Commissieleden vinden voorzitter te eigenzinnig handelen; "Optreden Smallenbroek frustrerend'

UTRECHT, 29 JAN. Begin vorig jaar kwam het nieuws van de voorzitterswisseling voor alle leden van de Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen als een donderslag bij heldere hemel. Navraag bij het ministerie van WVC leerde dat het voorzitterschap niet langer een taak was die er één dag in de week kon worden bijgedaan, maar een baan voor vier dagen in de week. De werklast zou de komende jaren toenemen. De commissie beschouwde dat als een plausibele reden. Toenmalig voorzitter P. Berkhout kon dat echter niet combineren met het burgemeesterschap van Haps en ruimde het veld voor A.G. Smallenbroek, oud-burgemeester van het Friese Smallingerland.

Sinds Smallenbroek Friesland de rug toekeerde, had hij verschillende keren laten weten dat hij een zinvolle post wilde bekleden omdat hij zich nog te jong vond om op zijn lauweren te rusten. “Maar die nieuwe baan zal een bestuurlijke en beslist full-time moeten zijn, anders hoeft 't niet”, zei hij in juli 1990 in een vraaggesprek met De Tijd. “De CDA-top wekt de indruk dat ze zoekt, maar ik heb weinig vertrouwen.” In maart 1991 volgde zijn benoeming bij de commissie.

De door de overheid ingestelde commissie begeleidt sluiting of inkrimping van ziekenhuizen in Nederland. Naast stemgerechtigde leden van de ziekenfondsen, de particuliere verzekeraars, de Nederlandse Zorgfederatie en vakbonden zetelen adviseren leden in de commissie, onder meer van de Bankiersvereniging en WVC. De commissie komt in actie als de overheid een besluit heeft genomen over opheffing of inkrimping van een ziekenhuis. De commissie schakelt daartoe gemachtigden in die allerlei zaken regelen, met name op het gebied van onroerend goed. Beslissingen die het betrokken ziekenhuis neemt worden aan de gemachtigde voorgelegd. Smallenbroek passeerde echter gemachtigden zonder overleg en nam hun taken over. “Dat leidt tot steeds meer frustraties bij gemachtigden, die volgens de regels vrij eigenstandig kunnen opereren”, zegt een ziekenhuisdirecteur die "samenwerkte' met Smallenbroek, maar die anoniem wil blijven. “Ook de ziekenhuisdirectie werd steeds voor voldongen feiten geplaatst; Smallenbroek voerde zelfstandig onderhandelingen, deed het soms voorkomen alsof er overeenstemming was terwijl dat niet het geval bleek te zijn. Hij eigent zich taken toe die niet de zijne zijn. We hebben WVC daar verschillende keren op gewezen. Daar kent men de situatie zeer goed, omdat WVC-vertegenwoordigers als waarnemers in de commissie zitten.” De ziekenhuisdirecteur wijst erop dat het bij saneringstransacties om miljoenen guldens gemeenschapsgeld gaat. “De zaken moeten op een zorgvuldige en harmonieuze wijze worden afgewikkeld.”

Al enkele maanden na zij aantreden produceerde Smallenbroek een concept-nota over het functioneren van de commissie. Hij wilde zelf voortaan onroerend-goed-transacties afhandelen en een stafbureau bij de commissie creëren. Een commissie van de commissie adviseerde hem het plan in te trekken en niet aan de vergadering voor te leggen, omdat het voorstel in hun ogen geen kans maakte. In reactie daarop dreigde de voorzitter zijn functie neer te leggen. Terwijl Smallenbroek met vakantie was, besloot de commissie op 25 oktober het vertrouwen in de voorzitter op te zeggen. “Er viel niet met hem te praten”, aldus H.S.P. Pauw namens de commissie. Hij vertegenwoordigt de ziekenhuizen.

De commissie besprak de zaak eenmaal met Simons en de hoogste WVC-ambtenaar, secretaris-generaal H.A. de Boer. Dat gebeurde in december, nadat al maanden eerder het ministerie schriftelijk op de hoogte was gesteld van de onwerkbare situatie. De commissie sprak op WVC in december nog een keer met De Boer, de oud-minister van CRM die evenals Smallenbroek uit de linkervleugel van de voormalige AR afkomstig is. Simons en De Boer zegden toe dat er met Smallenbroek gesproken zou worden, zonder duidelijk te maken wat de intentie van het onderhoud zou zijn, aldus Pauw.

Er gebeurde niets. Smallenbroek verscheen vorige week woensdag weer gewoon op de maandelijkse commissie-vergadering. De commissie zag zich opnieuw genoodzaakt de tactiek toe te passen die sinds oktober wordt gevolgd. De commissie vroeg hem het voorzitterschap over te dragen. Smallenbroek weigerde. Hij was voorzitter, voor klachten moest men bij WVC zijn, luidde keer op keer zijn reactie. Vervolgens verlieten de commissieleden de vergadering. “We besloten dat we deze vertoning niet meer konden hebben”, aldus Pauw. De commissie wendde zich vervolgens tot het Tweede-Kamerlid Dees.

Ook nadat de gemeenteraad van Smallingerland eind 1989 het vertrouwen in hem had opgezegd, bleef Smallenbroek raadsvergaderingen voorzitten. Ook daar verwees hij ernaar dat hij benoemd was door de Kroon. Na een gesprek met de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Van Dijk nam hij ontslag per 1 januari 1990. Sindsdien krijgt hij wachtgeld, waarop zijn inkomsten als voorzitter van de commissie in mindering worden gebracht. Smallenbroek is onbereikbaar voor commentaar. Maandag vertrok hij voor een vakantie van twee weken naar Zwitserland.

WVC werkt aan voorstellen om op korte termijn uit de impasse te komen. Op het departement heerst de opvatting dat Smallenbroek “voorzitter in alle rechten” is.