Lijntje naar morgen (3)

Hilversum was weer even nieuws deze week. Zoals iedere uitheemse bedrijfstak wel eens een bericht voor de kenners oplevert. De Commissie-Donner verwees bestaande omroepen die commercieel willen worden naar de kabel om van daaruit te dingen naar een ether-frequentie. Het betekent duidelijkheid voor omroepen die dachten risicovrij in zaken te kunnen gaan, en nieuwe complicaties voor wie de electronische toekomst van dit land moeten regelen.

Het omroepnieuws is al een paar jaar niet meer te volgen voor gewone tv-kijkers. Zij zien op hun scherm af en toe iets moois tussen een wassende stroom onzin en letten waarschijnlijk niet meer op voorzitters en politici die de zegeningen van een duaal - of een ander omroepbestel bejubelen. Gelijk hebben ze: what you see is what you get.

Het vervelende is alleen dat regelaars bepalen wat je te zien krijgt. Hun onvermogen landelijk helderheid te brengen in de spelregels voor aanleg en gebruik van communicatiekanalen (door de lucht of door een draadje) kost Nederland op termijn veel meer dan een programmaatje meer of minder op de babbelkast. Het gaat ook om economische en technologische ontwikkeling.

De uitspraken van de Commissie-Donner accentueren het belang van de kabel als expansie-vat van het verouderde omroepbestel. Technische mogelijkheden en beperkingen worden opnieuw gebruikt om cultuurpolitieke besluiten te vermijden. Wie een stelsel baseert op levensvisies en niet wil oordelen over de vaak weinig filosofische types die daar misbruik van hebben gemaakt, moet wel omkijken naar hulpmiddelen uit de werelden van geld en techniek.

De gespletenheid zit ingebouwd in het Nederlandse systeem. De minister van Cultuur gaat over omroepvergunningen, over de vraag dus wie het Nederlandse volk mag toespreken of amuseren. Haar collega van Verkeer en Waterstaat geeft etherfrequenties uit, voor omroepen, mobiele telefoonnetten en wie al niet in de lucht is voor werk of gezelligheid. De PTT beheert de electronische infrastructuur, behalve die voor de omroep door de lucht, waar de Nederlandse omroep zender maatschappij, de Nozema voor is.

"De kabel' daarentegen is een instrument van gemeentelijke cultuurpolitiek. Een gedwee melkkoetje bovendien. Verzet tegen de geboden prijs-kwaliteit verhouding op het gemeentelijk kabelnet blijft meestal uit. De meeste burgers willen toch kabel, schotel en antenne bieden beperkte concurrentie. De prijzen die gevraagd worden per doorgegeven kanaal verschillen tussen de diverse kabelnetten van een paar dubbeltjes tot een paar gulden per maand.

In sommige gemeentes is het beheer van de kabel uitbesteed aan de gasleiding of het elektriciteitsbedrijf. Dat is praktisch. Die mensen zijn gewend openbare nutsvoorzieningen te leveren zonder zich al te veel te bemoeien met wat wij doen met het gebodene. (Hoewel de gasman ons aanmoedigt minder van hem af te nemen om de aardbol te redden. De geprivatiseerde gasboer in Engeland zou dat spijtig vinden.)

De aardige ontwikkeling in de Nederlandse kabelbranche is dat men besloten heeft de ongewisse toekomst niet langer te vrezen. Het wordt voor hen een minder monopolistische en gereguleerde wereld. De beheerders die hun kabel vooral beschouwen als een leiding waar iets doorheen moet, zien een logisch eindpunt waarbij hun netje opgaat in een groter netwerk dat efficiënt beheerd zou kunnen worden door zoiets als de PTT.

Kabelaars met sterke gemeentelijke of regionale aspiraties leggen zich nog niet vast op samensmelting, laat staan overname. Maar ook zij zijn zich ervan bewust dat de rust voorbij is. Zij weten dat allerlei nieuwe diensten linksom of rechtsom op de consument afkomen, als het niet via de kabel is, dan wel via de telefoon, en als het niet door een draadje van de PTT is, dan wel door de lucht. Aanbieders van oude en nieuwe diensten zijn lang niet altijd Nederlandse bedrijven - die dreiging geeft een band tussen PTT Telecom en zijn Nederlandse kabelbroertjes.

De grote meerderheid van de kabelexploitanten, verenigd in de Vecai, heeft vorige week overeenstemming bereikt en treedt maandag met open vizier de PTT tegemoet. Na jaren kibbelen achter de schermen lijkt men het eens te gaan worden met de telefoonreus dat argwaan weinig oplevert. Liever samen de lucht in, al naar gelang de plaatselijke omstandigheden het nuttig en mogelijk maken. De markt gaat beslissen.

Waarschijnlijk is dat PTT en kabelexploitanten volgende week een harmonieus beroep op de minister van Verkeer en waterstaat doen de drie jaar oude en niettemin verouderde wetgeving ten snelste open te breken. Om uiteenlopende redenen voelen PTT Telecom en de Vecai-leden zich belemmerd in wat zij zien als hun natuurlijke en zelfs noodzakelijke ontplooiïng.

De kabel mag nu niets anders doen dan programma's doorgeven en niet over gemeentegrenzen heen samenwerken; regionale samenwerking bespaart kosten. Bovendien zou ongebruikte dag- en nachtcapaciteit gebruikt kunnen worden voor allerlei vormen van twee richtingsverkeer, met en zonder winstoogmerk. Zelfs spraaktelefonie kan over de kabel - een wapen tegen de machtige PTT.

PTT Telecom zat vorig jaar nog op de lijn dat men kabelnetten wilde opkopen. Met het electriciteitsbedrijf in Noord-Brabant werd een akkoord in die richting gesloten. Die soep wordt nu niet meer zo heet gegeten. De top van van de PTT zegt geen miljoenen te willen besteden om oorlog met het Nederlandse volk te zoeken - de kabel zou toch een emotionele snaar raken.

De plooibaarheid bij de geprivatiseerde PTT kan ook andere oorzaken hebben. Het hijsen van de commerciële stormfok tegen de aanzwellende buitenlandse concurrentie is op het ogenblik urgenter. Daarbij hoopt men waarschijnlijk door een gemoedelijke, pragmatische samenwerking met de wat eigenheimerige kabelbazen het zelfde te bereiken: een geleidelijk toenemende greep op de telecommunicatie op de thuismarkt.

En daar zit precies de uitdaging voor ambtenaren en politiek. Wil PTT Telecom sterk genoeg zijn om de stormen uit Oost en West te kunnen weerstaan, dan moet het bedrijf alle kansen krijgen om de vleugels uit te slaan. Maar zelfs een klein land kan het zich niet veroorloven een monopolist in eigen huis zijn gang te laten gaan.

Morgen publiceert Sir Bryan Carsberg, de Oppertoezichthouder op de geprivatiseerde Britse telefoongigant BT, zijn eerste voorstellen om het gênant winstgevende ex-monopolie definitief te temmen. Onze PTT Telecom vreest de vergelijking. Als de Nederlandse wetgever maar niet spiekt.