Steur na veertig jaar gezien in Merwede

HARDINXVELD-GIESSENDAM, 27 JAN. Kort na de zalm heeft nu ook de steur zich na lange tijd weer in de Merwede vertoond. Twee jongens zagen begin dit jaar het verminkte lijf van de reuzenvis in de rivier drijven. Het dier had waarschijnlijk een klap van een scheepsschroef gekregen, waardoor het achterlijf van de romp werd gescheiden. De laatste steur die in Nederland is gevangen, in 1952, werd ook in Hardinxveld aan land gebracht.

“We hadden zitten vissen op de krib bij de monding van de haven”, aldus Michel Breur uit Boven-Hardinxveld. “Op weg naar huis zagen we hem drijven. Hij moet nog niet zo lang dood zijn geweest.” Walter de Ruiter: “Voor alle zekerheid hebben we hem allebei aan onze grootvaders laten zien. Die zijn vroeger alle twee visser geweest en hebben wel vaker een steur gevangen.”

Met de vondst van een steur lijkt de trend van terugkerende vissen door het schoner en zuurstofrijker worden van het Rijnwater zich door te zetten. Het verdwijnen van de steur wordt voor een deel toegeschreven aan de waterverontreiniging.

Dr. S.J. de Groot van het Rijksinstituut voor visserij-onderzoek is echter uiterst sceptisch. “Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Het zegt ook niets over verbetering van de kwaliteit van het water of wat dan ook.” Volgens De Groot heeft de steur geen schijn van kans om in Nederlandse riviermondingen of de Rijn een nieuw leefgebied op te bouwen. “Zolang de rivieren in de eerste plaats waterwegen en vervoersassen blijven, hebben ze hier weinig te zoeken.” Volgens J. Quak van de Organisatie ter Verbetering van de Binnvisserij komt de steur waarschijnlijk uit Frankrijk. In de Gironde is in 1988 een "steur-restauratieproject' gestart.

De steur, die vooral voor de kuit (kaviaar) werd gevangen, is een bijzondere vis met een prehistorisch voorkomen: bepantserde kop, puntige platte bek, baarddraden en beenplaten in plaats van schubben. Even opmerkelijk zijn de lengte en het gewicht. Er zijn exemplaren gevangen van drie meter lang die zo'n 200 kilo wogen. De "gehalveerde' vis die Breur en De Ruiter op het droge hebben getrokken is ongeveer een halve meter lang; het gewicht is niet vast te stellen, omdat de vis inmiddels is ingevroren. In afwachting van nader onderzoek bewaren ze hun vondst in de diepvries.