Dans over verval van machtsbolwerk verrast

Gezelschap: Dansgroep Krisztina de Châtel. Produktie: Weep, Cry and Tangle. Choreografie: Krisztina de Châtel; muziek: Dimitri Sjostakovitsj; toneelbeeld: Bart Stuyf en Martin Mulder; kostuums: Rien Bekkers. Gezien: 25/1 Stadsschouwburg, Amsterdam. Verder: 6/2 Drachten, 10/2 Utrecht, 12/2 Arnhem, 15/2 Kerkrade, 20/2 Almere, 21/2 Den Helder en 26/2 Terneuzen. Daarna tournee.

Krisztina de Châtel heeft met haar nieuwe produktie Weep, Cry and Tangle voor verrassingen gezorgd. Het is een werk dat sterk afwijkt van vroegere creaties en er toch een onmiskenbare binding mee heeft. De meest opmerkelijke afwijking is de overheersend lyrisch-dramatische sfeer die vooral een bepaalde machteloosheid suggereert en die vervat is in een veel zachter en vloeiender bewegingsgebruik dan we van De Châtel gewend zijn. Dat heeft tot gevolg dat de produktie als geheel minder markant en eigen overkomt, ook al omdat De Châtel zich duidelijk heeft laten leiden door de muziek.

Weep, Cry and Tangle gezet op dramatisch geladen composities van Sjostakovitsj lijkt een vervolg op Imperium. Daar was het thema het spel tussen en de ineenstorting van machtsverhoudingen. In dit werk gaat het meer om de invloed die het verval van machtsbolwerken heeft op de man in de straat. Een belangrijke rol speelt het indrukwekkende, spinachtige object (van Bart Stuyf en Martin Mulder) dat boven de dansers hangt: een uit buizen en doeken opgebouwde constructie met drie beweegbare grote poten die zo nu en dan tot op de toneelvloer neerdalen en de ruimte beperken. Toch blijkt ook die dreigende constellatie kwetsbaar te zijn en niet bij machte zich staande te houden. De logge poten knikken in de scharnieren of hangen als hulpeloze dingen in de lucht. In veel bewegingen wordt diezelfde situatie weerspiegeld: geknakte ledematen, diep doorgebogen lichamen, afgewisseld met languitgestrekte sterke lijnen.

Toneelbeeld en choreografie bieden zo een duidelijke verwijzing naar de toestand in Oost-Europa dat gebukt gaat onder de gevolgen van het ineengestorte, eens zo machtige communistische stelsel. Het werk begint met een eensgezinde groep van zeven mensen (vier mannen en drie vrouwen) die een rustige blijmoedigheid uitstralen. In dit deel zien we veel vitale, snelle sprongen met hoog opgetrokken knieën die in het verloop van de choreografie de ongecompliceerdheid verliezen door insluipende, grillige en spartelende vormen; zoals ook geleidelijk de stemming verandert en de choreografie zich meer toespitst op korte soli, duetten en klein groepswerk. Vertrouwd zijn de onvoorspelbare, harmonische verschuivingen in ruimtelijke patronen en de rijkdom aan inventieve, complexe arm- en rompbewegingen zo eigen aan De Châtels vocabulaire.

Het prachtig belichte en sterke, maar niet altijd even gelijk gedanste Weep, Cry and Tangle toont een nieuw facet van De Châtels grote talenten en doet uitzien naar een verdere ontwikkeling.