Vietnamezen moeten van rechter alsnog het land uit

DEN BOSCH, 27 JAN. Twee Vietnamese asielzoekers mogen hun herzieningsverzoek niet in Nederland afwachten. De fungerend president van de rechtbank in Den Bosch, mr. G.W. Thijsen, heeft vandaag in kort geding bepaald dat zij het land moeten worden uitgezet. Vorige week bepaalde de fungerend president van de rechtbank in Zwolle, mr. M.C.Ph. Houben, hetzelfde voor drie Vietnamese asielzoekers.

Geen van beide kon aannemelijk maken dat zij bij terugkeer naar Vietnam zouden worden gestraft wegens "Republikflucht', het zonder de benodigde toestemming verlaten van het land. Ook woog zwaar dat zij noch in Vietnam noch in Tsjechoslowakije politiek actief zijn geweest.

Anders dan de Vietnamezen die hier wel hun herzieningsverzoek mogen afwachten konden zij geen bericht uit juni '91 van de Vietnamese ambassade in Praag overleggen waaruit bleek dat zij bij terugkeer naar Vietnam zouden worden geobserveerd terwijl tevens maatregelen tegen hen in het vooruitzicht werden gesteld. Het bericht volgde op het maken van propaganda door de betrokken Vietnamezen tegen hun land en de heersende partij.

Ook het beroep op informatie van de zijde van Amnesty International over de situatie in Vietnam werd blijkens het Bossche vonnis niet gehonoreerd. “De informatie van Amnesty International is niet toegespitst op in Vietnam terugkerende voormalige asielzoekers”, aldus het vonnis.

Het ministerie van justite heeft nog geen reactie ontvangen van de Tsjechoslowaakse autoriteiten op de te verwachten uitzetting van 24 uitgeprocedeerde Vietnamezen. Volgens afspraak zou Praag afgelopen vrjdag met een officieel standpunt komen.

Staatssecretaris Kosto (justitie) herhaalde dit weekend tijdens een bijeenkomst van de Bergedorfer Gesprächskreis in Parijs over een Europees immigratiebeleid, dat de Vietnamezen Nederland moeten verlaten. Vorige week zei de Tsjechoslowakse minister van buitenlandse zaken, J. Dienstbier, dat zijn land openstaat voor Vietnamezen die vrijwillig terugkeren. “Aan zo'n toezegging heb ik niets. Het gaat immers om onvrijwillige uitzettingen en om de vraag wat Tsjechoslowakije in dat geval doet”, aldus Kosto.

Dat bepaalt in eerste instantie de Tsjechoslowaakse minister van binnenlandse zaken, J. Langos. Die liet vorige week doorschemeren dat slechts één van de 24 uitgeprocedeerde Vietnamezen terug kon komen.