Pont maakt Molly Bloom vilein en aantrekkelijk

Voorstelling: Charade: Molly x Bloom naar Ulysses van James Joyce. Bewerking: Ruurd van Wijk en Theo Pont; regie: Ruurd van Wijk; decor en kostuums: Stans Lutz; spel: Theo Pont. Gezien: 25/1 Frascati Amsterdam. Aldaar t/m 8/2, daarna elders t/m 21/3.

Het lijkt in het begin even de verkeerde kant op te gaan. In Charade: Molly x Bloom, de toneelbewerking die regisseur Ruurd van Wijk en Art & Pro-acteur Theo Pont hebben gemaakt van James Joyce's Ulysses, komt Pont schmierend het toneel op. Verkleed als een meisje in een strak zittend blauw jurkje danst hij uitgelaten van achter de coulissen vandaan. Wie is dit rare kind: Molly in haar jonge jaren? Milly misschien of zo maar iemand op wie Leopold Bloom zijn oog heeft laten vallen? Waarom toch altijd die dik opgelegde ironie van Nederlandse theatermakers, denk je geërgerd, maar dan is het opeens voorbij. Pont ontdoet zich van pruik en jurk en verandert in een man in driedelig zwart: Leopold Bloom is op het toneel geboren.

Vanaf dat moment krijgt het stuk een andere toon: nog steeds speelt Pont alsof hij door een lichte opwinding is bevangen, maar van aanstellerij is geen sprake meer. Nu valt ook op hoe behendig hij het woord charade uit de titel betekenis geeft: aanvankelijk als Bloom, later als diens vrouw Molly houdt hij een monoloog waarin de opeenvolging van woorden en zinnen soms even duister en raadselachtig is als in Ulysses. Dat zegt tegelijkertijd iets over de ingenieuze bewerking die, gecomprimeerd en lang niet zo uitvoerig als de oorspronkelijke tekst, het karakter van het boek onaangetast heeft gelaten.

Tijdens de voorstelling dacht ik aan de Molly Bloom-monoloog die Judith Brokking pas geleden onder regie van Bart Kiene speelde (vanwaar die plotselinge belangstelling van theatermakers voor Ulysses?). De vergelijking tussen beide bewerkingen pakte - hoe hard het ook moge klinken - zonder twijfel uit in het voordeel van Ponts vertolking. Nog afgezien van de interessantere, want eigenzinniger bewerking die de laatste maakte, is de rolinterpretatie van de weergaloos acterende Theo Pont mij liever dan die van Judith Brokking.

Ponts Molly Bloom is vilein, geestig en aantrekkelijk(!). Niet het tobberige, versleten type dat Brokking neerzette, maar iemand die weet dat ze door mannen wordt begeerd en daar zowel van profiteert als misbruik van maakt. Deze Molly legt een ontwapenend gebrek aan gêne aan de dag. Meerdere malen gluurt ze onder haar nachthemd en laat zich intieme details over haar uiterlijk ontvallen. Theo Pont speelt zijn vrouwenrol voorbeeldig, zonder flauwe travestie-platitudes. Knap is ook zijn dubbelrol als Leopold Bloom; doordat deze figuur in de voorstelling tegenover Molly wordt gesteld krijgt hun relatie een extra dimensie. Hoewel ze allebei overspelig zijn en ze zich over de ander beklagen blijkt steeds duidelijker dat ze aan elkaar verknocht zijn en dat hun erotische escapades geen ander doel dienen dan nader tot elkaar te komen.