Ombudsman wil einde aan rechtsongelijkheid burger

DEN HAAG, 29 JAN. Er moet een eind komen aan de rechtsongelijkheid die er bestaat voor burgers die een klacht willen indienen over de overheid. Dat zei de Nationale ombudsman, mr.drs. M. Oosting, vanmiddag tijdens een symposium ter viering van het tien-jarig bestaan van dit instituut.

Voor klachten over de behandeling door de rijksoverheid en de politie kunnen burgers terecht bij de Nationale ombudsman. Deze is echter niet bevoegd om klachten in behandeling te nemen tegen gemeentelijke overheden.

Alleen in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Groningen bestaan gemeentelijke ombudslieden. “Burgers die wonen in de overige, ruim 600, gemeenten kunnen daarentegen als zij bij de gemeente zijn vastgelopen niet terecht bij een ombudsman,” aldus Oosting.

De uitbreiding van de bevoegdheid van de Nationale ombudsman die dit jaar van kracht zou worden, werd vorig jaar door minister Dales (binnenlandse zaken) uit bezuinigingsoverwegingen uitgesteld.

De afgelopen tien jaar hebben bijna honderdduizend burgers contact gezocht met de Nationale ombudsman. Ruim 30.000 klachten werden in behandeling genomen en mondden uit in bijna zesduizend rapporten. Volgens de Nationale ombudsman worden zijn aanbevelingen vrijwel steeds opgevolgd, en onderneemt de overheid regelmatig ook al actie voordat het tot een rapport komt.