Justitiële rekoefening

DE GOEDEN moeten natuurlijk niet onder de kwaden lijden, vindt justitiespecialist Kalsbeek van de PvdA-Kamerfractie. Overigens voelt zij wel voor het voornemen van minister Hirsch Ballin (justitie) om een vorm van collectief daderschap voor groepsvandalisme in te voeren. De bewindsman onderstreept op zijn beurt dat dit niet betekent dat mensen in dit land worden verplicht hun onschuld te bewijzen; de bewijslast blijft bij de justitie.

Al deze sussende woorden nemen niet weg dat dit plan het Nederlandse strafrecht in zijn hart treft. Kern van de formule is immers dat iemand kan worden gestraft voor zijn enkele aanwezigheid in een gewelddadige menigte, ook al distantieert hij zich van het geweld. Dat is precies het “Massedelikt” dat sinds de jaren dertig deel uitmaakte van het Duitse wetboek van strafrecht. Het werd na een pittige discussie in mei 1970 geschrapt. Alleen gedragingen die uitgaan van individuele personen zijn strafbaar. In de vorige eeuw wees de Nederlandse regering bij de totstandkoming van het geldende wetboek strafbaarheid voor iedere deelnemer aan “samenrotting” af.

MAAR HET Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) dat we deze maand net met zoveel gedruis inhalen, kent toch een collectieve aansprakelijkheid - bijvoorbeeld van groepsvandalen - voor de aangerichte schade? Daaraan valt echter geen argument te ontlenen. Civiele aansprakelijkheid dient andere doelen dan het door de overheid uitgeoefende strafrecht. Het gaat om twee verschillende begrippenstelsels. Een voorbeeld: een kapper werd strafrechtelijk veroordeeld wegens verduistering van geld van zijn verloofde dat op zijn spaarbankboekje stond - en dus civielrechtelijk aan hem toebehoorde. Ook het NBW stelt overigens de eis dat het geweld aan elke betrokkene kan worden “toegerekend” - precies het punt wat Hirsch Ballin nu strafrechtelijk wil omzeilen.

Is het dan niet onverdragelijk dat mensen aan de strafrechtelijke gevolgen van hun daden kunnen ontsnappen wanneer ze er maar voor zorgen met een groot genoeg aantal te zijn? Hirsch Ballin heeft groot gelijk dat hij zich daarover zorgen maakt. Dat is echter geen reden om een doordachte en beproefde wetsbepaling op te rekken, maar veeleer een reden om eens te kijken naar de feitelijke manier waarop krakers en voetbalvandalen worden aangepakt. Hoe meer er bekend wordt over de vernielde trein in Groningen vorige week, des te sterker dringt zich de gedachte op dat er sprake is geweest van monumentale communicatie-fouten. Het gaat dus om het justitiële beleid waar minister Hirsch Ballin zo graag op hamert. Laat hij de rechtsbeginselen intussen met rust laten.