Parallelmarkt moet weer open worden

AMSTERDAM, 28 JAN. Openheid is voor aan de parallelmarkt genoteerde ondernemingen de grote troefkaart voor de toekomst. De tweede markt van de Amsterdamse effectenbeurs kan alleen door meer duidelijkheid en doorzichtigheid van het wat schimmige imago worden verlost.

Dat zei drs. F. de Ruyter, directeur van het parallelmarktfonds Van Besouw en voorzitter van de belangenvereniging van parallelmarktfondsen Vopaf, vanmiddag in Amsterdam tijdens een symposium ter ere van het tienjarige bestaan van de parallelmarkt.

De doorzichtigheid van de situatie bij de beursgenoteerde bedrijven zelf, verduidelijking van de spelregels op de markt en het vasthouden aan de specifieke positie van de twee hoekmansbedrijven voor de parallelmarkt zijn volgens de Ruyter van levensbelang voor het voortbestaan van de parallelmarkt.

Hoewel de parallelmarkt - ooit als voorportaal voor de officiële markt van de beurs bedoeld - al toe is aan zijn tiende verjaardag, is de Vopaf pas vorig jaar van de grond gekomen op initiatief van Free Record Shop directeur en eigenaar J. A. Breukhoven. Voor de Amsterdamse beurs bleek een klankbord voor de parallelmarkt zeer welkom. Daarbij vonden de beursgenoteerde bedrijven, dat de koersvermelding in de media werd weggedrukt.

Parallelmarktfondsen onderscheiden zich van de rest van de aandelenfondsen van de Amsterdamse beurs door met name drie zaken. Hun kapitalisatie is lager, niet het gehele aandelenpakket hoeft te zijn genoteerd en de bepalingen inzake beschermingsconstructies zijn minder streng. Dat laatste is volgens De Ruijter overigens wat onlogisch. Juist dit soort kleinere bedrijven kent heel vaak vaste aandeelhouders en geniet daardoor al een “natuurlijke” bescherming.