Remedie voor Angst en Ennui Ambit 126, 96 blz. ¢8 ...

Remedie voor Angst en Ennui Ambit 126, 96 blz. ¢8 5,- 17 Priory Gardens, Highgate, London N6 5QY.

Woolf snibbig The Charleston Magazine: Virginia Woolf Issue. Winter-Spring 1991-1992, 56 blz. ƒ 17,50. Charleston Trust, nr. Firle, Lewes, East Sussex BNB 6LL.

Bestaat er Europese literatuur? Storm, New Writing from East and West, nr. 4, 106 blz. ƒ 21,45. Jonathan Cape, imp. Nilsson & Lamm.

Remedie voor Angst en Ennui

“Het was in die tijd na de oorlog. De jaren vijftig gleden weg in nevelen en desillusies. En daarmee verdwenen ook herinneringen aan vernieuwingsbewegingen: Penguin New Writing, Horizon, Criterion. In Londen stelde kinderarts Martin Bax de diagnose van de overheersende gemoedsgesteldheid: Angst en Ennui. Hij schreef voor: Plaatjes en poëzie. Verhalen, satirische humor. Onbedompte kritiek. Esthetische stimulatie. Pret. En hij noemde dit Ambit.”

De werving van het Engelse kwartaaltijdschrift Ambit klinkt drieëndertig jaar na de oprichting bepaald aanlokkelijk. Grote namen? Nee, alleen illustrators Foreman en Ralph Steadman klinken bekend naast redacteur J.G. Ballard - en wie had in de schrijver van Empire of the Sun een tijdschriftredacteur vermoed?

Jim Burns opent met een serie gedichten. Zijn goedbedoelendheid overtreft verre de kwaliteit:

"It's easy,' she says, "I just go into

his office, and cross my legs, and hitch

my skirt a little higher, and smile.'

"What happened to equal opportunities,

and sexism, and all that other stuff

you're always on about?' I ask her.

"Well,' she says, "that still applies,

but when it doesn't work, I just

get right back to the basics.'

Justine River volgt met een erotisch verhaal over een vrouw die onhoudbaar opgewonden raakt van haar artistieke tatoeëerder. Elaine Randell maakte een ondoorgrondelijk gedicht met citaten uit The Last Testament of Oscar Wilde van Peter Ackroyd; Jonathan Treitel vermengt een Wagneriaanse queeste met een modern liftersverhaal; Donald Atkinson verwerkt in een kleine gedichtencyclus over een besnijdenis Dürer, Shakespeare, Arafat, Chaucer, de Maagd Maria, Freud, en anderen. Maar allemaal niet zo dat je gegrepen wordt. Overheersend thema in Ambit is de geestelijke gestoordheid: prozaredacteur Ballard heeft absoluut een voorkeur voor zwakke, licht tot zwaar geschifte vrouwen en kinderen.

Ambit 126, 96 blz. ¢8 5,- 17 Priory Gardens, Highgate, London N6 5QY.

Woolf snibbig

Na Virginia Woolfs vijftigste sterfjaar komt natuurlijk als eerste het Charleston Magazine met een herdenkingsnummer. Het halfjaarlijkse tijdschrift is van de Charleston Trust, de vereniging die zich bezighoudt met de instandhouding - tot dusver: het opknappen - van de boerderij Charleston en het propageren van haar historische, kunstzinnige en literaire betekenis.

“Something like a lean sheepdog in appearance - harum scarum-humble - too much of a professional, yet just on the intellectual side of the border.” Virginia Woolf in 1921 over een nieuwe kennis, de schrijfster en literatuurcritica Rose Macauley. Jane Emery schreef voor Charleston Magazine over Woolfs ambivalente gevoelens ten opzichte van Macaulay. Ze bewonderde haar talent, maar, hoewel ze zelf net zo goed haar geld voornamelijk verdiende met literatuurkritiek, vond ze dat Macaulay haar ziel had verkwanseld aan de professionele kritiek. Emery, kersvers biograaf van Macalay, toont Woolf hier vooral van haar snibbige kant. “I am not so nice as I was, but I am nicer than Rose Macaulay.”

Neef en biograaf van Woolf, Quentin Bell, draagt aan dit nummer een stuk bij over de schijnbare heropleving, in Amerika, van de anti-Bloomsbury houding die in de jaren '50 en '60 vrij algemeen was. Bell maakt zich beschaafd vrolijk over de verwijten van moderne Amerikaanse feministes - tante Woolf had immers zelfs een hekel aan de term feminisme. Aan de hand van Ethel Smyths passies, als ruim zeventigjarige, voor achtereenvolgens Virginia Woolf en haar zuster Vanessa Bell schildert Quentin Bell het verschil tussen een Suffragette (militant: Ethel) en een Suffragist (rustig rationeel: Virginia).

Ook Maggie Bee gaat in op het herlevende verschijnsel van Bloomsbury-afkeer, in werkelijkheid nooit echt weg geweest, maar volkomen overheerst door de Woolf-hausse. Snobisme, elitevorming, vriendjespolitiek, burgertruttige vrijblijvendheid - de Bloomsbury-groep heeft, hoe kan het ook anders, altijd vijanden gehad. Bee, in "Virginia Woolf and the Ivory Tower', ontleedt Woolfs eigen gevoelens over die ivoren toren. Als we Gee's ideeën over ivoor (decadent) en toren (masculien), alsmede over Virgin-ia (maagdelijk) maar even overslaan blijft er bar weinig van dit artikel over.

Tussen de boekbesprekingen in dit nummer vallen er twee op: Caws' Women of Bloomsbury: Virginia, Vanessa and Carrington (juichend) en, onvermijdelijk, Louise DeSalvo's veelomstreden onderzoek naar seksueel misbruik van Virginia Woolf in haar jeugd door haar vader (afgewezen: "no good scholarship').

The Charleston Magazine: Virginia Woolf Issue. Winter-Spring 1991-1992, 56 blz. ƒ 17,50. Charleston Trust, nr. Firle, Lewes, East Sussex BNB 6LL.

Bestaat er Europese literatuur?

Is "Storm' het meest passende woord voor de literatuur sinds de omwenteling in Centraal- en Oost-Europa? Is er zo iets als een nieuwe, "Europese' literatuur aan het ontstaan? De Engelse uitgeverij Cape vindt van wel en lanceerde vorig jaar het tijdschrift Storm voor nieuwe literatuur uit Oost en West, met de nadruk op Midden-Europa.

Met het begin van de tweede jaargang mag ook werk van over de oceaan in Storm.

Wie zijn er te vinden in Storm nr. 4: Undine Gruenter (Duitsland), Rick Moody (VS), Geneviève Serreau (Frankrijk), Adám Bodor (Roemenië), Kate Sterns (Canada-Londen), Ewa Kuryluk (Polen-VS), Drago Stambuk (Kroatië-Londen), en Urszula Benka (Polen-Parijs). Bekender namen in meerdere nummers waren Bohumil Hrabal, Dubravka Ugresic en Peter Esterhazy.

De Duitse roept de sfeer op van Parijs tussen de twee wereldoorlogen. "Manster' van Moody is volgens redactrice Joanna Labon in Amerika niet gepubliceerd uit preutsheid - hoogst onwaarschijnlijk, aangezien het verhaal vooral bestaat uit zorgen en uitstelfantasieën van een voortijdig zaadlozer. De Française Serreau is als enige niet flink jong, zelfs al meer dan tien jaar dood, maar haar werk - het gekozene lijkt een mooi toneelscenario in wording - was nog niet eerder in het Engels vertaald.

Ad'am Bodor is wél onmiskenbaar Middeneuropees, met zijn ogenschijnlijk grappige maar dodelijk ernstige, bijna surrealistische verhaal over een dwerg en een vluchtelinge die naakt uit een vrachtwagen - vleesvervoer - wordt geworpen.

Ewa Kuryluk werkt aan een erg vreemde roman, The 21st Century, waarin ze in een kunstenaarskolonie onder anderen Anna Karenina, Italo Calvino, Simone Weill en Djuna Barnes samenbrengt. "The Death of Djuna Barnes' speelt in Japan.

"Take Europe! Buy Storm!' - ik weet het nog zo net niet.

Kroaat Drago Stambuk, arts en dichter, is tenminste "thuis' te brengen: "There is no homeland until the four winds' spirit / breathes life into the sea's corpses and scattered / skeletons, and Croats rise up to the surface of the / dark-blue grave, then swim with gentle strokes, / to the silver of the eastern shores,...'

Storm, New Writing from East and West, nr. 4, 106 blz. ƒ 21,45. Jonathan Cape, imp. Nilsson & Lamm.