Rapport helpt Veronica en Vara uit de droom

AMSTERDAM, 28 JAN. Het rapport van de commissie-Donner, dat gisteren aan de minister van WVC werd aangeboden, heeft enige duidelijkheid gebracht over de toekomst van het Nederlandse omroepbestel. Allereerst werd duidelijk dat aspirant-commerciële omroepen, afkomstig uit het publieke bestel, niet met voorkeur aanspraak kunnen maken op een zendmachtiging op een "etherfrequentie'. Zij moeten eerst hun licentie voor het functioneren als publieke omroep prijsgeven en op de kabel gaan uitzenden, alvorens zij in aanmerking kunnen komen voor uitzendingen via de ether. Andere gegadigden moeten ook een goede kans krijgen. Van een "bruidsschat', een som geld bij uittreding, kan volgens de commissie al helemaal geen sprake zijn.

Het verschil tussen uitzendingen via de kabel of de ether is, door het grote bereik van het kabelnet in Nederland, niet zo groot. Toch is het voor bepaalde aspirant-commerciële omroepen essentieel. Volgens het ministerie van WVC is ongeveer 85 procent van de Nederlandse huishoudens aangesloten op het kabelnet en kan de rest niet kennisnemen van het commerciële aanbod. Maar volgens de directeur van de TROS, C. Wolzak, blijft slechts 7 procent van de Nederlanders - mede dank zij schotelantennes - verstoken van commerciële (kabel)omroep.

Twee initiatieven van Hilversumse omroepen om uit het publieke bestel te treden golden vóór de publikatie van het Donner-rapport als serieus. Ten eerste dat van de TROS om via de kabel, waartoe een recente wijziging in de Mediawet de mogelijkheid biedt, commerciële televisie te bedrijven. En ten tweede dat van de combinatie VARA en Veronica, die een plaats op de "vrijgekomen' etherfrequentie voor ogen had. De commissie acht zo'n constructie in strijd met de Europese regelgeving.

Het rapport van de commissie-Donner helpt dus vooral het VARA/Veronica-initiatief uit de droom. Veronica-voorzitter J. van der Reijden gaf gisteren toe dat hij door de onzekere factoren die aan het rapport kleven van de commerciële optie moet afzien. Een zelfde conclusie valt te verwachten van VARA-voorzitter M. vam Dam, die eerst nog een intern onderzoek naar de commerciële mogelijkheden van zijn omroep afwacht.

De conclusies van de commissie-Donner zijn koren op de molen van de minister van WVC, die afstevent op een waterscheiding tussen commerciële en publieke omroepen. Zendgemachtigden die de ambitie hebben om uit het bestel te treden, moeten dat nog dit voorjaar kenbaar maken. De commissie-Donner onderscheidt een aantoonbaar verschil tussen de taak van de publieke en de commerciële omroep. Zelfs het bestaansrecht van publieke omroepen staat daarbij niet bij voorbaat vast; zij moeten aantonen dat die status gerechtvaardigd is.

De toekomst van het publieke omroepbestel is waarschijnlijk als volgt: de TROS treedt uit het bestel, de overige omroepen kiezen eieren voor hun geld en gaan - geheel in de geest NOS-voorzitter M. de Jong - samenwerkingsverbanden aan. Bij AVRO, KRO en NCRV groeit al iets moois, VARA en Veronica zullen hun vrijage voortzetten en daarbij de EO moeten gedogen en de VPRO wordt de vaste partner van de NOS op het derde net. In het NOS-bestuur worden de definitieve combinaties vastgesteld.

Door de bevindingen van de commissie-Donner komen de zuiverheid en de waarachtigheid van de publieke omroep in Nederland in zicht. Het valt te hopen dat NOS-voorzitter De Jong de - ongetwijfeld gepijnigde - "achterblijvers' weet te overtuigen van de noodaak van een krachtige publieke omroep en afziet van zijn aanvankelijke streven naar een "gedifferentiëerd bestel'.