Baker werkt aan Israelische versoepeling

MOSKOU, 29 JAN. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker heeft vandaag in Moskou geprobeerd Israel ervan te overtuigen dat het de komende maanden moet streven naar een compromis over de agenda van en de Palestijnse deelneming aan vervolgronden van de multilaterale vredesonderhandelingen over het Midden-Oosten.

De multilaterale conferentie wordt in werkgroepen opgesplitst, die volgens diplomaten in april of mei op verschillende locaties zullen bijeenkomen, afhankelijk van de groepsvoorzitter.

Baker wil dat Israel instemt met een werkgroep die het vluchtelingenprobleem moet gaan behandelen en zich niet blijft verzetten tegen zijn pogingen om in een volgende ronde alsnog Palestijnen uit de diaspora aan sommige werkgroepen te laten deelnemen. De Palestijnen zijn nu in Moskou helemaal buiten de conferentiezaal gebleven, omdat hun met Palestijnen uit Oost-Jeruzalem en de diaspora uitgebreide delegatie geen genade kon vinden bij de organisatoren.

Voor een werkgroep-vluchtelingen voelt Israel nog weinig, ook al heeft minister van buitenlandse zaken David Levy geen bezwaar tegen internationale hulp voor de vluchtelingenkampen. Tegen participatie van Palestijnen uit de diaspora heeft de Israelische regering “principiële” bezwaren omdat ze vreest dat zo de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) via een achterdeur wordt toegelaten. Binnen het Palestijnse kamp is tot nu toe dubbelzinnig gereageerd op de voorstellen van Baker.

De vraag onder welke voorwaarden de Palestijnen mogen of willen deelnemen aan dit onderdeel van het vredesoverleg, is tot nu toe het belangrijkste onderhandelingsthema in Moskou. Vijf van de acht gedelegeerde Palestijnen werd gisteren de toegang tot de conferentiezaal geweigerd. Ze kregen geen accreditatie omdat ze uit de diaspora en Oost-Jeruzalem kwamen, en zo buiten de afgesproken orde vielen. Voor het begin van de eerste fase in Madrid was overeengekomen dat alleen Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever en uit de Gazastrook welkom zouden zijn. Na deze weigering besloot de gehele Palestijnse delegatie van deelneming af te zien. De belangrijkste Arabische landen (Saoedi-Arabië, Egypte en Jordanië) volgden haar voorbeeld echter niet; alleen Algerije en Jemen lieten weten dat hun wegblijven in feite moest worden beschouwd als protest tegen het weren van de Palestijnen. Syrië en Libanon hadden al veel eerder meegedeeld niet te zullen komen.

James Baker heeft vervolgens geprobeerd een tussenweg te vinden. Zijn compromis behelst de mogelijkheid voor Palestijnen uit de diaspora (niet de Palestijnen uit Oost-Jeruzalem) alsnog aan de werkgroep-vluchtelingen deel te nemen. De Palestijnse woordvoerster Hanan Ashrawi toonde zich geïnteresseerd in een compromis, maar verklaarde tezelfdertijd dat deelneming van de Palestijnen uit Oost-Jeruzalem een “principiële kwestie” blijft.

De Israelische minister van buitenlandse zaken David Levy reageerde eveneens terughoudend. “Het is naief om nu ineens Palestijnen uit de diaspora toe te laten. Dat is een middel om de PLO in de conferentie onder te brengen. Voor ons is de PLO geen partner. Want dit is geen vredesproces om een Palestijnse staat te creëren”, aldus Levy. “Als wij nu de regels van het spel weer terugdraaien, dan kunnen straks ook alle andere beslissingen worden herzien.”