Gyllenhammar te onrustig, de strateeg wil meer dan Volvo

ROTTERDAM, 28 JAN. President-commissaris Pehr Gyllenhammar van Volvo AB doet zijn reputatie van voortvarend topondernemer eer aan. Hij heeft iedereen overdonderd met de aangekondiging van een fusie met het Zweedse levens- en geneesmiddelenconcern Procordia, waarvan Volvo al 39,5 procent bezit. Zijn verlicht despotische leidersstijl brengt hem in harde botsing met de conservatieve Zweedse regering als belangrijk minderheidsaandeelhouder (34,2 procent) van Procordia.

Door een fusie via aandelenruil zou een enorm conglomeraat ontstaan. Ruim 105.000 werknemers zorgen voor een omzet van 115 miljard kronen (bijna 35 miljard gulden).

De actie van Gyllenhammar heeft iets van een coup. De Zweedse regering stond op het punt het staatsaandeel in Procordia te privatiseren. Gyllenhammar wilde met zijn "overval' de overheid vóór zijn. Deze ziet "de parel aan de kroon' van het staatsbezit mogelijk ingeruild voor een minder aantrekkelijke participatie. De overheid en Volvo hebben nu elk ruim 42 procent van het stemrecht. In de opzet van Gyllenhammar moet het stemrecht van de staat in de gefuseerde onderneming tot 25 procent zakken. Anders zullen volgens hem potentiële investeerders wegblijven.

Het kan de Zweedse belastingbetaler miljarden kronen kosten, want de staatsaandelen zijn bij een geringere zeggenschap minder waard. De actie van Gyllenhammar, die toch al niet de reputatie heeft zich het belang van aandeelhouders aan te trekken, leidt volgens analisten bovendien tot vertraging van het privatiseringsprogramma.

Gyllenhammar eiste gisteren op hoge toon heronderhandeling van de ingewikkelde aandeelhoudersovereenkomst tussen Volvo en de Zweedse staat van 1989. In dat jaar stootte Volvo zijn voedings- en geneesmiddelenbedrijven af in ruil voor een aandeel in Procordia. De overheid kan forse barrières opwerpen. Volgens een ontstemde minister Westerberg (industrie) is op grond van de overeenkomst toestemming van beide aandeelhouders nodig voor kapitaalsuitbreiding. Procordia wil Volvo juist betalen met nieuw uitgegeven aandelen.

Het is ook twijfelachtig of de minderheidsaandeelhouders van Procordia zo blij zijn met de vreemde en niet bijster florerende eend in de bijt. De koersdaling van Procordia (ruim 6 procent) wijst daar niet op. Ook de koersstijging het Volvo-aandeel (1,3 procent) geeft aan dat de voordelen vooral bij Volvo liggen. Voorwaarden en ruilverhouding (negen aandelen Procordia voor vier aandelen Volvo) moeten dus worden aangepast.

De actie van Gyllenhammar roept ook de vraag op wat de logica is van een fusie tussen twee zo verschillende bedrijven. Van enige industriële synergie is nauwelijks sprake. Eventuele voordelen moeten eerder in het financiële vlak worden gezocht. De stabiele verdiensten van levens- en geneesmiddelenproducent Procordia vormen een tegenwicht voor de conjunctuurgevoelige inkomsten van de auto-branche van Volvo (zelf een conglomeraat, dat naast auto's, vrachtwagens en bussen ook vliegtuigen, en motoren voor schepen en industriële toepassingen levert). Boze tongen beweren dat Gyllenhammar te zijner tijddelen van Procordia wil verkopen om Volvo van een financiële injectie te voorzien.

Procordia boekte in de eerste negen maanden van vorig jaar een winst voor belasting van ruim drie miljard kronen (omzet van 30 miljard). Het gehele Volvo-concern behaalde een winst van nog geen een miljard kronen (bij een omzet van bijna 60 miljard). Maar juist de auto-divisie van Volvo boekte een bijna even groot verlies.

Vandaar dat Gyllenhammar al eerder samenwerking zocht met het Franse Renault. De ontwikkeling van alleen al de nieuwe 900-serie kostte Volvo meer dan zeven miljard kroon. Volgens de top van de Zweedse autofabrikant kan Volvo zich zoiets niet nog eens veroorloven. Een fusie met Procordia zou bovendien Volvo en Renault tot gelijkwaardiger partners maken.

Voor Gyllenhammar geldt ook dat hij met alle geweld wil voorkomen dat Volvo prooi wordt van een overname. De topondernemer, in de egalitaire Zweedse samenleving met enige scepsis bekeken, heeft nu dan ook paradoxaal genoeg de steun van de vakbonden en de sociaal-democratische oppositie. De kans op een overname zou toenemen, wanneer Zweden toetreedt tot de EG. Een conglomeraat als Volvo/Procordia komt alleen al door de omvang minder snel voor een overname in aanmerking. Het is waarschijnlijk het enige argument voor het management van Procordia om met een fusie in te stemmen. Concentraties in de Europese voedings- en geneesmiddelenbranche zijn tenslotte aan de orde van de dag.

Gebrek aan strategische visie kan niemand Gyllenhammar verwijten. Toen Zweden economisch en mentaal nog gevangen zat in zijn neutraliteitspolitiek, had Gyllenhammar de blik al lang op Europa gericht. Juist hij was de belangrijkste initiatiefnemer van de midden jaren tachtig opgerichte Ronde Tafel van Europese ondernemers.

Misschien spelen ook persoonlijke motieven een rol. Twee jaar geleden werd Gyllenhammar president-commissaris. Het president-directeurschap deed hij over aan Christer Zetterberg. De 56-jarige Gyllenhammar liet zich eens ontvallen dat hij eigenlijk te onrustig was voor de nieuwe bestuursbaan. Het nieuwe Zweedse conglomeraat, waarvan Gyllenhammar de leiding moet krijgen, zou hem in elk geval een nieuwe uitdaging bieden.