Chinezen in Nederland willen vrijwillig isolement opheffen

DEN HAAG, 28 JAN. Een Chinees jongetje komt verbijsterd terug na zijn eerste schooldag en zegt tegen zijn moeder in het Chinees, de enige taal die hij beheerst: “Ma, zij spreken de taal niet!”

Deze situatie mag niet meer voorkomen, volgens voorzitter Mix Chan van de stichting Chinese Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (CCRM). De Chinezen die zich vanaf 1911 in Nederland vestigden en die als "tijdelijke gast' de Nederlandse gastheer zo min mogelijk wilden lastigvallen, moeten actief gaan deelnemen aan de Nederlandse samenleving.

Daarom willen de Chinezen in Nederland het nationale minderhedendebat dat dit jaar wordt gehouden aangrijpen om door de overheid alsnog als minderheid te worden erkend. Dit streven werd gisteren tijdens een bijeenkomst van diverse Chinese verenigingen in Den Haag besproken met Tweede-Kamerleden van de vijf grootste politieke partijen.

Onder de naar schatting 60.000 Chinezen in Nederland begint steeds meer het besef te komen dat hun oorspronkelijke houding - op eigen kracht varen en leunen op familiebanden - integratie in de Nederlandse maatschappij in de weg staat en leidt tot een onnodig isolement.

M. Chan-Lee, coördinatrice van de CCRM: “De Chinezen worden zich meer en meer bewust van de noodzaak tot deelnemen aan de Nederlandse samenleving, maar hebben - ook door hun eigen afstandelijke houding tot midden jaren tachtig - een achterstand opgelopen. Om die achterstand in te halen willen we met eigen middelen én met hulp van de overheid aan de gang. We hebben daarbij drie doelgroepen in gedachten. Ten eerste de Chinese ouderen, die zich door lang en zwaar werk, hoofdzakelijk in de horeca, nooit hebben kunnen integreren in de Nederlandse samenleving. Ten behoeve van de ouderen vragen we vooral aandacht voor de huisvesting.

“De Chinese vrouwen kunnen door de taalachterstand geen plek op de arbeidsmarkt veroveren. Daar willen we door scholing en voorlichting iets aan doen. En de derde doelgroep zijn de Chinese jongeren, die vaak een opleiding - met goede cijfers - hebben afgesloten, maar zich door hun achtergrond en invloed van de Chinese cultuur niet optimaal kunnen presenteren. Zij hebben bijvoorbeeld de grootste moeite met het afleggen van een psychologische test. Voorlichting en educatie moeten voorkomen dat zij na vergeefse sollicitaties uiteindelijk hun toevlucht weer zoeken tot het restaurantwezen.”

De uitgenodigde Kamerleden van PvdA, VVD, CDA, D66 en Groen Links waren het in grote lijnen met elkaar eens. Integratie in de samenleving? Natuurlijk, maar dat kan alleen met beleving van de eigen culturele en religieuze identiteit. Het is van het grootste belang dat de Chinese gemeenschap zelf naar buiten treedt. Voor een geslaagde integratie is het leren van de Nederlandse taal een minimale voorwaarde. Alle Kamerleden waarschuwden voor te hoge verwachtingen op korte termijn.

VVD-Kamerlid H.F. Dijkstal wil in plaats van een minderhedenbeleid een beleid dat is toegespitst op individuen: hulp in het algemeen voor mensen die als gevolg van taalachterstand of een andere culturele achtergrond geholpen moeten worden. Hij kaatste het verzoek van de Chinese verenigingen als minderheid erkend te worden terug door te herinneren aan het feit dat de Chinese gemeenschap bij de ontwikkeling van het minderhedenbeleid in de jaren tachtig liet weten daar geen behoefte aan te hebben.

Volgens L. Groenman van D66 moet de discussie over minderhedenbeleid vooral op plaatselijk niveau gebeuren. Zij raadde de aanwezigen aan de specifieke problemen goed in kaart te brengen, zodat de overheid - waarbij zij vooral denkt aan gemeenten - daarvoor een beleid kunnen ontwikkelen. Kamerlid W. Willems van Groen Links zag voor integratie van Chinezen en van de minderheden in het algemeen vooral een taak weggelegd voor wijkverenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties. Hij zei dat de Chinese verenigingen moeten beseffen dat zij zelf ook een heel heterogeen gezelschap vormen met bijvoorbeeld verschillen in leeftijd, politieke voorkeur en afkomst.

CDA-Kamerlid Huibers onthulde dat hij een bijzondere band heeft met de Chinezen. Wegens zijn geringe lengte koopt hij zijn kleren bij een speciale winkel in Amsterdam, die bijna alleen Chinese cliënten telt. De Chinese toehoorders knikten lachend: zij wisten precies welke winkel hij bedoelde.