekend zal hiervoor een goede en professionele infrastructuur moeten bestaan, waarbij naast de directe middelen voor de ouderenzorg ook de jongeren zelf door adequate scholing en begeleiding moeten kunnen profiteren. In die situaties zullen het zeker niet alleen de kans-armen of laagst-opgeleiden zijn voor wie een dergelijke dienstverlening een zinvolle ervaring is.

Iedereen die persoonlijk of professioneel op de hoogte is van de grote nood en behoefte aan menskracht bij de opvang van psychogeriatrische patiënten, zal kunnen beamen dat er nog zeer veel valt te verbeteren aan de kwaliteit van (thuis)leven van deze patiënten.