Parasiet met camera

Nog geen half jaar geleden heeft de met CNN verbonden wereld avond aan avond zitten kijken naar een Amerikaans drama waarvan de Amerikanen zelf zeiden: dat nooit weer! Het waren de televisieverslagen van de hoorzittingen waar professor Anita Hill verklaarde dat de candidaat voor het Hooggerechtshof, judge Clarence Thomas ongewenste intimiteiten op haar had toegepast.

Zelfs onder kruisverhoor hield Thomas staande dat zoiets nog nooit bij hem was opgekomen. Het CNN-kijkende publiek was verdeeld in een Hill- en een Thomas-partij. Het overtuigend bewijs dat een van de twee had gelogen, is in die verhoren niet geleverd. Evenmin zal worden vastgesteld of de rechtspraak ermee was gediend. Televisiekijkend was men alleen zeker van een verzetje, niet op hoog, wel op belangrijk niveau. Na het drama waren alle serieuze kritici het erover eens dat dergelijke vertoningen voortaan moesten worden verhinderd.

De campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen is nog geen twee weken op gang of een schandaal van dezelfde soort is in volle ontwikkeling. Senator Bill Clinton heeft of heeft niet twaalf jaar een verhouding gehad met Gennifer Flowers. Deze, zangeres, heeft gemaand door haar geweten, tegen een groot bedrag aan een schandaalblad alles opgebiecht. De senator komt met zijn vrouw in het beroemde programma Sixty Minutes, houdt van tijd tot tijd haar hand vast en legt uit waarom hij dat doet. De zangeres houdt in het Waldorf Astoria Hotel een persconferentie waarop ook de kwaliteitsmedia aanwezig zijn. Er wordt een geluidsband met een min of meer intiem gesprek afgedraaid: die heeft ze voor alle zekerheid opgenomen toen het nog aan was. Het is als een geprivatiseerde Stasi. Wat daarna de serieuze, verantwoordelijke commentatoren zullen schrijven, of al hebben geschreven; hoe ze ook zullen bezweren dat dit niets met democratische verkiezingen of de geschiktheid van Clinton voor het presidentschap heeft te maken, het schandaal is geboren, en zoals dat met schandalen gaat: het heeft zijn eigen energie gekregen.

In een commentaar op de vertoningen waarin Anita Hill en Clarence Thomas de hoofdrollen speelden, schreef Le Monde dat de Amerikanen een voorbeeld aan de Fransen moesten nemen door zich in dergelijke zaken minder puriteins te gedragen. Daarin had deze krant theoretisch gelijk. Het schandaal wordt niet veroorzaakt door het gedrag van een paar enkelingen, maar door de manier waarop de omgeving reageert. Toen president Harding het Witte Huis bewoonde, van 1921 tot zijn plotselinge dood in 1923, heeft de geheime dienst daar een geheime deur laten maken waardoor eventuele zangeressen naar binnen en vooral weer naar buiten gingen. Het was een Franse oplossing in een puriteins land.

Door een nieuwe samenloop van oorzaken is dit nu niet meer mogeljk. De schandaalpers, die alleen dankzij een hoge graad van moralisme en puritanisme kan bestaan, heeft in dergelijke zaken de functie van een ontstekingsmechanisme gekregen. De drie grote networks van de televisie kunnen het zich door hun onderlinge concurrentie niet meer veroorloven aan schandalen van dit kaliber voorbij te gaan. Juist door deze concurrentie raakt het schandaal in een opwaardse spiraal, het wordt nationaal nieuws. In politiek opzicht zal zo'n affaire in beginsel geen betekenis hebben, maar dan komt in de puriteinse samenleving van de massamedia het ogenblik waarop de beschuldigde gaat ontkennen. Daardoor wordt het nationale nieuws van nationale politieke betekenis: de kijkers van nu vellen nu hun oordeel als de kiezers van morgen. De kandidaat ontdekt dat hij het centrum van zijn eigen catastrofe is.

Daarbij komt dat de Amerikaanse cultuur een traditie van demagogie heeft, niet alleen in de politiek maar ook bijvoorbeeld in de rechtszaal. De juryrechtspraak strekt ertoe dat onder andere het demagogisch talent wordt beloond. In de politiek hebben de Amerikaanse kiezers zich altijd al veel meer als juryleden gedragen dan bijvoorbeeld de Nederlandse die, naar men aanneemt, liever de partijprogramma's bestuderen. Dientengevolge is Amerikaanse politiek veel meer drama, en daarbij: drama met een puriteinse ondertoon. Voegt men aan deze toch al niet tot rustige afweging nodigende context de televisie toe, dan is het onvermijdelijk dat er schandalen als dat om Thomas of Clinton ontstaan.

In Nederland wordt nog weleens aangenomen dat televisie en politiek elkaar goed verdragen: de politiek zou "dichter bij het volk' worden gebracht. Daarom zullen misschien nu weldra, na lange voorbereidingen, de zittigen van de Tweede Kamer zonder onderbreking op de televisie te volgen zijn. Televisie, leert de Amerikaanse ervaring, brengt de politiek niet "dichter bij het volk'. Dat krijgt iets heel anders te zien: de meest waardeloze symptomen van de politiek, verminkte politiek, bedreven door politici die zich gedwongen voelen voor de gelegenheid op te treden als Schmiere-acteurs. Het volk krijgt de politiek niet beter voorgeschoteld; de politiek komt in de verleiding het volk te bedriegen door het met oppervlakkigheden dramatisch te vermaken.

Nu zal het hier zo'n vaart niet lopen. Wij zijn misschien nog wel een beetje puriteins maar voor potentiële schandalen hebben we een andere oplossing: de hoofdrolspelers worden wat befluisterd maar door de massamedia in quarantaine gezet tot het geen kwaad meer kan. Het is een doelmatige methode die veel menselijk leed voorkomt terwijl het volk niet wordt afgeleid. Een demagogische traditie hebben we helemaal niet.

Maar toch, als je Bill Clinton op de televisie ziet, denk je: het is beter, zo weinig mogelijk televisie in de politiek te hebben, en ook niet in de Tweede Kamer. Televisie is de parasiet van de politiek en daarom is de politiek de vijand van de televisie, hoe vaak ze elkaar ook nog zullen ontmoeten.