Ritzen mag fusies niet afdwingen van Kamer

ROTTERDAM, 28 JAN. De Tweede Kamer wil voorlopig niet dat minister Ritzen (onderwijs) nieuwe fusies afdwingt in het hoger beroepsonderwijs. Ook mag hij aan hogescholen geen nieuwe economische en administratieve opleidingen vestigen als een bestaande economische hogeschool niet wil fuseren.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer tijdens de bespreking van het tweejaarlijkse Hoger onderwijs- en onderzoekplan (HOOP). CDA en D66 dienden een motie in waarin de Kamer vastlegt dat schaalvergroting in het hoger economisch onderwijs alleen mogelijk is als de hogescholen in “volledige vrijwlligheid” tot samengaan besluiten. Ritzen had in het HOOP een nieuwe fusie-operatie in het hoger beroepsonderwijs aangekondigd. De minister wilde onder meer de vijf nog zelfstandige HEAO's (in Amsterdam, Arnhem, Rotterdam, Sittard en Utrecht) dwingen te fuseren met hogescholen die al meer studierichtingen in hun pakket hebben.

De Kamer wenst dat de minister op korte termijn een discussie begint over het stelsel van hoger onderwijs. Een meerderheid wil voorlopig nog het formele onderscheid tussen universiteiten en hogescholen handhaven, maar sluit evenals de minister opheffing van dit zogeheten binaire stelsel als resultaat van de discussie niet uit. De meeste fracties vinden het wel nodig dat op korte termijn de scheidslijn tussen hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs duidelijker wordt aangegeven. Het CDA wil sanering van het aanbod aan de universiteiten door typische beroepsopleidingen over te hevelen naar hogescholen “om zo het eigen karakter van beide typen onderwijs duidelijker tot uiting te laten komen”. De andere fracties ging die oplossing echter te ver.

De Kamer zal de verhouding tussen universiteiten en hogescholen over enkele weken opnieuw aan de orde stellen als zij de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek behandelt. Dan wil zij van de minister ook meer duidelijkheid over de manier waarop hij universiteiten en hogescholen, ondanks hun voorlopig nog gescheiden optrekken, kan stimuleren toch zoveel mogelijk samen te werken.