Ontnuchterende aanslag

TOEN IN DUITSLAND de afgelopen tijd een golf van geweld tegen asielzoekers losbarstte, was de reactie in Nederland bijna tastbaar: zoiets gebeurt hier niet.

Deze zelfgenoegzaamheid is niet houdbaar gebleken. Na eerdere incidenten in Den Haag en Amsterdam werd het afgelopen weekeinde een moskee in Amersfoort doelwit van een brandbom. Hoewel het beeld van de daders niet over de hele linie eenduidig is, valt aan te nemen dat het geweld afkomstig is uit rechts-extremistische hoek. De ontnuchtering is niet gering. Wat blijft is de noodzaak deze ontwikkeling in de kiem te smoren. Zeker nu Nederland ook al een paar bommen van de RARA te verstouwen heeft gehad. Nog afgezien van de directe schade en angst is het volstrekt onaanvaardbaar wanneer de discussie over vreemdelingen in dit land vanuit de uitersten op het politieke spectrum met aanslagen wordt gedicteerd.

Bij dergelijke gebeurtenissen wordt onmiddellijk een concrete aanpak geëist. En terecht. Maar toch loopt zo'n concrete aanpak van dit extremistische geweld al direct het gevaar te belanden in een competentiestrijd tussen de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de Centrale Recherche-informatiedienst (CRI). Politiek geweld levert een schoolvoorbeeld van de “natuurlijke spanning” tussen beide diensten, zoals dat werd genoemd in het rapport van de Commissie-Blok die vorig jaar adviseerde over een betere onderlinge afstemming. Zelfs aan het beleidsoverleg tussen de hoofden van de twee rivaliserende diensten bleek nog wel wat te mankeren. In plaats van de knoop door te hakken heeft de Commissie-Blok er een extra knoop ingelegd.

ER IS “onverminderd” plaats voor een eigen BVD-verantwoordelijkheid “naast en na de concrete afhandeling door politie en justitie”, luidt de conclusie. In haar algemeenheid is deze stelling niet zonder gevaren voor de burgerlijke vrijheden. In geval van politiek gekleurde criminaliteit dient de opsporing in beginsel voorrang te hebben omdat zij is gericht op een openbare berechting door een onafhankelijke rechter - met alle waarborgen van dien. De activiteit van een geheime dienst is dat per definitie niet. In de recente gevallen is er bovendien een serieus aanknopingspunt voor de justitie in de vorm van ernstige gewelddaden.

Met de bewijsvoering valt echter niet te schipperen en dit heeft in het geval van de RARA er al eens toe geleid dat een grootscheepse opsporingsactie in een justitiële sisser eindigde. Er valt dan niet aan te ontkomen dat de BVD milieus die aanwijsbaar, zij het wellicht niet geheel bewijsbaar, met ernstige gewelddaden verbonden zijn goed in de gaten houdt. Als men in die kringen dat beseft wil men zich wellicht nog eens tweemaal bedenken.

HOE BELANGRIJK de concrete aanpak van het extremisme ook is, hoofdzaak is toch de “stressbestendigheid van de democratie”, zoals de Amsterdamse burgemeester Van Thijn dit weekeinde het bij de Auschwitz-herdenking terecht noemde. De recente uitingen van vreemdelingenhaat appelleren aan bestaande gevoelens van frustratie en onvrede. Hoe gaat een democratie daar mee om? Tijdens een commissievergadering op 19 december zei het Kamerlid Apostolou over het grimmiger wordende klimaat: “Zwijgen en negeren zijn geen alternatieven. Er moet onder aanvoering van reële argumenten en feiten gereageerd worden”.

Het veelbesproken nationale debat over etnische minderheden, aangezwengeld door oppositie-leider Bolkestein, is dan ook nodiger dan ooit. Het is eigenlijk al begonnen, zo merkten diverse sprekers in december tevreden op. In deze lijn hebben politieke geestverwanten van Bolkestein de laatste tijd voorschotjes genomen op tere punten als gezinshereniging en islamitisch onderwijs. Omgekeerd valt vanuit de coalitie te horen dat het nationale debat alleen maar een “extra intensivering” van bestaande beleidsinspanningen behelst.

DERGELIJKE SCHOTEN voor de boeg doen af aan de betekenis van het debat. Nederland is beland in een ingrijpende cultuuromslag, maar onbekend is eigenlijk wat “integratie” betekent. Migratie heeft grote economische implicaties. Die zullen wel eens zijn doorgerekend, maar het valt moeilijk vol te houden dat er op dit punt van een geïnformeerde gedachtenwisseling sprake is. Kan de democratie na het gehakketak over de sloten op de deur in opvangcentra voor asielzoekers nu eindelijk eens toekomen aan de echte vragen?