Militaire defensie moet milieudefensie worden

Wereldwijd dreigt er een milieu-oorlog. Daarom dienen de collectieve veiligheids- inspanningen niet meer militair maar ecologisch van karakter te zijn. Alleen daardoor kan het gevaar van de klimaatsverandering mogelijk nog worden bezworen.

Gesteld dat een strikt geheim defensie-rapport een conflict voorspelt waarmee grote aantallen mensenlevens, bezetting van nationaal grondgebied en schade aan roerend en onroerend goed gemoeid zijn. Vooral de voedselvoorziening en de agrarische sector zullen worden getroffen. Er zal sprake zijn van legioenen internationale vluchtelingen. Kleine landen verdwijnen geheel van de aardbodem. In het ergste geval, aldus het rapport, staat de toekomst van het leven op aarde zoals we dat kennen op het spel. Oorzaak: het uitbreken van vijandelijkheden op grote schaal? Nee: de geleidelijke opwarming van de aardatmosfeer, een verschijnsel dat door de wetenschap met bedrieglijk geruststellende termen als "klimaatverandering' of "mondiale temperatuurstijging' wordt aangeduid.

Terwijl strategische deskundigen zich overal ter wereld bezighouden met de complexe situatie sinds de afloop van de “koude oorlog” en met regionale conflicten zoals dat in Joegoslavië, bestaat het gevaar dat een geheel nieuwe, nog onheilspellender dreiging aan de aandacht onstnapt. Als de meerderheid van de klimatologen in de wereld het bij het rechte eind heeft, dienen we onze collectieve inspanningen voor de nationale veiligheid thans niet op een militaire maar op deze ecologische dreiging te richten. De verwachte effecten van een temperatuurstijging doen denken aan een oorlog. Waarschijnlijk onder meer daarom hebben geleerden op een internationaal congres in 1988 in Toronto gewaarschuwd dat de potentiële gevolgen van een klimaatverandering “alleen voor een kernoorlog onderdoen”.

Had het hierboven geschetste gevaar zich voorgedaan in NAVO-verband, dan laat zich raden wat voor alarm er zou zijn geslagen door specialisten op het gebied van het strategisch evenwicht en de bescherming van nationale en bondgenootschappelijke belangen.

Maar waarschijnlijk omdat de waarschuwingen afkomstig waren van milieudeskundigen, is er tot op heden geen officieel internationaal onderzoek ingesteld naar de consequenties voor ons defensie'-beleid.

Sinds vijf jaar komen klimatologische instituten over de gehele wereld tot verontrustende conclusies over klimaatveranderingen. De voornaamste conclusie is dat de gemiddelde temperatuur op aarde de komende eeuw een ongekende stijging zal ondergaan. En hoewel die schijnbaar gering blijft - ten hoogste 5ß8 C tot het jaar 2100 - zit de kern van het probleem hem in het stijgtempo. Dat tempo kan alleen worden vertraagd, aldus deskundigen, als we de uitstoot van kooldioxide, methaan en andere warmte-vasthoudende stoffen drastisch verminderen.

Ondanks de gemoedelijke associaties van groeizaamheid die de term "broeikaseffect' wekt, belooft de klimaatverandering volgens de wetenschap weinig goeds. Gezien de huidige prognoses zou ze wel eens drastische veranderingen in de distributie van bepaalde hulpbronnen en in leefgewoonten kunnen afdwingen, mogelijk al op een termijn van enkele tientallen jaren. De wetenschappelijke conclusies, het meest compleet vervat in het verslag over 1990 van het Intergouvernementeel VN-Forum inzake Klimaatverandering, laten zien dat het bestaan van hele culturen en biologische soorten in gevaar komt door de steeds verder gaande veranderingen in neerslagpatronen, de stijging van de zeespiegel en het in de geschiedenis van de mensheid ongekende tempo van temperatuurstijgingen op aarde.

Het is verrassend dat juist een milieu-organisatie als Greenpeace de aandacht op deze kwestie heeft gevestigd. Greenpeace heeft tijdens de besprekingen op een voorbereidende klimaat-conferentie in Genève, vorig jaar juni, de mondiale temperatuurstijging gebrandmerkt als "'s werelds grootste gemeenschappelijke vijand' en aangedrongen op de vorming van een nieuwe generatie defensie-strategieën die de nationale en mondiale veiligheid kunnen garanderen.

Vergezocht? Misschien toch niet. De analogie van milieubeleid met defensiebeleid verdient nadere aandacht. De klimatologische dreiging sluit op ten minste twee niveaus aan bij traditionele veiligheidskwesties. Ten eerste doen de voorspelde gevolgen van de mondiale temperatuurstijging sterk denken aan het onheil als gevolg van militaire conflicten. Het gaat onder meer om feitelijk verlies van nationaal grondgebied en de verschraling van nationale hulpbronnen, vooral in het havenbedrijf en de agrarische sector, voornamelijk ten gevolge van de gestegen zeespiegel, variaties in de natuurlijke' neerslag en steeds veelvuldiger en heviger stormen.

De bruikbaarheid van havens en andere kustfactiliteiten vermindert - of die nu worden overspoeld door buitenlandse troepen of door de zee. De aanleg van zeeweringen (volgens een Amerikaans rapport à raison van zo'n zes- tot tienduizend dollar per meter) vergt niet alleen veel geld maar ook veel tijd. Stormen van toenemende hevigheid kunnen in enkele uren evenveel schade aanrichten als een luchtaanval, getuige de ongekend hoge claims die de afgelopen jaren in Europa bij verzekeringsmaatschappijen zijn ingediend na een reeks ongewoon hevige stormen. Sinds 1988 heeft Lloyds in Londen feitelijke financiële verliezen van meer dan een miljard dollar genoteerd, grotendeels ten gevolge van klimatologische rampen en olierampen. Verstoring van de neerslagquoten die tot droogteperioden leiden, zoals in 1988 in de VS (geraamde schade: negenendertig tot zesenzestig miljard dollar), kunnen verwoestender zijn dan een politiek van verschroeide aarde.

Ten tweede dreigen veranderingen in de verdeling van natuurlijke hulpbronnen en het teloorgaan van hele gebieden vrijwel zeker tot territoriale aanspraken en tot verheviging van traditionele gewapende conflicten te leiden. Wellicht zal zich dit soort ontwikkelingen vooral in dichtbevolkte, laaggelegen gebieden als die in Bangladesh, Egypte en de Mekong-delta het eerst voordoen. De kleine koraaleiland-naties in de Stille Zuidzee en het Caraïbisch gebied hebben hun verontrusting over mogelijke overstroming in de komende eeuw al kenbaar gemaakt.

Bieden conventionele defensie-strategieën wellicht door afschrikking nog enige waarborg tegen het uitbreken van conflicten, er bestaat thans geen internationale defensieve strijdmacht die in staat zou zijn de mondiale temperatuurstijging in haar opmars te stuiten of zelfs maar te vertragen. Kortom, klimaatveranderingen confronteren de landen van de wereld met een geheel nieuw scala van dreigingen, met mogelijk een even destructieve uitwerking als welke militaire dreiging ook.

Toch zijn er ook redenen voor optimisme. Er zijn op dit moment besprekingen gaande ter afronding van een voorbereidende conferentie ter bescherming van het wereldklimaat. Hoewel sommige landen, onder aanvoering van de VS, zich verzetten tegen vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, hebben de geïndustrialiseerde landen in meerderheid toezeggingen gedaan om hun emissie uiterlijk aan het eind van de eeuw te stabiliseren. Dat is niet voldoende, zeggen wetenschap en milieubeweging, maar het is een begin.

Bovendien volgt uit een aantal toonaangevende studies, waaronder rapporten van het Technologisch Planologie-bureau van het Amerikaanse Congres, dat een doelmatige afremmingsstrategie niet alleen technisch mogelijk maar ook economisch betaalbaar zou kunnen zijn. Sommige onderzoeken geven aan dat er op de lange termijn economisch voordeel te verwachten is van maatregelen zoals energiebesparing en de ontwikkeling van herwinbare energiebronnen, die te zamen de CO2-uitstoot kunnen reduceren en nieuwe industriële activiteit kunnen stimuleren.

Zelfs de meest pessimistische ramingen van de kosten die de reductie van de CO2-uitstoot met zich meebrengt (zo'n driehonderd miljard dollar per jaar) beginnen al gunstig af te steken bij de conventionele defensieuitgaven. De VS geven per jaar een soortgelijk bedrag aan defensie uit. Mondiaal gezien is driehonderd miljard dollar ongeveer een derde deel van de totale defensieuitgaven. Anders dan de meeste uitgaven aan defensie-technologie, die weinig of geen technologische of economische nevenprodukten opleveren, zou de research naar en ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen wel eens tot een industriële opleving en het aanboren van nieuwe, mondiale markten kunnen leiden.

Wat heeft bij voorbeeld het investeren van miljarden dollars in de ontwikkeling van een nieuwe generatie gevechtsvliegtuigen of een Trident-onderzeeboot nog voor nut als die niets kunnen uitrichten om de nationale integriteit en de economische hulpbronnen van een land te verdedigen tegen de gevaren van een klimaatverandering. Anders gezegd: de vraag moet thans worden gesteld - zowel door beleidsmakers op het hoogste niveau als door het publiek - of de geldende uitgangspunten van het nationaal en bondgenootschappelijk defensiebeleid nog wel doeltreffend zijn voor de verdediging van de werkelijke nationale belangen.