Nieuwe Europese Huis al snel uitgewoond

PRAAG, 29 JAN. De Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) dreigt tussen de wal en het schip te raken. Ruim een jaar geleden stond de organisatie nog in het brandpunt van de belangstelling, omdat ze gezien werd als de belichaming van het nieuwe Europese Huis. Een jaar later lijkt ze uit de politieke gratie. Het nieuwe Europese Huis begint al uitgewoond te raken. Als ministers wat anders hebben, dan geven ze al lang afgesproken vergaderingen van de CVSE daarvoor zomaar op.

Op 21 november 1990 werd het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa getekend door de staatshoofden of regeringsleiders van alle Europese landen (toen nog minus Albanië), Canada en de Verenigde Staten. In het kader van dat handvest werd voor het eerst de afspraak gemaakt om te komen tot “democratie als het enige regeringsstelsel van onze naties”. Verder werd afgesproken het CVSE-proces verder te institutionaliseren, zodat het op den duur zou kunnen uitgroeien tot een paneuropese veiligheidsstructuur. Men besloot tot de opzet van een Centrum voor Conflictpreventie (CPC), de instelling van een vast secretariaat, tot regelmatig overleg van de ministers van buitenlandse zaken en tot tweejaarlijkse topconferenties.

Morgen begint in de Tsjechoslowaakse hoofdstad Praag weer een vergadering van ministers van buitenlandse zaken van de CVSE-landen. De belangstelling voor de bijeenkomst is maar matig. De Britse regering wilde, mede om premier Major in een verkiezingsjaar nog eens in het zonnetje te zetten, nog tijdens het Britse voorzitterschap van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat op 31 januari afloopt, een topconferentie beleggen van de leden van de Veiligheidsraad in verband met de veranderde verhoudingen in de wereld. Bovendien kan de Russische president Jeltsin tijdens die top voor het eerst als opvolger van Sovjet-president Gorbatsjov op het wereldtoneel worden verwelkomd.

Dat die top samenvalt met Praag, lijkt Londen niet te deren. De Tsjechoslowaakse regering heeft ook al haar ongenoegen laten blijken over het feit dat de Praagse vergadering van eind volgende week door Veiligheidsraadtop volkomen overvleugeld dreigt te worden. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, heeft laten weten dat hij maar een van de twee conferentiedagen aanwezig kan zijn. De Belgische minister van buitenlandse zaken, Mark Eyskens, heeft aangekondigd helemaal niet naar Praag te komen omdat hij zijn premier moet vergezellen naar New York. Ook zijn Britse en Franse collega's, Hurd en Dumas, komen niet.

Toch is de bijeenkomst in Praag van groot belang voor de toekomst van het CVSE-proces en voor de ontwikkeling van de verhoudingen in Europa. Want op deze bijeenkomst zullen de nieuwe staten op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie tot de CVSE toetreden. Alle nieuwelingen zijn welkom op voorwaarde dat zij akkoord gaan met de beginselen van de Slotakte van Helsinki van 1975 en met de afspraken die gemaakt zijn in het kader van het Handvest van Parijs. Voorts moeten zij zich houden aan de bepalingen van het CFE-verdrag, in het kader waarvan de lidstaten van de NAVO en het voormalige Warschaupact afspraken hebben gemaakt over beperking van hun conventionele bewapening.

De afgelopen weken is in onderling overleg tussen de huidige lidstaten al afgesproken dat alle republieken die tot de voormalige Sovjet-Unie behoren in beginsel tot de CVSE kunnen toetreden, ook die in het Aziatische deel. Vooral de Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher,heeft daar steeds op aangedrongen. Alle republieken van het Gemenebest hebben inmiddels te kennen gegeven ook daadwerkelijk te willen toetreden.

Een potentieel struikelblok aan het begin van de conferentie was nog de vertegenwoordiging van Joegoslavië. Zowel Kroatië als Slovenië is inmiddels door een groot aantal landen als zelfstandige staat erkend en dat betekent dat een vertegenwoordiger uit Belgrado die zich als vertegenwoordiger van geheel Joegoslavië aandient, voor proceduregevechten had kunnen zorgen. Het ambtelijk vooroverleg is daarom afgelopen maandag al in Praag begonnen, zodat men vier dagen de tijd had om dit soort problemen uit de weg te ruimen voordat de ministers zouden arriveren. Als voorlopig compromis is er nu uitgekomen dat Slovenië en Kroatië als waarnemers zullen worden toegelaten tot de CVSE.

Het eigenlijk overleg, dat morgen begint, heeft als eerste thema de transformatie in Europa. De Tsjechoslowaakse minister van buitenlandse zaken Dienstbier heeft minister Van den Broek gevraagd om de aftrap te verrichten voor dit debat, dat overigens nog een tijdrovende zaak kan worden als alle landen een woordje willen zeggen. Aansluitend zal men proberen nieuwe aanzetten te geven voor de versterking en verdere institutionalisering van het CVSE-proces. Zo zouden veel landen graag zien dat het tot dusver heilige unanimiteitsprincipe wordt verlaten. In plaats daarvan zou het mogelijk moeten worden maatregelen te nemen tegen een land dat de CVSE-afspraken overtreedt, ook zonder dat het betrokken land daar zelf mee instemt. In de wandeling wordt al gesproken van het consensus-min- één beginsel. Dat zou een stap vooruit zijn na de conferentie van Moskou, toen afgesproken werd dat je een onderzoeksmissie naar een verdacht land kon sturen zonder instemming van de betrokkene.

Verder hopen de ministers in Praag een nieuwe impuls te kunnen geven aan het overleg over wapenvermindering in Wenen. Het zal waarschijnlijk niet lukken om nog voor 24 maart, als in Helsinki de CVSE-vervolgconferentie begint, afspraken te hebben over de uitvoering van het in november 1990 in Parijs gesloten CFE-akkoord. Die zijn nogal gecompliceerd door het feit dat de nieuwe republieken die in de voormalige Sovjet-Unie zijn ontstaan daarin geen partij waren, zodat een aantal uitvoeringsbepalingen moet worden aangepast. Wel hoopt men een nieuwe impuls te kunnen geven tot een Open Skies-akkoord, dat voorziet in afspraken over vrije-luchtinspectie en tot meer vertrouwenwekkende maatregelen.

Van de hooggespannen verwachtingen met betrekking tot het CVSE-proces van een jaar geleden is echter niet veel meer over. Bij het eerste grote conflict waarmee Europa te maken kreeg na het einde van de Koude Oorlog, de strijd in Joegoslavië, bleek de CVSE tot weinig meer in staat dan het uitbrengen van relatief machteloze verklaringen. Men kwam niet veel verder dan het aanmoedigen van de activiteiten die door andere organisaties, zoals de Europese Gemeenschap en de Verenigde Naties, werden ontwikkeld. Westerse diplomaten zien de CVSE zich dan ook niet meer ontwikkelen tot een paneuropees veiligheidsorgaan, maar meer tot een servicebureau, dat op basis van politieke consensus richting kan geven aan de ontwikkelingen in Europa. De concrete uitwerking van bepaalde afspraken zou daarna overgelaten kunnen worden aan al bestaande instellingen zoals de OESO, de Europese Gemeenschap, de Raad van Europa en mogelijk ook de NAVO, de nieuwe Noordatlantische Samenwerkingsraad en de Westeuropese Unie, afhankelijk van de vraag of het over economisch samenwerking, humanitaire kwesties of veiligheidszaken gaat. Het feit dat de vergadering in Praag nu overschaduwd zal worden door de top van de Veiligheidsraad in New York onderstreept deze tendens nog eens nadrukkelijk.