Anti-apartheidsbeweging heeft de rel over Lubbers' reis naar Zuid-Afrika opgestookt; Nederland mag niet buigen voor het ANC

Het reisplan van Lubbers en Van den Broek naar Zuid-Afrika is begonnen met een klucht in eigen land. De rel die uit Nederland is opgestookt door de anti-apartheidsbeweging, trekt de scheidslijn dwars door het politieke landschap en door de coalitie in Den Haag. Zuid-Afrika is weer een thema voor binnenlandse politiek, een slag om prestige. Het tweetal twijfelt: gaan, thuisblijven, of uitstellen? Geen van de beide coalitiepartijen wil een crisis, partijleiders zoeken oplossingen die gezichtsverlies moeten voorkomen. Buitenlandse politiek is in Nederland, zoals in België of Italië, coalitie-politiek. Het beleid zal nooit sterker zijn dan de kracht van de zittende coalitie.

De rel is in feite een laatste stuiptrekking van het debat over Zuid-Afrika dat in Nederland altijd werd gevoerd met emotie, uit een schuldgevoel. De rust was aanvankelijk ingetreden. Mandela en De Klerk bezochten Nederland en Nederlandse parlementsleden trokken naar Zuid-Afrika. De kou was uit de lucht, de anti-apartheidsbeweging werd een bedrijfstak in verval. Voor demonstraties is nog nauwelijks interesse, subsidies drogen op. De anti-apartheidsbeweging heeft de reis van Lubbers aangegrepen om haar bestaansrecht te bewijzen. Zij heeft gebeld en gefaxt naar Johannesburg om het ANC in positie te manoeuvreren en de prestigeslag voor te bereiden. Ook in Nederland werden de geesten rijp gemaakt.

Vertrouwde gezichten verschenen weer op het scherm om de reis af te keuren. De achterban van de PvdA werd gevoelig gemaakt, enkele "mummies' uit de jaren zeventig maakten van de reis een politieke zaak. Allemaal legitiem, zo werken de politieke mechanismen. De tegenstanders van de reis hadden makkelijk houvast door fouten die werden gemaakt door de Nederlandse diplomatie. Het ANC, een belangrijke speler in het toekomstige Zuid-Afrika, was niet tijdig geïnformeerd. Het reisplan lekte uit. Dit keer kon Van den Broek de schuld niet in de schoenen van ambtenaren op het departement schuiven. Hij versprak zichzelf. Een klein land kan slechts succes boeken met een effectieve en alerte diplomatie. Het Nederlandse prestige had de laatste maanden al schade opgelopen met het afgewezen EPU-plan en met de Joegoslavië-bemiddeling. Het opschorten van de reis zou wederom een teken van zwakte zijn.

Nederland schuift zich niet alleen in de marge via dit gestuntel, het maakt zich ook belachelijk. De actiewereld, die subsidies krijgt uit de begroting van het ministerie van buitenlandse zaken, blijkt effectiever dan het ministerie zélf.

De coalitie zoekt naar een uitweg: uitstel? Dat is een schijnoplossing. Want over enkele maanden is de situatie niet wezenlijk veranderd, de argumentatie evenmin. Er zal dan nog steeds geen interim-regering zijn - de eis van het ANC voor het doorgaan van de reis - en Nederland zal opnieuw voor het blok staan. Inmiddels heeft Den Haag het ANC wel een vetorecht gegeven. In het hoofdkantoor van het ANC te Johannesburg (het voormalige Shell-gebouw) wordt beslist of Nederlandse bewindslieden welkom zijn of niet. Nederland geeft het initiatief uit handen als het buigt voor het ANC.

Een land doet in de eerste plaats zaken met "de regering van de dag'. Dat is wellicht een formele, volkenrechtelijke redenering, maar zij is wel de enige die functioneert in de internationale politiek. Op de wettigheid van veel regeringen valt wat aan te merken. Maar internationaal overleg zou onmogelijk zijn als een bezoek niet doorgaat wegens het gebrekkige democratische gehalte van de wederpartij. Het is altijd raadzaam om bij de bezoeken aan dergelijke regeringen oppositiegroepen te raadplegen. In het verleden hebben Nederlandse bewindslieden, of zelfs leden van het Koninklijk Huis, regimes in Oost-Europa bezocht, die niet voldeden aan "onze maatstaven'. De Walesa's, Sacharovs en Havels werden soms geïnformeerd, soms ook niet. Maar zij verkregen nooit een veto-recht om een bezoek te blokkeren. Waarom zou het ANC dit recht nu wel krijgen?

De argumentatie van het ANC wordt zwakker naarmate Zuid-Afrika steeds meer uit het internationale isolement kruipt. Zuid-Afrika doet weer mee aan Olympische Spelen en economische sancties worden opgeheven. Bovendien bezocht De Klerk vorig jaar Nederland en wilde Lubbers nu een tegenbezoek brengen. Het vreemde is dat het ANC geen bezwaar maakte tegen dat bezoek, wèl tegen het tegenbezoek. De Klerk is niet alleen ontvangen in West-Europa, maar ook in Afrika. Hij was welkom in Zambia, Zaïre, Ivoorkust en zelfs in Kenia dat zich altijd sterk tegen de apartheid heeft gekeerd. En dit weekeinde treden De Klerk en Mandela samen op voor een bijeenkomst van internationale zakenlieden in Zwitserland. Waarom wil het ANC een president isoleren met wie het zelf onderhandelt en die in Afrika welkom is? De eis die het ANC stelt, verliest helemaal zijn waarde als die aan het ANC zelf wordt gesteld. Mandela heeft op zijn wereldreizen Cuba al twee keer bezocht en Libië drie keer. Het ANC beschouwt Castro en Gaddafi als bondgenoten, maar hun regimes zijn niet bepaaldelijk legitiem.

De reis van Lubbers is niet alleen van belang voor zijn eigen prestige, maar ook voor de Zuidafrikaanse economie. Het bezoek omlijst de handelsdelegaties die binnenkort uit Nederland naar Zuid-Afrika gaan. De draad van handel en investeringen wordt weer opgepakt en dat is essentieel voor een land waar de bevolking met 2,5 procent groeit en de economie stagneert. De werkloosheid bedraagt gemiddeld twintig procent, in de zwarte woonoorden veertig procent. Economische groei is de smeerolie voor politieke oplossingen. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) brengt vandaag een kort bezoek aan Zuid-Afrika. Hij wil de steun verschuiven naar projecthulp. Maar wie ontwikkelingshulp aanbiedt en tegelijk economische groei tegenwerkt, spant het paard achter de wagen. De Nederlandse projectenwinkel biedt in Zuid-Afrika geen soelaas als handel en investeringen uitblijven.

Het bezoek is ook politiek van belang omdat De Klerk uiteindelijk de steun nodig heeft van zijn blanke achterban. De belofte een referendum te houden onder de blanken heeft hij uitgebreid. Er komt een volkstemming onder álle burgers van het land. Toch moet hij oppassen: als de meeste blanken hem niet meer willen volgen is hij in nood. Een politicus die geen rekening houdt met zijn constituency pleegt politieke zelfmoord. Een bezoek van het principiële anti-apartheidsland Nederland wekt vertrouwen bij blanken om op de ingeslagen weg door te gaan.

Het staat vast dat er een einde komt aan de apartheid. Maar het is nog niet zeker of er een democratie voor in de plaats komt. Het proces zal ontsporen als De Klerk zijn achterban niet meekrijgt of als het ANC radicaliseert. Welke koers de beweging vaart, is onduidelijk. Natuurlijk, het ANC heeft prachtige handvesten, en verklaringen. Maar Afrika is zowel het continent van de prachtigste grondwetten als van de minste democratiën. Ook in ANC-gelederen zijn er enige ongewisse factoren: de nauwe band met de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP) en de groeiende macht van de radicale vleugel die veel sympathie had voor de mislukte coup in Moskou. Mandela is weliswaar het boegbeeld van het ANC maar de machtsverhoudingen in het ANC zijn nog niet uitgekristalliseerd.

De geschiedenis van veel verzetsbewegingen laat erg vaak zien dat radikalen zegevieren en dat de ene dictatuur wordt vervangen door een andere. Zuid-Afrika staat op een kruispunt, fouten die nu worden gemaakt zullen lang doorwerken. Het is goed dat Nederland rekening houdt met de toekomstige positie van het ANC. Maar toch, de kritische houding moet niet verdwijnen als de apartheid is verdwenen. Zij blijft ook nodig als de underdog zélf macht gaat uitoefenen.

Nederland liep zo'n tien jaar geleden warm voor de zaak van de sandinisten in Nicaragua: hun strijd was onze strijd. Maar de helden van toen bleken valse profeten, hun idealen gouden kalveren. De ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen. Nederland soms wel?

Enkele "mummies' uit de jaren zeventig maakten de reis tot een politieke zaak

Geschiedenis verzetsbewegingen toont vaak dat dictaturen dictaturen vervangen