Soepeler Koerden-lijn Ankara wekt verzet

ATHENE, 28 JAN. De liberale politiek jegens de Koerden zoals die door de Turkse regering is geproclameerd, ondervindt toenemende oppositie. De moeite die vice-premier Erdal Inüon, leider van de Sociaaldemocratische Populistische Partij (SPP), had om dit weekeinde als voorzitter van deze kleinste coalitiepartij te worden herkozen, had ermee te maken. Vooral SPP-kopstukken uit het Zwarte-Zeegebied hebben de mening verkondigd dat men te ver gaat. De Koerden in Turkije hebben sinds november culturele rechten; er verschijnt een Koerdisch weekblad en vorige week begon men in de Koerdenstad Diyarbakir vertoningen van een, overigens “onschuldige”, Koerdische film.

Verzet tegen deze verschijnselen is ook aangetekend door een geheime groep die zich "Kemalistische officieren' noemt (naar de stichter van de republiek Kemal Atatürk) en die voornamelijk opereert in Izmir en Kayseri. Belangrijker is dat de strijdkrachten zelf al enkele weken bezig zijn aan een groot winteroffensief tegen de PKK, de Koerdische guerrilla-organisatie die zich separatistisch heeft opgesteld. De acties concentreren zich op haar kerngebied in het Cudi-gebergte, niet ver van de Iraakse grens.

Het dagblad Hürriyet, dat goede connecties heeft met de legerleiding, meldt dat op grote schaal bommenwerpers en helikopters van het type Apache zijn ingeschakeld. Drie kampen van de PKK zouden reeds zijn vernietigd en vijfhonderd PKK'ers gedood. Van de zijde van PKK-woordvoerders in het buitenland worden deze berichten weggewoven.

Verontrustender blijft volgens de PKK de activiteit van wat wordt genoemd de “contra-guerrilla” in het gebied, die de laatste maanden ook opereert onder de naam Hezbollah. Het aantal verdwijningen van personen die zich met de Koerdische zaak bezighouden zou al ten minste één per dag bedragen. De Koerdische afgevaardigde Zübeyin Aydar stelde onlangs dat de regering haar programma van herstel van het vertrouwen in de staat alleen waar kon maken als ze een eind maakte aan de willekeur van strijdkrachten en contra-guerrilla.

Van de zijde van de Turkse autoriteiten gaat de meeste bezorgdheid uit naar het feit dat de Koerdische guerrilla zich van het zuidoosten verplaatst naar de grote steden, naar het voorbeeld van de IRA. Een maand geleden werd een zware aanslag gepleegd op een warenhuis bij Istanbul waarbij elf burgers omkwamen. Zaterdag werd een ander warenhuis, aan de kust van de Zee van Marmara, het doelwit van brandbommen, terwijl vrijwel gelijktijdig een aanslag op de oude bazar in het centrum van de stad een dode en tien gewonden eiste.