Aantal eerstejaars aan universiteiten stijgt met 3 procent

ROTTERDAM, 29 JAN. De universiteiten hebben dit studiejaar ruim drie procent meer eerstejaars dan in 1990-1991. Op 1 december stonden 35.679 studenten voor de eerste keer ingeschreven, 1.167 meer dan een jaar eerder.

Dat blijkt uit cijfers die het CBS gisteren heeft gepubliceerd. De groei komt vrijwel volledig voor rekening van vrouwelijke studenten. Zij vormen bijna 46 procent van de eerstejaars.

Het totaal aantal ingeschreven studenten aan de universiteiten is met 1,6 procent gestegen tot 168.830 (was 166.122). Aan de hogescholen groeide het aantal studenten aanzienlijk sterker. Daar zijn dit jaar bijna 198.000 studenten ingeschreven tegen 183.350 in het voorgaande studiejaar, een toename met bijna acht procent.

Aan de universiteiten is vooral de belangstelling voor een studie in de letteren en in de sociale wetenschappen toegenomen. Met name voor Engels en psychologie zet de groei zich gestaag door. Geschiedenis herstelt zich van een dalende belangstelling in het afgelopen jaar. Deze groei komt voornamelijk voor rekening van de vrouwelijke studenten en van degenen die eerder al aan een hogeschool afstudeerden.

De populariteit van de studie economie is duidelijk over haar hoogtepunt heen. De groei was er al enkele jaren uit, dit jaar hebben zich zo'n vijf procent minder eerstejaars aangemeld dan vorig jaar. Datzelfde geldt voor de studie rechten. Dit heeft met name grote gevolgen voor de Rotterdamse Universiteit die na enkele jaren van soms forse groei nu wordt geconfronteerd met een dalend studentental. Ook de universiteiten in Enschede, Wageningen en Leiden zien het aantal eerstejaars dalen.

De belangstelling voor wiskunde en natuurwetenschappen en voor de technische wetenschappen blijft stabiel. Wel zijn er binnen deze wetenschapsgebieden soms forse verschuivingen in de belangstelling zichtbaar. Zo daalt het aantal eerstejaars dat informatica, natuurkunde en scheikunde is gaan studeren en stijgt de belangstelling voor farmacie. Bij de technische wetenschappen zet de dalende lijn bij elektrotechniek zich voort en moet de in de afgelopen jaren sterk gegroeide studierichting werktuigbouwkunde net als vorig jaar een forse veer laten. De belangstelling is daarentegen toegenomen voor civiele techniek en vooral voor bouwkunde (826 eerstejaars, bijna tweehonderd meer dan in 1990-1991).

Aan de universiteiten is ook het aantal auditoren (studenten die niet meer over inschrijvingsrechten beschikken en daarom een hoger collgegeld moeten betalen) fors toegenomen, van 4.621 vorig jaar naar 8.247 op 1 december. Onduidelijk is of dit komt doordat studenten langer over hun studie zijn gaan doen. De stijging kan ook het gevolg zijn van het aflopen van allerlei overgangsmaatregelen.

De Delftse Universiteit telt relatief de meeste auditoren: 7,6 procent van het aantal ingeschrevenen. Deze universiteit voert al enige tijd actie voor verlenging van de cursus- en daarmee van de inschrijvingsduur. De twee andere technische universiteiten (Eindhoven en Enschede) "scoren' met zo'n vijf procent daarentegen even hoog als de de meeste andere universiteiten. In Wageningen is het percentage auditoren zelfs maar 2,5 procent. Daarmee telt deze ingenieursopleiding op de Maastrichtse Universiteit na relatief de ministe auditoren. Ook in Groningen en Utrecht vormen de auditoren met zo'n drie procent maar een relatief klein deel van de ingeschrevenen.