Afghanistan; Nieuwe hoofdprijs voor VN?

Aan het einde van zijn loopbaan als chef van de Verenigde Naties oogstte Javier Perez de Cuellar veel lof voor de manier waarop hij er in slaagde om verscheidene langslepende conflicten op te lossen, onder andere die in Cambodja en El Salvador. Ondanks hardnekkige inspanningen ontging hem echter een andere hoofdprijs: de beëindiging van de al dertien jaar durende oorlog in Afghanistan die aan honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, vijf miljoen Afghanen naar de buurlanden heeft gejaagd en nog eens twee miljoen mensen binnen Afghanistan van huis en haard heeft verdreven.

Perez de Cuellars opvolger, Boutros Boutros Ghali, is nog maar amper een maand in functie of hij acht de tijd al “rijp” voor een oplossing van deze etterende wond in Centraal-Azië. Deze week stuurt hij zijn speciale gezant Benon Sevan op pad om een vredesconferentie voor te bereiden.

Slechts een week geleden leed een poging van de vroegere Westduitse bondskanselier Willy Brandt schipbreuk om eind deze maand een soortgelijke informele bijeenkomst in Bonn te organiseren. De fundamentalistische Afghaanse verzetsgroepen weigerden om zelfs maar met vertegenwoordigers van de regering van president Najibullah om één tafel te gaan zitten.

Toch zijn de nieuwe pogingen van de VN niet bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Er heeft zich de afgelopen dagen een aantal belangrijke veranderingen voorgedaan in de opstelling van Pakistan, al vanaf het begin een van de hoofdrolspelers in het Afghaanse conflict. Vorige week vrijdag werd de invloedrijke chef van de Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI, generaal Hamid Gul, ontslagen. Tot dusverre gold de ISI als de grote steunpilaar voor de Afghaanse fundamentalistische verzetsgroepen, voorop Hizb-i-Islami van de onverzoenlijke Gulbuddin Hekmatyar. Naar verluidt maakt het Pakistaanse leger zich zorgen over de opmars van de fundamentalisten in eigen land, die steeds meer hun stempel drukken op de samenleving. Met het oog daarop zou de legerleiding nu een meer gematigde lijn voorstaan die in overeenstemming is met die van de huidige premier, Nawaz Shariff.

Een dag na het ontslag van Gul al kwam de "cel' bijeen die de afgelopen jaren steeds het Pakistaanse beleid jegens Afghanistan heeft bepaald. De aanwezigen besloten prompt om van het Afghaanse verzet, de mujahedeen, te eisen dat ze akkoord zouden gaan met het vredesplan voor Afghanistan dat Perez de Cuellar vorig jaar had gepresenteerd. Dit behelst onder meer directe besprekingen tussen het verzet en de regering uit Kabul, iets waartegen zowel de mujahedeen als Pakistan zich tot dan steeds falikant hadden verzet.

Pakistan had al eerder te kennen gegeven dat het er niet langer naar streeft om de regering in Kabul met militaire middelen op de knieën te dwingen, maar niet eerder was het zo direct een confrontatie met het verzet aangegaan. De Pakistanen hebben goede redenen voor hun koerswijziging. Met lede ogen hebben ze aangezien hoe hun vroegere steun en toeverlaat Amerika nu steeds meer aan de kant gaat staan van hun aartsvijand India. Het geeft de regering in Islamabad een bijzonder onbehaaglijk gevoel dat ze zich niet langer gedekt weet door een machtig land als de VS, terwijl ze aan twee kanten - de kwestie-Kashmir aan de ene en Afghanistan aan de andere - met onrust aan de grens wordt geconfronteerd.

Hierbij komt een andere overweging: Islamabad wil graag nauwere (handels)betrekkingen aanknopen met de nieuwe, vooral door moslims bevolkte republieken uit de voormalige Sovjet-Unie en daarvoor is rust nodig in Afghanistan. Pakistan is echter niet het enige land dat lonkt naar deze nieuwe partners. Ook Turkije en Iran hebben zich nadrukkelijk aangediend. Voorts is ook de Afghaanse president Najibullah er al in geslaagd om goede banden te smeden met de leiders van de nieuwe staten, net als Najibullah niet zelden voormalige communisten die weinig heil zien in islamitisch fundamentalisme. Door het vuur in Afghanistan verder op te stoken maakt Pakistan zichzelf zeker niet populair bij de nieuwe republieken en dreigt het de boot te missen in het nieuwe politieke bestel van Centraal-Azië. Een rol van vredesapostel belooft meer op te leveren.

De grote vraag is nu wat het Afghaanse verzet, vooral de sterke fundamentalistische groepen, zal doen. Afghanistan en zijn beproefde bevolking zouden zeer gediend zijn met soepelheid van de mujahedeen, maar helaas hebben die daarin nooit uitgeblonken. Te vrezen valt dat de fundamentalistische guerrillastrijders ondanks hun groeiende isolement zich schrap zullen zetten en deelname aan een vredesconferentie zullen afwijzen. Met de grote voorraden wapens en geld waarover ze nog steeds beschikken kunnen ze internationale pogingen om vrede in Afghanistan te bewerkstelligen langdurig frustreren.