Blunders ook gevolg van sterke bemoeienis van Lubbers met activiteiten van BZ ; Latente controverse Van den Broek met premier schaadt buitenlands beleid; De ster van Hans van den Broek staat er bleekjes bij

DEN HAAG, 28 JAN. Beroering in de Tweede-Kamerfractie van het CDA, verwarring op het departement van Buitenlandse Zaken, ergernis bij de kabinetscollega's, leedvermaak bij de andere departementen: de ster van minister Hans van den Broek staat er wat bleekjes bij op dit moment. Na het ramp-halfjaar met het EG-voorzitterschap, waarin het Nederlandse politiek prestige in het buitenland een klap moest incasseren waarvan het zich nog niet volledig heeft hersteld, speelt de minister nu een van de hoofdrollen in het politieke treurspel over de voorgenomen reis naar Zuid-Afrika.

Maar is het wel allemaal de schuld van de minister van buitenlandse zaken, wiens hoofd nu als kop van jut fungeert? Is minister-president Lubbers niet veel meer bij zowel het voorgenomen bezoek aan Zuid-Afrika als bij het drama met het Nederlandse EPU-voorstel betrokken dan hij achteraf steeds weet te suggereren? Bij de grote meerderheid van de CDA-fractie is de ergernis over de rol van Lubbers net zo groot als over het “geklungel” bij Buitenlandse Zaken in het leggen van contacten met het ANC en over “het buitengewoon slechte handwerk” dat dit ministerie rondom de Europese Politieke Unie heeft afgeleverd.

Een gerenommeerd CDA-fractielid: “Waar je ook kijkt als je deze beide zaken nog eens bekijkt, op elke pagina vind je duidelijke vingerafdrukken van de premier. Het respect voor de man in de fractie is natuurlijk geweldig groot, maar veel van wat het publiek ontgaat, zien wij in de fractie natuurlijk wèl en dus weten we dat het onrechtvaardig is Black Monday en Zuid-Afrika alleen op het bordje van Hans van den Broek te schuiven.” Black Monday was de 30-ste september vorig jaar, toen in Brussel het Nederlandse voorstel voor de Europese Politieke Unie door de andere landen rigoureus als onbruikbaar van tafel werd geveegd.

“Natuurlijk”, aldus deze CDA-man, “heeft Buitenlandse Zaken fouten gemaakt, maar Lubbers was in de EPU-zaak net zo genformeerd en gewaarschuwd als Van den Broek en in de Zuid-Afrikakwestie was het juist Lubbers die per se mee wilde naar Pretoria. En wat net zo erg is: hij heeft de enorme fout gemaakt vice-premier Kok er buiten te laten.” Een invloedrijk collega-fractielid zegt het zo: “Het is een rakker, hoor, Lubbers. Hij weet met hele en halve suggesties en met creatieve interpretaties achteraf altijd zijn aandeel in verkeerde beslissingen te minimaliseren.”

In maart vorig jaar werd al vanuit het ministerie van Algemene Zaken bij BZ aangedrongen een bezoek voor te bereiden van Lubbers samen met Van den Broek. In de zomer werd dat idee vanuit Algemene Zaken nog eens opgefrist bij BZ. Tijdens de EG-top in Maastricht, op 10 december, namen beide bewindslieden het definitieve besluit om te gaan.

Na het debat vorige week in de Tweede Kamer, waarin vooral de vraag aan de orde kwam van de slechte contacten met het ANC, is de kritiek op de zaak fundamenteler geworden en blijft Lubbers niet langer buiten schot. De vraag wordt gesteld of de sterk verkoelde relatie tussen Lubbers en Van den Broek, hun latente controverse over het primaat van het buitenlands beleid niet zo langzamerhand een stevige belasting is voor de effectiviteit van de Nederlandse buitenlandse politiek.

In de Zuid-Afrikakwestie is die controverse duidelijk zichtbaar. Van den Broek is er de afgelopen maanden door ten minste twee hoge ambtenaren uit zijn directe omgeving herhaaldelijk op gewezen dat het meenemen van de minister-president het bezoek een duidelijk ander imago zou geven. De minister van buitenlandse zaken alleen kan doorgaan voor een boodschapper op hoog niveau, die zich persoonlijk op de hoogte komt stellen van de stand van zaken. Hij is politiek neutraal als het ware. Een bezoek van de premier daarentegen is een politieke daad, waaraan Zuidafrikaanse partijen een voor hun welgevallige interpretatie kunnen geven.

De latente controverse van Van den Broek met Lubbers wordt zichtbaar in het feit dat de minister niet hard genoeg "nee' heeft gezegd tegen de premier, om niet het verwijt te krijgen deze op een afstand te willen houden om redenen van persoonlijk prestige. In de kwestie van Black Monday werkte dat omgekeerd. Toen was het Lubbers, die zich in de discussie over de Nederlandse concepten te veel op de achtergrond hield, mede om te voorkomen dat hij weer de ergernis van Van den Broek zou wekken.

Het aanzien van het Nederlandse buitenlands beleid is mede door deze hardnekkige controverse geschaad gedurende het Europese voorzitterschap, zo wordt niet alleen in de CDA-fractie geconstateerd, maar ook steeds meer in de PvdA-fractie. Een PvdA-politicus: “Sommigen van ons hebben hebben de ernst van de zaak wat verdrongen omdat wij staatssecretaris Dankert niet wilden afvallen. Achteraf is ons echter ook duiudelijk geworden dat die kwestie met de politieke unie het Nederlands aanzien in Europa behoorlijk heeft geschaad.”

Een ervaren CDA-politicus: “Als je ziet dat Lubbers en Van den Broek bijna als vrienden aan dit karwei zijn begonnen in 1982 dan is het toch zonde dat ze zo uitelkaar gegroeid zijn.” Wat is de oorzaak? Uit de vele antwoorden op die vraag komt het volgende gemeenschappelijk oordeel te voorschijn: de neiging van premiers om zich naarmate zij langer zitten zich meer met het buitenlands beleid bezig te houden, in combinatie met de grote gevoeligheid van Van den Broek juist op het punt van de formele verantwoordelijkheden. De discussie over het plan van Lubbers hem meer "buitenland-bevoegdheden' te geven, heeft een uiterst negatieve invloed gehad op de relatie tussen Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken. Een hoge BZ-ambtenaar: “Elke keer als we met Algemene Zaken te maken hebben, krijgen gevoelens van wantrouwen op ons ministerie de overhand.”. Een collega van hem van Algemene Zaken: “Ze denken bij BZ soms werkelijk dat wij met de anderhalve man die hier belast zijn met buitenlands beleid, in staat zouden zijn het hele ministerie van buitenlandse zaken met zijn vierduizend man even opzij te duwen.”

Zo langzamerhand hoort men in brede kring in het parlement, zeker ook bij het CDA, de opvatting dat het “onvermijdelijk” is de minister-president meer bevoegdheden te geven op buitenlands politiek terrein. Het slechte handwerk van BZ bij het peilen van de opvattingen in de EG-hoofdsteden over het Nederlandse concept voor de Europese Politieke Unie heeft de positie van dir ministerie bepaald niet versterkt. En evenmin de uiterst moeizame wijze waarop contact met het ANC werd gelegd.

De angst bij BZ, dat de premier meer buitenlandse bevoegdheden zal toevallen, is dus niet ongegrond. Maar, zo luidt een tegenwerping van een geacht parlementslid van D66: in de Verenigde Staten heeft de minister van buitenlandse zaken - hij heet niet eens "minister', maar "secretaris' - formeel helemaal niets te zeggen, maar niemand twijfelt aan de enorme invloed en het geweldige prestige van James Baker op het terrein van het buitenlands beleid.

“Deze hele zaak krijgt zijn sterke lading ook door de nogal starre wijze waarop Van den Broek ermee omgaat”, zegt een belangrijk CDA'er. “Hans vindt dat Lubbers zich niet zonder grondwetswijziging meer bevoegdheden mag toeëigenen. Maar als iedereen nu vindt dat de huidige grondwet best ruimte biedt voor een wat soepeler interpretatie, zou Hans ook wel eens kunnen inzien dat hij wellicht ongelijk heeft. Maar hij kan er absoluut niet tegen zijn ongelijk te moeten bekennen.”

In elk geval, zo luidt de conclusie in de CDA-fractie, kan deze controverse niet doorgaan. Van den Broek en Lubbers moeten een definitief einde maken aan hun controverse; ze kunnen niet wachten op de voltooiing van de studie van de Commissie-Deetman over de gewenste bevoegdheden van de minister-president. “Als ze niet als volwassenen met elkaar kunnen omgaan, zal op enigerlei moment in de komende tijd één van beiden overreageren en heb je een crisis”, waarschuwt een zeer ervaren politicus.

Inmiddels is het aanzien van minister Van den Broek wel degelijk geschaad. Ondanks de sterke betrokkenheid van de premier en de "medeplichtigheid' van Algemene Zaken is het zijn ministerie, dat niet goed heeft gewerkt. Vele waarnemers in Den Haag zijn bang dat het moeilijk wordt voor Van den Broek om deze negatieve stemmingsspiraal te doorbreken. “Als de minister niet zo aangeschoten was geweest door die Zuid-Afrikakwestie zou staatssecretaris Kosto het vorige week nooit hebben gedurfd Van den Broek zo te attaqueren over diens bemoeienis met de uit Tsjechoslowakije afkmstige Vietnamese asielzoekers”, aldus een hoge BZ-ambtenaar.

Het ambtelijk apparaat op Buitenlandse Zaken is danig gefrustreerd door het negatieve imago dat het de afgelopen tijd heeft opgelopen. De frustratie geldt ook voor het optreden van de minister, die naar een bijna algemeen oordeel te weinig luistert naar de raadgevingen van ambtenaren die daarvoor zijn aangesteld. “Het sterke punt van deze minister, dat hij zo ontzettend veel weet en zo veel ervaring heeft, wordt steeds vaker een nadeel”, aldus een diplomaat. Gesprekken in zijn staf krijgen steeds vaker het karakter van hoorcolleges door de minister.

“Wie tegen hem in gaat, moet heel sterk in z'n schoenen staan, want de minister gaat er dan hard tegen aan”, zegt een andere diplomaat. “En het is niet zozeer het temperament van diplomaten om het op harde toon met ministers aan te leggen en bovendien: wie wil er graag zijn carrièrelijn afbreken. Dat soort angsten spelen natuurlijk een rol.” Adviezen worden terzijde gelegd en een groeiend aantal mensen heeft het gevoel voornamelijk voor niets te werken. “De stemming op het departement is slecht”, zegt een van de betrokkenen. “En de minister wekt niet de indruk dat te beseffen en al helemaal niet in staat te zijn er iets tegen te doen.”

Met enig onbehagen wordt tegelijkertijd waargenomen dat de belangrijkste ambtenaren op het departement bezig zijn hun volgende post te regelen: secretaris-generaal dr. B.R. Bot wil graag permanent vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschap worden en directeur-generaal politieke zaken mr. A.P. van Walsum heeft zijn zinnen gezet op het ambassadeurschap in Bonn dat deze zomer vrijkomt.

Nóg heeft Van den Broek de steun van de vrijwel volledige CDA-fractie en ziet men de rol van premier Lubbers in de recente blunders niet over het hoofd. “Maar het moet nu wel echt afgelopen zijn met het gestuntel”, aldus een prominent CDA'er.