Buitenland betaalt Japans expansie

Groeirecessie. Zo noemen Japanse economen tegenwoordig de stand van de Japanse conjunctuur. Een aantal jaren geleden is het woord gemunt in Amerika. Amerikaanse economen, die maar geen eensluidende verklaring konden vinden voor de geringe groeiprestaties van hun land, vonden elkaar snel in de nieuwe omschrijving van het fenomeen. Het begrip had iets geruststellends, alsof men er mee wilde zeggen dat de economische groei maar een tijdelijke vertraging doormaakte en weldra haar normale, hoge tempo zou hervatten. Dat was voordat de echte recessie toesloeg, die intussen langer duurt dan alle naoorlogse periodes van economische malaise in de VS.

Staat Japan ook een echte recessie te wachten? Welnee, Japan is Amerika niet. Het heeft geen buitenlandse schuld, geen begrotingstekort, geen handelstekort, en ook geen beurs die doet alsof het botertje is tot de boom. Japans bruto nationaal produkt groeit volgens officiële voorspellingen dit begrotingsjaar (van 1 april tot 1 april) met 3,7 procent, het volgende begrotingsjaar met 3,5 procent.

Toch houden Japanse economen, en niet alleen de zwartkijkers, ernstig rekening met een lagere groei: hooguit 3 procent en wellicht nog minder. De druk op Japans centrale bank om de rente verder te verlagen houdt dan ook aan. Maar gouverneur Yasushi Mieno van de Bank van Japan blijkt het nu welletjes te vinden. De laatste discontoverlaging, eind vorig jaar (tot 4,5 procent), moet voorlopig voldoende zijn. Hij vestigt zijn hoop liever op een geleidelijke versterking van de yen, die de invoer goedkoper maakt en de uitvoer duurder. Dat zou helpen om het grote Japanse handelsoverschot te verminderen, en dat zou weer de kritiek uit het buitenland doen verstommen. En een sterkere yen krijg je niet als je de rente almaar verlaagt.

Japans handelsoverschot nam het afgelopen jaar toe met 50 procent tot 78 miljard dollar. Amerikaanse economen waren er als de kippen bij om Japan te verwijten dat het zijn binnenlandse bestedingen afremt om de uitvoer op te stuwen en de invoer terug te dringen. De groei van Japans produktie en werkgelegenheid zou ten koste gaan van die in het buitenland, i.c. de VS.

Het Japanse ministerie van financiën en de Bank van Japan gaven een andere verklaring voor het explosief gestegen handelsoverschot. De oorzaken waren incidenteel. De koers van de yen was gestegen ten opzichte van de dollar, dus dan neemt ook de waarde toe van de uitvoer als die in dollars wordt uitgedrukt. Aan invoerkant deed zich de invloed gelden van de gedaalde olieprijzen en van de uitzonderlijk lage prijzen op de goederenmarkten. Bovendien is de "luchtbel-boom' voorbij, zodat een eind is gekomen aan de speculatieve belegging in antiek en kunst die massaal werd ingevoerd. En dure BMW's, Mercedessen en Jaguars kopen de Japanners ook niet meer. Dure auto's maakt Japan nu trouwens zelf. Ten slotte heeft de Japanse uitvoer, net als die van andere landen, geprofiteerd van het snel groeiende nieuwe Duitsland.

Wacht nu maar het effect van de gestegen yen af en je zult zien dat straks het handelsoverschot kleiner wordt, zegt Bank-gouverneur Mieno. De invoer, die goedkoper wordt, zal toenemen en de uitvoer, die duurder wordt, zal dalen.

Japans consument heeft er nog geen vertrouwen in. De index die het consumentengeloof in de toekomst meet, daalde volgens de laatste meting in november met meer dan tien punten, de scherpste daling sinds twaalf jaar geleden met de meting is begonnen.

En de investeerders? Japans financiële machine hapert. De kredietverlening door banken groeide in het afgelopen jaar maar met 4 procent, de laagste groei aller tijden. Op de kwakkelende beurs komen nauwelijks nog emissies tot stand. De Japanse beleggers laten het, ook na drie discontoverlagingen, afweten. De tijd dat de winst van bedrijven groeide met dubbele cijfers is voorbij. Veel ondernemingen hebben hun hoge investeringsambities moeten afzwakken.

Om de investeringen te financieren doet Japan tegenwoordig steeds meer een beroep op buitenlands kapitaal. Buitenlanders beleggers, die de boot misten bij de explosieve koersstijging aan het eind van de jaren '80, zijn nu, als enigen, wel op de beurs actief. Stijgen niet de koersen, dan stijgt wel de waarde van het aandelenbezit door de sterker wordende yen, zo zullen ze zichzelf moed inspreken. Onder die beleggers zitten ook Japanse vestigingen in het buitenland, maar dat neemt niet weg dat ook van elders kapitaal op grote schaal wordt ingevoerd. Het land met het grootste handelsoverschot ter wereld is netto-importeur van kapitaal geworden: het voert meer kapitaal in dan uit.

De Japanse investeringsmachinerie draait zodoende nog heel soepel. Waartoe? Om kwalitatief goede produkten te maken die straks kunnen concurreren met de goedkopere buitenlandse produkten op de binnenlandse en de exportmarkt? Zo ging het de laatste keer dat de yen duurder werd (in de tweede helft van de jaren '80). Japan won toen op alle fronten en Japan financierde de expansie zelf, door middel van de koersexplosie op de beurs. Pas toen het beursfeest uit de hand liep, maakte bank-gouverneur Mieno met renteverhogingen snel een eind aan de "luchtbel-boom'. Nu financiert het buitenland de investeringen, dank zij diezelfde Mieno.