King Priam van Tippett fraai en sober

Voorstelling: King Priam van Michael Tippett door Symfonisch Orkest en Koor van de Vlaamse Opera o.l.v. Elgar Howarth. Met o.a. David Pittmann-Jennings, Susan Bullock, Geoffrey Dolton, Linda McLeod, Christopher Ventris, Patricia Bordon. Regie, Decors en Kostuums: Tom Cairns. Gezien: 26/1, Vlaamse Opera Antwerpen. Herhaling: 30/1 en 1/2.

Engelse opera's hoort men niet vaak op het continent. Ten onrechte, want veel Britse componisten schrijven, geholpen door hun eeuwenoude koortraditie, voortreffelijk voor zangstemmen. Zo ook de inmiddels 87-jarige sir Michael Tippett. Van zijn tweede opera, King Priam (1962), is dezer dagen een fraaie voorstelling, zowel muzikaal als visueel, te zien bij de Vlaamse Opera in Antwerpen.

Tippett, die zelf zijn libretto's schrijft, week in King Priam af van zijn gewoonte om een opera in een eigentijdse omgeving te situeren. Zo schept hij voor zichzelf afstand tot zijn onderwerp, een afstand die zowel tot uiting komt in het beschouwelijke karakter van het verhaal als in de sobere, vaak kale muziek.

De componist putte voor het libretto uit de Griekse mythologie, maar veroorloofde zich daarbij enige vrijheid om zijn boodschap kracht bij te zetten. Iets te veel kracht, naar mijn smaak. Vooral in de laatste acte kon de moralist Tippett zijn neiging om de gebeurtenissen tot in details te duiden onvoldoende bedwingen. De kern van de boodschap luidt dat de mens zijn lot moet aanvaarden, dat hij moet luisteren naar de echo van zijn ziel, om met Tippett zelf te spreken.

Koning Priamos van Troje geeft een soldaat opdracht om zijn pas geboren zoon Paris te doden, omdat zijn vrouw Hecuba heeft gedroomd dat Paris de oorzaak van Priamos' dood zal zijn. De soldaat voelt echter de twijfel van de koning en doodt Paris niet. Jaren later ziet de koning zijn zoon terug en besluit hij hem te laten leven. Als Paris volwassen is, schaakt hij Helena, waardoor Troje in een vernietigende oorlog met de Grieken wordt gesleept. Aan het eind van de oorlog beseft Priamos dat zijn dood al vanaf het begin onvermijdelijk was, net als de ondergang van Troje.

De rol van Priamos, door Tippett in muzikale zin het meest uitgediept, wordt gezongen door David Pittman-Jennings,die vorig jaar de rol van Vincent van Gogh zong in de opera van Jan van Vlijmen. In het begin klinkt zijn diepe bariton wat lomp. Maar naar het einde toe, als de tragedie zich onontkoombaar ontvouwt en Pittman-Jennings steeds meer kleur geeft aan zijn stem, blijkt hij juist daarmee Priamos' ontwikkeling, van een trotse koning naar een tragische oude man, muzikaal gestalte te geven.

Ook de zangers in de andere hoofdrollen zijn goed gekozen. Zo is sopraan Susan Bullock een hysterische Hecuba, en versterkt het donkere stemgeluid van mezzo-sopraan Patricia Bordon het mysterieuze karakter van Helena. John Graham-Hall is een wat jeugdige Achilles, en niet helemaal het heldentenor type waar Tippett om vraagt. Maar juist daardoor krijgt zijn in de hoogte wat overspannen klinkende gezang bij het kampvuur, alleen begeleid door een gitaar, een prachtig klagende toon.

Tom Cairns kon voor regie-aanwijzingen niet bij Tippett terecht. De componist zei zich na dertig jaar niet meer te herinneren wat hij met zijn opera precies bedoelde. Het verhaal laat een regisseur echter weinig interpretatieve speelruimte. Cairns koos voor een tijdloos, abstract, maar suggestief decor met slechts vage associaties met de Griekse oudheid. Een paar terugkerende requisieten en de belichting zorgen voor visuele eenheid op het kale toneel. Tableau-vivant-achtige beelden en de soms zwaar gestileerde bewegingen ontnemen de handeling van hun naturalistische karakter - wat uitstekend past bij Tippetts muziek.

De zangers worden begeleid door een ruw en meestal karig geluid van het orkest (aangevuld met piano en gitaar), met veel koperblazers en slagwerk. Dirigent Elgar Howarth weet het orkest van de Vlaamse Opera de juiste scherpte te geven. Hij legt met de steeds wisselende orkestgroepen, waarmee Tippett de karakters en de sfeer van de handeling onderscheidt, krachtige muzikale accenten.