"Eigen organisatie allochtonen moet smeermiddel zijn'

Kan de oprichting van eigen organisaties door allochtonen hun integratie in de Nederlandse samenleving bevorderen? De laatste jaren hebben zij tal van organisaties opgericht, daarin vaak bijgestaan door Nederlanders of Nederlandse instellingen. Hoe denken de minderheden zelf en hun helpers over verzuiling en integratie? Een serie interviews die vanaf vandaag verschijnt, belicht de zelfredzaamheid van allochtonen op de arbeidsmarkt en in het welzijnswerk, de media en het onderwijs. Vandaag Winston Kout, oprichter van Coloured Holland, een uitzendbureau voor allochtonen.

“Bij de oprichting van Coloured Holland in 1984 zei men al: moet dat nou zo apart? Ik zei toen terug: "Maar jullie hebben Nederland zelf net zo georganiseerd met aparte politieke stromingen, vakbonden, omroepen en kranten. Wij willen ons ook zo organiseren zodat we in jullie compromis-systeem kunnen worden opgenomen'.

Coloured Holland heeft inmiddels zijn eigen plaats op de markt van uitzendbureaus verworven, meldt directeur en initiatiefnemer Winston Kout. “We worden nu in één adem genoemd met Randstad en Start.” Het bedrijf heeft vier vestigingen met vijftien mensen, en met voornamelijk Surinamers en Antillianen in de leiding. Tweeduizend allochtonen kregen via het bedrijf een vaste baan, zesduizend uitzendwerk.

“Als je dat vergelijkt met andere uitzendbureaus, is dat niet zoveel en zijn we een druppel op de gloeiende plaat, maar wel een druppel”, zegt Kout in zijn kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. “Onze vestigingen zitten overal op top-lokatie in de stad. Dat moet je, zonder overheidssubsidie, wel ergens van kunnen betalen.”

De bijdrage van Coloured Holland aan de integratie van allochtonen op de arbeidsmarkt is volgens Kout groter dan de achtduizend die sinds 1986 aan het werk werden geholpen. Door de komst van zijn bedrijf gingen ook Nederlandse instellingen en bedrijven zich meer inspannen voor minderheden. “Arbeidsbureaus zijn onze methodes, zoals trajectbegeleiding, gaan overnemen toen ze zagen dat we succesvol waren. We hielpen in onze begintijd gemiddeld 40 allochtonen per dag aan uitzendwerk, terwijl het projectteam van het Amsterdamse arbeidsbureau dat zich met onze doelgroep bezighield 20 man per jaar een gesubsidieerde baan gaf.

“Toen we naar Den Haag wilden komen begonnen de uitzendbureaus daar opeens als idioten migranten te werven en verschenen er allochtonen in hun folders en spotjes. ASB heeft nu ook allochtone bemiddelaars aangenomen. Je wordt pas serieus genomen als je iets voorstelt.”

Het feit dat Coloured Holland helemaal door allochtonen wordt gerund, vindt Kout essentieel voor het succes van het bureau. “Als wij erin slagen voor een bedrijf personeel te bemiddelen, dan ontdekken werkgevers dat allochtonen kennelijk ook zoiets kunnen. Aan de andere kant heeft het ook een opvoedende werking voor allochtonen zelf. Als die onze kantoren zien, ontdekken ze dat ze iets kunnen bereiken zonder subsidies of werkervaringsplaatsen. Je kunt wel steeds blijven zeggen dat alle werkgevers discrimineren, maar dat helpt je uiteindelijk niet verder.”

Niet alle werkgevers werken mee, zo ondervond Kout enkele weken geleden. Het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond meldde dat er nauwelijks allochtonen te vinden waren voor vacatures in de bouw. “Dan merk je weer eens wat voor voordeel zelf-organisatie heeft”, aldus Kout. “We konden meteen laten zien dat onze kaartenbakken vol zaten met geschikte kandidaten. Maar daarvoor moeten die ondernemers betalen. Ze zitten liever voor een dubbeltje op de eerste rang door iemand te nemen met subsidie van een arbeidsbureau of welzijnsinstelling. Maar als u een video-recorder ziet die bijna niks kost, koopt u 'm toch ook niet?”

Coloured Holland is niet het enige initiatief van allochtonen op de arbeidsmarkt, zegt Kout. Er is sinds juli 1991 een organisatie van allochtone werkgevers met zo'n 300 leden. Kout zou ook de komst van een eigen vakbond en woningbouwcorporatie toejuichen. “Negen van de tien problemen op de arbeidsmarkt of in de huisvesting zijn voor Surinamers, Turken of Pakistanen toch dezelfde”, aldus Kout.

Bovendien kunnen zulke initiatieven bijdragen aan de integratie van allochtonen in andere bonden, verwacht hij. “Als zo'n vakbond voor allochtonen er zou komen, zul je zien hoeveel gemakkelijker het voor minderheden wordt om in het bestuur van FNV en CNV te komen. En wanneer we een eigen Rotary of Lions-club zouden oprichten, vallen bij de Nederlandse clubs de schellen van de ogen en wil men ons ook. Daar moeten we dan geen "nee' tegen zeggen. Lubbers heeft gelijk: eigen organisaties moeten geen doel op zichzelf zijn, maar een middel tot integratie, een smeermiddel.”