"Europees Hof moet maatregelen Schengen toetsen'

DEN HAAG, 29 JAN. Staatssecretaris Dankert (buitenlandse zaken) wil dat het Europese Hof van Justitie in Luxemburg bevoegd wordt om maatregelen die voortvloeien uit het Akkoord van Schengen te toetsen. Een voorstel daartoe heeft de bewindsman vorige maand in Rome voorgelegd aan zijn ambtgenoten in de EG. Dit schrijft Dankert in een brief aan de Tweede Kamer, die morgen debatteert over het Akkoord van Schengen.

In dit akkoord kwamen de Benelux, Duitsland en Frankrijk in 1985 overeen dat zij vooruitlopend op de Europese eenwording de grenscontroles tussen hun landen zouden afschaffen om een vrij verkeer van personen mogelijk te maken. Inmiddels zijn ook Italië, Spanje en Portugal tot het verdrag toegetreden. Het verdrag zou voor de oorspronkelijke vijf partners op 1 januari 1993 in werking moeten treden.

Ter compensatie van de opheffing van de binnengrenscontroles hebben de Schengen-landen een reeks maatregelen afgesproken onder meer op het gebied van asielbeleid en internationale politiesamenwerking. Het Nederlandse parlement heeft steeds zijn verontrusting uitgesproken onder meer over de geringe democratische controle op het Schengenverdrag, dat intergouvernementeel is, en over het ontbreken van een toetsing door de onafhankelijke rechter.

De Raad van State bracht in april vorig jaar een vernietigend advies uit over het Akkoord van Schengen. De bezwaren van de Raad, die de regering adviseerde de uitvoeringswet niet voor te leggen aan de Tweede Kamer, richten zich eveneens tegen de gebrekkige parlementaire en rechterlijke controle en het asiel- en vluchtelingenbeleid.

De staatssecretaris wil nu het Luxemburgse Hof de bevoegdheid geven prejudiciële beslissingen te geven over die onderdelen van de overeenkomst, waaraan individuen rechten kunnen ontlenen. Dat wil zeggen dat de nationale rechter het Hof kan vragen uitleg te geven aan de overeenkomst. Vervolgens kan de nationale rechter een beslissing nemen.

Verder wil Dankert dat het Hof bevoegd wordt geschillen te beslechten tussen de partners in Schengen. Over de voorstellen van Dankert is met de partners nog geen overeenstemming bereikt. Behalve de landen, die het Akkoord van Schengen hebben ondertekend, moeten ook de overige EG-landen ermee instemmen omdat het Hof een EG-instelling is.

Tijdens het debat morgen zal de CDA-fractie voorstellen de invoering van een identificatieplicht te koppelen aan goedkeuring van het Akkoord van Schengen. De CDA-fractie vindt dat burgers van de verdragslanden in verdachte omstandigheden de verplichting moeten krijgen zich te identificeren via het tonen van een officieel legitimatiebewijs. Het CDA wil hiermee een dam opwerpen tegen illegale arbeid en belastingfraude.

Coalitiegenoot PvdA voelt niets voor het CDA-voorstel. PvdA-woordvoerder Van Traa verwijst naar het regeerakkoord waarin is afgesproken een beperkte identificatieplicht in te voeren voor voetbalvandalen en zwartrijders. “Maar dat is in het geheel niet gekoppeld van het Schengen-verdrag”, aldus Van Traa. Vandaag zou door premier Lubbers een bemiddelingspoging worden ondernomen om de standpunten van de beide fracties te verzoenen.

Het CDA kan waarschijnlijk rekenen op de steun van de VVD, “hoewel ik niet kwijlend achter het CDA aanloop zonder dat ik precies weet wat zij vandaag in het Torentje (de werkkamer van Lubbers, red.) bekokstoven”, aldus VVD-afgevaardigde Wiebenga. De VVD maakte vorig jaar een tien-punten-plan bekend waaruit bleek dat zij voorstander zijn van een “ruime” identificatieplicht die geldt voor vreemdelingen, in het verkeer en voor verdachten van een misdrijf.