Getemde natuur

Zondagmorgen, elf uur. De vestingwallen van Den Briel liggen er in de frisse winterzon vredig bij. Als je vanaf de bushalte de vestinggracht oversteekt valt onmiddellijk op hoe ruim bemeten de gerestaureerde wallen zijn. Eens was Den Briel een aanzienlijke havenstad, maar de verzanding van de brede Maasmonding leverde steeds meer problemen op. De aanleg van het kanaal door Voorne (in 1830) betekende voor Den Briel - wat zonde dat die ronde, stoere naam moest wijken voor dat vluchtige "Brielle' - de nekslag.

De voormalige garnizoensstad (tot 1882) verwierf op de eerste april van 1572 voor eeuwig een plek in de geschiedenisboekjes, en eigenlijk per toeval. De watergeuzen die bij Dover een aanval voorbereidden op Holland moesten van koningin Elisabeth I verdwijnen. Ter hoogte van Den Briel vernamen Lumey en Bloys van Treslong van de veerman Coppelstock dat er geen Spaanse troepen in de stad waren. Den Briel werd bezet, maar niet tot ieders vreugde. Negentien Brielse katholieke geestelijken werden in Gorcum koelbloedig vermoord.

De stoere, plompe toren van de Grote of Catharijnekerk domineert nog altijd het stadsgezicht. Door geldgebrek moest de bouw na 65 meter worden gestaakt, en ook de kerk kwam nooit gereed. Hier voltrok zich in 1574 het derde van de vier huwelijken van Willem van Oranje, nu met Charlotte de Bourbon. Een eeuw later, in 1688, keek Mary Stuart vanaf de toren naar de vloot waarmee Willem III, haar echtgenoot, ten strijde trok tegen haar vader, de latere koning Jacobus II. Ach, alles was mogelijk in die tijd.

Via de stadspoort in het noorden voert de wandelroute langs de polder Klein Oosterland naar het recreatiebos aan het Brielse Meer, of beter: het Oosterlandse Rak. Het water is met een dun laagje ijs bedekt. De overkant geeft uitzicht op de de raffinaderijen van Europoort. Ik denk aan de zes mannen die hier, nog maar zo kort geleden, door een explosie de dood vonden. Slachtoffers van de vooruitgang. Het met witte rijp bedekte gras knispert onder mijn voeten.

Aan het eind van het bos, inclusief trimbaan, staat een kleine stenen toren met drie verdiepingen. Deze Stenen Baak, gebouwd in 1633 op de resten van een 13de eeuwse voorganger, diende als vuurtoren. Bovenop werd een houtvuur - later een kolenvuur - gestookt. In de buurt staat een kogelgloeioven, waarin ijzeren kogels roodgloeiend werden gestookt, om houten schepen van de vijand te kunnen beschieten.

Voorbij de bocht naar het westen, waar het meer veel breder is, beginnen de duinen. Er achter liggen de houten zomerhuisjes van de Kruininger Gors, in de zomer een Rotterdamse enclave. Zouden de bewoners de zee missen? Ik in ieder geval wel.

Oostvoorne ligt achter de tunnel onder de snelweg over de Brielse Gatdam. Op de kaart een uitgestrekt dorp, in werkelijkheid een parkachtig landschap met een klein centrum. Daar liggen ook, op een omgrachte heuvel ("motte'), de resten van een middeleeuwse burcht, in de vijftiende eeuw jarenlang woonplaats van Frank van Borselen en Jacoba van Beieren.

De Oostvoornse boulevard - een duinpad - biedt uitzicht op de havens en industrie van de Maasvlakte. Ervoor ligt het Oostvoornse Meer en het uitgestrekte Groene Strand. Niet meer toegankelijke natuur, fourageergebied voor vogels. Het is best aardig, maar niet echt: getemde natuur. Geef mij de "wilde' zee maar. Oostvoorne is eigenlijk geen echte badplaats meer, nu ook het strand voorbij de tweede Brielse Gatdam door de aanleg van de Maasvlakte dichtslibt. Vogelaars hebben de mond vol over de pracht van zo'n slufter, maar wat ik zie maakt mij alleen maar triest. Geen aanrollende zeegolven, geen helder zandstrand, maar een groene vlakte waar auto's en motorfietsen huishouden. En dan te bedenken dat op de Coolsingel al plannen worden gesmeed voor nóg zo'n Maasvlakte...

De duinen aan de westkant van Voorne zijn nog heel jong. Pas in de negentiende eeuw werd het Wintgat (de voormalige monding van de kreek de Strype) tussen Rockanje en Oostvoorne gedicht. Later kon hier een breed duingebied ontstaan, een proces dat nog altijd doorgaat. In 1910 en 1926 kwamen er nieuwe zeerepen bij, en in de vallei daartussen ontstond het Breede Water, een prachtige duinplas, omringd door rietkragen en een broedplaats voor zeldzame vogels zoals de bruine kiekendief. Wie dit wil zien moet eerst lid worden van Natuurmonumenten, maar wat let u?

Tot aan het A.J. Bootpad, dat toegang geeft tot de zee, is het Voornse duin vrij toegankelijk. Deze zondagmiddag wordt daar dan ook druk gebruik van gemaakt: op de wirwar van paden lopen overal wandelaars te genieten in de zon.

Voorbij het bezoekerscentrum Tenellaplas (stelt u zich er niet teveel van voor) kan de wandelaar kiezen uit drie routes: of buitenom over het strand, of zwervend door de duinen en langs het Breede Water, of binnendoor langs het fietspad over de oude Noorddijk. Ik kies de laatste en kortste variant. Ooit moest de Noorddijk de bevolking beschermen tegen de zee, nu ligt de dijk achter een breed duingebied met ervoor, verscholen in het bos, het landgoed Strypemonde. Krommingen in de dijk tonen aan waar een stormvloed, met name die van 1570, een doorbraak veroorzaakte. Er ontstond een diep gat en de nieuwe dijk werd om zo'n "wiel' heen gelegd.

Het is zo stil dat, op kilometers afstand, het geschreeuw op het voetbalterrein van Rockanje duidelijk hoorbaar is. Langs de bosrand en de nu verlaten Waterboscamping nader ik het dorp. Nog even een blik werpen op de zee, via het asfalt van het Tweede Slag. Het is inmiddels half vijf en op het brede strand is het ijzig koud. In de verte verdwijnt een wandelaar in de avondnevel. Een grote oranje zon zakt weg achter de wolkenslierten boven de horizon. Huiverend kijk ik naar de oneindige, donkere zee. De mens trekt zich terug in de warmte en het licht van zijn huiskamer. Ik vlucht de duinen in, naar het dorp, naar de bus.