Ierse journalisten waren "staatsvijand'

DUBLIN, 29 JAN. Geraldine Kennedy, een van Ierlands schranderste politieke journalisten, kreeg haar eerste aanwijzing dat er iets goed mis was toen zij - nu tien jaar geleden - na een etentje in Dublin een stukgeslagen fles in het portier van haar auto geklemd vond. Dat signaal was duidelijker dan de nachtelijke telefoontjes en bijna zo bedreigend als die gefluisterde waarschuwingen met vervormde stem: “We houden je in de gaten...”, of “We krijgen je wel...”.

Bruce Arnold, haar collega van The Irish Independent, werd niet zo rechtstreeks bedreigd. Hij was een man en woonde bovendien niet, als Geraldine, alleen. Maar net als zij onderscheidde hij zich van de collega-journalisten door in het begin van de jaren tachtig al openlijk vraagtekens te zetten achter de politieke handel en wandel van Charles Haughey, sinds 1979 leider van Ierlands grootste politieke partij "Fianna Fal' en daarmee premier voor het overgrote deel van de periode 1979-1992. Die kritische houding werd de twee - “we waren staatsvijand nummer één en nummer twee” - niet in dank afgenomen.

“We weten méér over jou”, siste Charles Haughey Bruce Arnold na afloop van een niet naar zijn zin verlopen persconferentie hoorbaar voor anderen toe. “Mister Haughey, ik ben alleen maar een journalist die zijn beroep uitoefent”, herinnert Arnold zich zijn antwoord. En alleen achteraf realiseert hij zich de mogelijke betekenis van een dikke map, die Charles Haughey in die herfst van 1982 voor zich op tafel had liggen en waarop de Fianna- Falleider veelbetekenend zijn hand legde. In die map moeten de afschriften hebben gezeten van de telefoongesprekken die de Ierse inlichtingendienst op gezag van Haughey's regering in de maanden daaraan voorafgaand bij Arnold en Kennedy thuis had afgeluisterd. “Zo groot was de paranoia van de leider en de sfeer van geheimzinnigheid binnen Fianna Fal in die tijd, dat tegenstanders van Haughey binnen zijn eigen partij niet eens met journalisten gezien wilden worden”, herinnert Kennedy zich nu. “Onze telefoons werden afgeluisterd, niet om ons, maar omdat Haughey erachter wilde komen wie er van zijn partij met ons sprak.”

Het is bijna tien jaar geleden dat het afluisterschandaal aan het licht kwam, maar deze week is het effect ervan, weliswaar vertraagd maar alsnog dodelijk, doorgekomen. Charles Haughey is in opspraak gekomen, niet voor het eerst, maar wel voorbij de laatste grens van de collectieve verdraagzaamheid in Ierland. De kans is groot dat hij morgen aftreedt. “Een bom met een tijdmechanisme”, zegt Bruce Arnold. “We hebben hem niet zelf neergelegd, maar Geraldine en ik zijn er uiteindelijk wel de oorzaak van dat hij nu nog eens donderend ontploft.”

Aan de orde is niet langer de vraag of Charlie liegt of niet, maar de constatering dat Charlie zelfs voor zijn trouwste aanhangers nu al te vaak in opspraak is gekomen. “De vage lucht van zwavel, die altijd al om hem heen heeft gehangen, is een wolk geworden.”

Pag 8:

Ook prive zaken afgeluisterd

De crisis die Haughey's einde definitief inluidde, werd gecreëerd door een gedesillusioneerde, politieke maat van de premier, de voorzitter van de Senaat, Sean Doherty. Deze ex-politieman, ex-minister van justitie, kwam vorige week opeens met de bekentenis dat hij Haughey tien jaar gedekt had, door naar buiten vol te houden dat zijn leider nooit geweten had van het afluisteren van beide journalisten. Maar genoeg was genoeg: hij, Doherty, wilde niet meer opdraaien voor een premier in wie hij niet langer geloofde. De voorzitter van de Senaat bekende dus dat hij destijds als minister van justitie de afschriften van de afgeluisterde telefoongesprekken aan zijn premier persoonlijk had overhandigd.

Als Haughey na reeksen van schandalen niet al op de wip had gezeten binnen zijn eigen partij, zou het hem misschien gelukt zijn de beschuldigingen van “deze man die zelf zegt een leugenaar te zijn” terzijde te schuiven. Negeren en zwijgen zijn beproefde tactieken die in Haughey's geval altijd goed hebben gewerkt. Maar dit keer besloten de coalitiepartners, de Progressieve Democraten, dat zij hun toch al geslonken integriteit niet langer aangetast wensten te zien door in één regering te zitten met Haughey. Vandaar het ultimatum aan Fianna Fal: hij eruit, of wij zeggen de samenwerking op.

De twee journalisten die destijds slachtoffer waren van het afluisterschandaal, hebben de gevoelens van woede en afschuw over de inbreuk op hun privacy en op hun journalistieke integriteit al een aantal jaren begraven. Dat het afluisteren van hun telefoons uiteindelijk uitlekte was destijds te danken aan enkele politiemensen, die moeite met de opdracht hadden. Toen een Fine Gael-Labour-regering onder Haughey's tegenpool, de patriciër Garrett FitzGerald, de macht overnam, liet die de zaak uitzoeken. Er volgde een bekendmaking dat de journalisten op niet-wettelijke gronden waren afgeluisterd. Twee betrokken inlichtingen- en politiefunctionarissen werden met vervroegd pensioen gestuurd en in de pers begon de speculatie over wat er in de afgeluisterde gesprekken besproken zou zijn. In de gelederen van Fianna Fal, op dat moment in oppositie, heerste doodsangst. Onder collega-journalisten signaleerde Kennedy jaloezie: “Ze vonden dat wij een oneerlijke voorsprong hadden bij het publiceren over wat er was gebeurd.”

Wat er in de maanden waarin zij waren afgeluisterd door hen over de telefoon was besproken en met wie, weet noch Arnold noch Kennedy zich precies te herinneren. “Ja, gesprekken met opponenten van Haughey”, zegt Kennedy, “maar ook gesprekken met mijn zuster, over mannen. Heel gênant.”

Uit het onderzoek van de regering-FitzGerald kwamen de verslagen van een kleine twintigtal telefoongesprekken naar voren. Toen Kennedy merkte dat delen uit haar veronderstelde conversaties in de pers begonnen te circuleren, dwong zij af dat Justitie haar inzage zou geven in de tekst. In de korte tijd die haar daarvoor werd gegeven, kopieerde zij heimelijk de tekst en publiceerde die toen zelf in de krant waarvoor zij werkte. Bruce Arnold heeft zijn teksten nooit gezien.

“Nee”, zegt Geraldine Kennedy op de vraag of zij Haughey ooit rechtstreeks heeft geconfronteerd met haar verdenking dat hij de opdrachtgever is geweest. “Wat had dat voor zin, toen hij in de oppositie zat?”

In plaats daarvan spanden Kennedy en Arnold een proces tegen de staat aan wegens inbreuk op hun privacy, op persvrijheid en nog een heleboel meer. Het High Court kende hun het voor die tijd buitengewooon hoge bedrag van 20.000 pond schadevergoeding elk toe - en de regering ging niet in hoger beroep.

Saillant punt vinden beiden dat hun verdediging destijds in handen was van een jonge, veelbelovende advocate, Mary Robinson. Zij is dezelfde die in 1990 de negatieve reputatie van “low standards in high places” beloofde te zullen verdrijven en die repte van “een nieuw tijdperk voor Ierland”. Dat was toen zij als eerste vrouw, werd gekozen tot president van de republiek Ierland - zéér tot ongenoegen van Haughey.

Zoals de komst van Robinson wordt gezien als een nieuw begin voor Ierland, zo zien Kennedy en Arnold het vertrek van Haughey als een bevestiging van dat nieuwe begin, wie hem ook opvolgt.

“Het is een heel goed iets voor Ierland en het eind van een tijdperk”, zegt Kennedy. “Áls hij gaat tenminste, want dat geloof ik pas als ik het met mijn eigen ogen zie.”

Bruce Arnold: “Jobs for the boys - die cynische, harde stijl van regeren is absoluut afgelopen als Haughey vertrekt. Het zal een opluchting zijn voor het land. Voor mijzelf ook trouwens: dat ik over poltiek op dat niveau tenminste niet meer hoef te schrijven.”