Nieuwbouw is inbrekersparadijs

Bij de oplevering van de Bijlmermeer is er destijds door Amerikaanse deskundigen voor gewaarschuwd dat ernstige problemen met vandalisme en criminaliteit waren te verwachten. Deze waarschuwingen zijn in de wind geslagen. Pas toen de problemen dramatische proporties hadden aangenomen, is men begonnen met wijzigingen aan te brengen in het ontwerp. Er is ruim honderd miljoen overheidsgeld ingepompt en de naam Bijlmer is gewijzigd in Amsterdam-Zuid-Oost. Maar het heeft allemaal niet meer mogen baten. Een belangrijk deel van de flatgebouwen zal worden gesloopt.

Prof. Priemus van de TH Delft heeft onlangs een lijst gemaakt van alle hoogbouwcomplexen in Nederland die met verloederingsverschijnselen kampen. Het is een lange lijst geworden. Er komen verschillende complexen op voor waarvoor aan de architecten prijzen zijn toegekend. Ter verontschuldiging van de ontwerpers van de Bijlmer of de Paperclip in Rotterdam kan nog worden aangevoerd dat er in Nederland twintig jaar geleden nog geen ernstig criminaliteitsprobleem bestond. Een architect kon toen dus nog te goeder trouw sociaal-onveilige complexen ontwerpen.

Anno 1992 is dat niet meer mogelijk. Toch blijken ook veel hedendaagse ontwerpen niet te voldoen aan de meest elementaire eisen van sociale veiligheid. Uit de berichten van preventiedeskundigen bij de politie blijkt dat in de provincie nog regelmatig nieuwbouwwijken worden opgeleverd waarvan het programma van eisen lijkt te zijn opgesteld door het plaatselijke inbrekersgilde. De achtergevel is bijvoorbeeld aan het zicht onttrokken en de technische beveiliging voldoet niet aan de door het Nederlandse normalisatie-instituut vastgestelde normen. Keer op keer worden zulke inbrekersvriendelijke wijken enige tijd na oplevering het doelwit van reeksen inbraken. Achteraf moet dan, tegen twee à drie keer hogere kosten, alsnog het hang- en sluitwerk worden vervangen.

Gaat het in de grote steden wellicht beter, omdat men door schade en schande wijs is geworden? Nee, want ook daar worden nog met de regelmaat van de klok nieuwe complexen opgeleverd die volstrekt niet voldoen aan normen met betrekking tot sociale veiligheid en die dus als het ware vragen om overlast ten gevolge van criminaliteit. Het achteraf afsluiten van semi-publieke ruimten blijkt dan vaak onvermijdelijk. Dergelijk reparatiewerk is niet alleen kostbaar maar tast ook het ontwerp aan. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hekken bij het Pentagon-gebouw in Amsterdam en bij het zogeheten Kavel Zes complex in Den Haag.

De ontwerper van het Pentagon is, om in criminologische termen te spreken, een recidivist. In Den Haag heeft hij vorig jaar in een sociaal zwakke wijk een complex doen neerzetten met grote semi-publieke ruimten die van alle kanten toegankelijk zijn. Collegae prijzen die openheid van het ontwerp. De bewoners klagen nu echter al steen en been over de overlast ten gevolge van verslaafden en kleine criminaliteit. Het is vrijwel zeker dat bij de toegangen tot dit complex binnenkort gruwelijke hekken zullen moeten worden geplaatst. In Den Haag is vorig jaar ook een grootschalig hoogbouwcomplex verrezen van het duo Aldo Rossl/Weeber. De eerste is een internationale coryfee en de tweede voorzitter van de Nederlandse architectenvereniging. Qua sociale veiligheid is "De Lamel' een post-moderne variant op de Bijlmerbajes. Alles wijst erop dat dit, in een sociaal kwetsbare wijk gebouwde, complex binnen vijf jaar een crimineel rampgebied zal zijn.

Het gaat nog steeds niet goed met de sociale veiligheid van de gebouwde omgeving in Nederland. De architectenwereld is kennelijk niet uit zichzelf bereid om zich aan elementaire normen voor sociaal veilig bouwen te conformeren. Toonaangevende Nederlandse architecten ontwerpen nog steeds op basis van een utopisch mensbeeld uit de jaren zestig. Zij bouwen als het ware voort aan het Nieuwe Babylon van Constant Nieuwenhuis en sluiten de ogen voor de vervuiling, de inbraken en het geweld waarmee de bewoners van hun geesteskinderen dagelijks hebben te maken. Gezien de grote sociale en economische belangen die met de veiligheid van woonhuizen zijn gemoeid, valt naar mijn mening aan regelgeving op dit gebied niet te ontkomen.

In het onlangs nieuw vastgestelde Bouwbesluit zijn de officiële minimumnormen voor hang- en sluitwerk helaas niet opgenomen. Deze hebben wel een plaats gekregen in de lokale bouwverordening van de gemeente Haarlem. Het is dringend gewenst dat andere gemeenten dit voorbeeld volgen en daartoe van het Ministerie van volkshuisvesting ook de ruimte krijgen. Door de TH Delft is een checklist ontwikkeld voor sociaal veilig ontwerpen. Het gebruik van de Duitse in alle fasen van het ontwerpproces zou mijn inziens verplicht moeten worden gesteld. De bestaande welstandscommissies zouden daarom als nieuwe taak moeten krijgen om alle ontwerpen te toetsen op sociale veiligheid. In verband daarmee zal in de gemeentelijke bouwverordeningen moeten worden vastgesteld dat een ontwerp slechts kan worden goedgekeurd indien het naar het oordeel van de commissie geen onaanvaardbare risico's voor de sociale veiligheid met zich mee brengt.

Sociaal veilig ontwerpen zal naar valt te vrezen, ook via de rechter moeten worden afgedwongen. In de Verenigde Staten is in 1976 de hotelketen Howard Johnson veroordeeld tot het betalen van anderhalf miljoen dollar smartegeld aan de zangeres Connie Francis omdat zij in haar hotelkamer door een van buiten komende indringer was aangerand. De rechter oordeelde dat het gepleegde delict het hotel was aan te rekenen omdat de balkondeuren niet voldeden aan gangbare veiligheidsnormen. Hoewel dit soort processen in Nederland bij mijn weten nog niet is gevoerd, biedt het nieuwe Burgerlijke Wetboek er wel aanknopingspunten voor.

Architecten en aannemers zouden kunnen worden aangesproken op basis van de nieuwe regels omtrent produktaansprakelijkheid. Gesteld zou ook kunnen worden dat sociaal-onveilige gebouwen een gevaar opleveren voor personen en zaken waarvoor de eigenaar aansprakelijk is. Een proefproces tegen een woningcorporatie die heeft nagelaten in een door inbraken geteisterde flat de NEN-normen voor hang- en sluitwerk toe te passen, lijkt mij de moeite van het proberen zeker waard.